Hoe je deel uit mag maken van dat enorme bijbelse verhaal om je heen

We hebben het evangelie vandaag uit de Naardsense Bijbel gelezen. Ds. Pieter Oussoren heeft daar 30 jaar aan gewerkt. Een waar monnikenwerk! Hij blijft heel dicht bij de grondtekst, en als het even kan vertaalt hij zoveel mogelijk in de tegenwoordige tijd. Zo benadrukt hij dat het Bijbelse verhaal geen verhaal is van lang geleden, of van een verre toekomst. Maar van het heden. Door de Bijbel in de tegenwoordige tijd te vertalen maakt Oussoren ons tot tijdgenoten van Abraham, Mozes, Jesaja, Jezus. En van de mensen die ooit op een gewone Sabbath samen met Jezus naar de synagoge van Nazareth gingen.

Na zijn doop in de Jordaan en na de verzoeking in de woestijn keert Jezus ‘in de kracht van de Geest’, terug naar Galilea, zijn eigen provincie. Het nieuws over hem verspreidt zich in het hele gebied. Hij geeft onderricht in de synagogen en wordt door allen geprezen. Dat we lezen dat Jezus zo geprezen wordt is opmerkelijk. Er wordt in de Bijbel eigenlijk alleen van God gezegd dat hij geprezen wordt. Bewust of onbewust, zo vertelt Lucas, herkennen de mensen dus iets van God in Jezus.  Even later komt Jezus in Nazareth, zijn eigen stad, waar men hem herkent als de oudste zoon van de timmerman. Ook dat is Jezus. Mensen herkennen in hem iets van God; én Hij is ‘één van ons’. Hij staat heel dichtbij. En tegelijk is hij volstrekt anders. Dat is de spanning die we tot aan het eind van het evangelie blijven proeven: wie is deze toch deze Jezus zo gewoon is en zo bijzonder.

Volgens zijn gewoonte gaat Jezus op sabbat naar de synagoge. Goede gewoonte. In de synagoge is hij die sabbat de lector. Hij leest de Schrift voor. Dat was iets wat aan alle mannen die hun bar mitswa hadden gedaan, kon worden gevraagd. En dan schildert Lucas hoe Jezus voor de eerste keer in het openbaar van zich laat horen in zijn eigen stad, Nazareth. Jezus staat op om voor te lezen; gegeven wordt hem de boekrol van de profeet Jesaja; hij opent de boekrol… Dus: Jezus begint met het openen van de Schrift, van het Woord. Aan het eind van het evangelie, na Pasen, in het verhaal van de Emmausgangers gebeurt hetzelfde. Dan opent Jezus hij ook het woord. Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de profeten (Lucas 24: 27). Het openen van het Woord… dat staat aan begin en eind van het openbare optreden van Jezus. Gods Woord omarmt hem… En ons!

Jezus opent de boekrol van Jesaja en vindt de plaats waar geschreven staat: De Geest des Heren is over mij, want hij heeft mij gezalfd (= gemessias!). (direct spanning in de synagoge! – wat zegt onze Jezus nu?) om een goede tijding aan te kondigen aan armen, en hij heeft mij uitgezonden om vrijlating te prediken aan de gevangenen en aan blinden nieuw gezicht, – om verdrukten uit te zenden in vrijlating om te prediken een welkom-jaar des Heren.

Bij dat welkom-jaar (NBG: het aangename jaar des Heren; NBV heeft genadejaar) verwijst Jesaja naar het oudtestamentische jubeljaar. Het boek Leviticus geeft aanwijzingen dat eens in de vijftig een jubeljaar moest worden afgekondigd, waarin alle schulden worden vrijgescholden, alle slaven worden vrijgelaten, alle gebrokenheid en iedere wanverhouding in de samenleving worden hersteld. Zodat iedereen de genadige kans krijgt om een nieuwe start te maken. Zodat de samenleving weer kan gaan lijken op hoe het was in den beginne… Dat is een geweldig visioen: stel je voor, dat we met elkaar eens helemaal opnieuw mochten beginnen!  Overigens eindigt Jezus zijn lezing halverwege de zin. Die laatste zin gaat in Jesaja nog verder: Ik ben gezonden om een welkom-jaar (jubeljaar) van de Heer uit te roepen, én een dag van wraak voor onze God.  Jesaja bedoelt hier dat God wraak zal nemen op de volkeren die Israël in het verderf hebben gestort. God zal ons wreken, aldus Jesaja. Maar Jezus laat die dag van wraak achterwege. Waar Jesaja een komma zet, zet Jezus een punt. Laat die wraak weg. Hij sluit de boekrol. Kan dat zomaar? Kan Jezus wraak van God, het oordeel, zomaar weglaten? Wij weten beter. Die wraak van God zal Jezus niet weglaten, hij zal die wraak op zich nemen, om haar zo af te wenden van die mooie maar bedorven wereld waarheen God hem gezonden heeft. Maar dat komt later, in Jeruzalem, op Golgotha. We zijn nu nog in Galilea. Waar we zien hoe Jezus in zijn eerste openbare optreden in Nazareth radicaal inzet bij de genade. Een visioen van Genade! Obama zette in zijn inaugurele rede van afgelopen maandag in bij samenwerking. Het motto van ons kabinet is bruggen bouwen. Jezus zet in bij de genade.

Dan sluit Jezus de boekrol, geeft hem terug aan de dienaar en gaat zitten. (Een leraar in de synagoge sprak na de lezing vanuit een leerstoel, een echte preek-stoel, om nog enige uitleg bij de tekst te geven). Alle ogen in de synagoge zijn gericht op hem. Hij begint en zegt tot hen: Heden is dit schriftwoord voor uw oren in vervulling gegaan Het is zo ver. De genade is gekomen. Het visioen wordt werkelijkheid.

Dat woord: heden / vandaag geeft zowel de woorden van Jesaja als de woorden van Jezus een enorme actuele lading. De evangelist Lucas gebruikt dat woord vandaag, of heden, graag. Vanaf de kerstnacht (Heden/vandaag is u de heiland geboren)  tot aan de kruisnacht (Heden/vandaag zult gij mij met mij in het paradijs zijn.) klinkt dat woord elf keer op in het Lucasevangelie. Daarmee zegt Lucas: het evangelie is niet van gisteren (dat ook), en niet van morgen (dat ook), maar vooral is het evangelie van vandaag. Niet tijdloos is het evangelie, maar van alle tijden. En door de Bijbel zoveel mogelijk in de tegenwoordig tijd te vertalen, benadrukt ds. Pieter Oussoren die ‘altijdigheid’ eveneens. Zo legt Jezus in zijn eerste preek in Nazareth radicaal de nadruk op de actualiteit van zijn verkondiging. In hem gebeurt, vindt plaats, waarover de profeten al spraken. Hij DOET wat zij zeiden. Hij IS wat zij zeiden. Lucas schildert het ons heel plastisch. Jezus  opent het Woord, spreekt het uit, blaast zijn Geest erdoorheen, en dan gaat de bijbelse geschiedenis over in actueel bijbels geschieden. En overal waar het Woord zo in het spoor van Jezus opnieuw wordt geopend, hardop uitgesproken, be-ademd, begeesterd, gehoord en dedaan … daar gaat de Bijbelse geschiedenis opnieuw over in een bijbelse actualiteit. En dan kan het gebeuren dat ook wij, die in 2013 leven, opeens ontdekken dat wij tijdgenoten van Jezus zijn. De grote theoloog Karl Barth zei eens: hoe het in de Bijbel nou precies zit met het verleden en de toekomst – dat is ingewikkeld, dat weet ik niet precies. Maar ik weet wel wat het midden is van de tijd. Dat is Christus. Christus is het midden van de tijd. En door de werking van de Heilige Geest mogen wij de tijdgenoten zijn van deze Christus. En mogen wij deelnemen aan de realisering van het oude bijbelse visioen. De Geest des Heren is over mij… … om te prediken het welkom-jaar, het genadejaar des Heren.

Ik liep op 1e kerstdag rond op Komt allen tezamen in de Ark. De grote Kerst-inn. Ik was een beetje moe van het kerstwerk – maar ik was ook dankbaar want ik merkte: hier gebeurt wat we vanmorgen in de kerk zo hebben verkondigd en gezongen. Hier gebeurt nu die vrede op aarde. Hier kijken mensen naar elkaar om in Gods naam. Hier bevrijden mensen elkaar uit hun eenzaamheid. Uit hun somberheid. Hier komen allemaal heel verschillende mensen samen – en we vieren dat we allemaal tijdgenoten van Jezus zijn.

Ik zie mensen in Schoonhoven en Willige Langerak die hun handen vol hebben aan hun gezin, hun familie, hun werk, hun huis, aan zichzelf. Dat gaat allemaal niet vanzelf, in deze crisistijd. En toch maken ze ook tijd vrij om iets te betekenen voor medemensen die dat nodig hebben. Of ze gaan sneeuw schuiven op de ijsbaan. Of ze zetten zich in voor een project in een ver land waar mensen wonen die het een stuk minder hebben dan wij. En zo tonen zij zich tijdgenoten van Jezus.      Ik zie mensen die zich zorgen maken om het geweld in onze samenleving. Ik zie mensen die zich zorgen maken om de zorg, om de toekomst van onze samenleving waarin steeds meer voorzieningen worden teruggedraaid. Toch bewaren zij hun kalmte. Hun vertrouwen. Omdat zij geloven dat ze er niet alleen voor staan. Dat Christus hen nabij is. Zijn blijven luisteren naar zijn stem, volgen hem op zijn weg, en ontdekken iedere dag opnieuw dat zij zijn tijdgenoten zijn.

Het is alweer een tijd geleden dat ik met een groepje gemeenteleden naar het klooster in Chevetogne ben geweest. Eerst naar Israël, dit najaar, dan maar weer eens naar België… In Chevetogne viert men de oude, Oosters-Orthodoxe liturgie. Die liturgie begint al bij de bouw en de inrichting van de kerk. De muren zijn beschilderd met bijbelse taferelen, Adam en Eva, de aartsvaders, Mozes en Aaron, koning David, de profeten. En de muren zijn beschilderd met de engelen en discipelen. En op ereplaatsen hangen ikonen van Jezus en de belangrijkste personen uit het NT zoals zijn moeder en Johannes de Doper, en van bijzondere heilige figuren uit de kerkgeschiedenis. Maar dat hoort toch niet, al die beelden, zeggen wij protestanten dan. En dat is ook zo. Maar ze hangen er toch. Als je die kerk in loopt, en je weet er een klein beetje van, en je gaat ergens zitten, en je kijkt rond naar al die al die afgebeelde mensen uit de bijbelse geschiedenis en uit de kerkgeschiedenis, dan gebeurt er iets met je. Dan voel je hoe je als het ware in een enorm bijbels stripverhaal bent gestapt. Hoe je deel uit mag maken van dat enorme bijbelse verhaal om je heen. En hoe al die verhalen en beelden verwijzen naar dat een verhaal, dat ene beeld van Christus, voorin de kerk. En dan zit je daar zelf tussen, als een ikoon van vlees en bloed, als een levend beeld. En dan besef je, zonder dat er nog een woord is gezegd: dan besef je vol dankbaarheid: ook ik, ook ik mag leven als een tijdgenoot van Christus. Amen.

Ds. Frans-Willem Verbaas