Hoop tegen de wanhoop in

Net voor de advent is een prachtig boek verschenen van Nelson Mandela: In gesprek met mijzelf. Zijn leven is advent: leven vol verwachting, vol hoop, in een jarenlange periode van wanhoop. Wachten op een nieuwe toekomst voor zijn volk en hemzelf, in omstandigheden waar velen de hoop zouden hebben verloren.

Bij het lezen van dit boek word ik geraakt door zijn grenzeloze vertrouwen en optimisme. Nu, achteraf, kunnen we zeggen dat hij gelijk heeft gehad met zijn hoop en verwachting. Maar tijdens zijn opsluiting zal menigeen in Zuid Afrika en daar buiten hebben gedacht dat de hoop van Mandela tegen beter weten in was.

Ik vraag me bij het lezen van dit boek ook af of ik net zo hoopvol gestemd zou zijn gebleven als hij. Ik twijfel daar eerlijk gezegd nogal aan. Ik vrees dat ik al snel de moed had opgegeven. Of zou dat misschien meevallen? Wat is de kracht van zijn hoop en optimisme? Wat maakt dat iemand jarenlang zijn verwachting op een betere toekomst vast kan houden in omstandigheden waarin alle hoop de grond in wordt geboord?

De enige grond voor zo’n grenzeloos optimisme moet zijn, dat hij zeker is van zijn zaak. Net zo zeker als wij zijn in onze doopliturgie, wanneer we ‘tegen alle kwade machten in’ onze geloofsbelijdenis uitzingen.

Dat is advent: zingen tegen alle kwade machten in, en voor het gevoel soms tegen beter weten in:
Weest blij, weest blij, O Israel
Hij is nabij, Immanuel!

Adriaan van ’t Spijker (avantspijker@gmail.com)