Hun hand opende zich en zij werden verzadigd

Als je in Israël bent geweest en de kerk bij Tabgha aan het meer van Galilea hebt mogen bezoeken komt bij de lezing over de vijf broden en de twee vissen meteen het beeld boven van het mozaïek dat in de vloer van die kerk is gelegd. Degenen die er vorig jaar bij waren kunnen het zich vast nog herinneren.

Overigens heeft het iets bevreemdends te zien hoe het land dat toen vredig leek zichzelf in een oorlog heeft gestort waarbij zoveel onschuldige mensen tot slachtoffer worden gemaakt. Ik wil daar straks nog even bij stilstaan.

Maar eerst dat mozaïek, met die broden en die vissen. Ik heb de afbeelding meegenomen.preek-3-augustus

Als je goed kijkt zie je dat het aantal vissen weliswaar klopt maar het aantal broden blijft steken op vier.

Je zou kunnen denken: misschien waren de steentjes op, maar er zit een diepere gedachte achter. Het mozaïek heeft zijn plek net voor het altaar. Het ontbrekende vijfde brood is het brood dat telkens gedeeld wordt in de eucharistie – op die plek, maar breder – op elke plek waar eucharistie of avondmaal wordt gevierd. Een mooie symboliek is dat, het suggereert: het delen van toen vindt nog altijd doorgang. En in het delen van het brood ontvangen wij nog altijd brood uit Jezus’ hand, schenkt Jezus nog altijd zichzelf aan ons.

Daarmee krijgt het verhaal van die – wat meestal wordt genoemd – wonderbare spijziging een betekenis die ver boven die van een verhaal van ‘toen en daar’ uitstijgt. Opeens zitten we zelf aan bij die maaltijd – als we avondmaal vieren. Maar ook op een zondag als deze waarin de tafel zijn plek heeft, en zo de lege plek van het vijfde brood symboliseert. Brood dat telkens weer geschonken, gebroken en gedeeld wordt en waarin Christus zelf aanwezig kan komen.

Toen Jezus hiervan hoorde – zo begon de lezing van vandaag.
Daarmee vallen we middenin het verhaal. Waarvan hoorde? denk je dan. Matteus heeft net verhaald van een feest. Een feest van Herodus Antipas, heerser – in naam van de Romeinen – over het gebied tot aan de Jordaan. Het gebied waar Johannes optrad en waar ook Jezus rondtrekt.

Op dat feest treedt een danseres op. Haar naam blijft ongenoemd, maar is later ingevuld op grond van buitenbijbelse geschiedschrijving: Salome heet deze danseres.

En deze Salome is de dochter van een broer van Herodus Antipas Haar moeder – aanvankelijk de schoonzus van Herodus dus – had zich laten scheiden van haar manom met haar zwager te kunnen trouwen. Zij is nu zijn vrouw. Want Herodus op zijn beurt was van zijn vrouw gescheiden om met zijn schoonzus te kunnen trouwen.

Johannes de Doper – had keer op keer laten horen dat hij deze gang van zaken verwerpelijk vond. Daarmee verwoordde hij niet alleen dat wat hier gebeurde voor de joodse wet ondenkbaar was hij moet ook stem hebben gegeven aan een gevoel dat breder onder het volk moet hebben geleefd: dit kan niet.

Johannes is om deze kritiek door Herodus gevangen gezet. Eigenlijk had hij hem willen doden, maar vanwege de populariteit van Johannes onder het volk durft hij dat niet.

Maar nu is er dus die dans van Salome. Zij, meeverhuisd met haar moeder, danst voor haar nieuwe vader. En die dans heeft tot de verbeelding gesproken. Schilders hebben maar wat graag deze vrouw afgebeeld. En het verhaal werd zelfs bewerkt tot toneelstuk en opera.  Wat een wonderlijke aantrekkingskracht heeft het bizarre toch…

Goed, die dans bevalt Herodus – ze mag vragen wat ze hebben wil. En dan komt ze met de (door haar moeder ingefluisterde) vraag om het hoofd van Johannes Herodus schrikt, maar laat, omdat iedereen heeft gehoord dat ze een wens mocht doen die hij zou vervullen, Johannes onthoofden

En opnieuw is hier een veelgeschilderd beeld: Johannes’ hoofd op een schaal, die door Salome naar haar moeder wordt gedragen Het is een tafereel van grote gruwelijkheid.

Deze weken, waarin steeds met zoveel nadruk is gevraagd om eerbiediging van de menselijke waardigheid, juist ook van lichamen van dierbare gestorvenen wordt zichtbaar, juist in de respectloze omgang daarmee, hoe onmenselijk mensen kunnen zijn.

Dat roept weerzin op, woede, maar ook vrees. Hier is blijkbaar geen beroep op mededogen, op redelijkheid, op compassie mogelijk. Het is een beangstigende confrontatie met het kwaad.

Maar zoals er nu ook mensen zijn die pleiten voor respect en piëteit én die weten te bewaren in hun omgang met de doden – en wat een indruk maakte de wijze waarop de lichamen van de slachtoffers in ons land werden ontvangen – zo maakt het evangelie daar ook melding van. De leerlingen van Johannes kwamen zijn lichaam ophalen en begroeven het. Daarna gingen zij het aan Jezus melden.

En dan begint de lezing van vandaag:
Toen Jezus hiervan hoorde week hij uit. Misschien heeft de angst dat hem deze willekeur ook ten deel zou kunnen vallen hierin een rol gespeeld. Waarbij hij – wrang genoeg – zelf uiteindelijk aan eenzelfde willekeur ten onder zal gaan.

In ieder geval trekt hij langs het meer van Galilea naar een eenzame plaats. Mogelijk naar de oever van het meer die aan de andere kant van de Jordaan ligt om minstens voor tijdelijk buiten het gebied van Herodus te vertoeven.

Die eenzaamheid lijkt hij ook te zoeken om pas op de plaats te maken. Zich te bezinnen op de weg die hij moet gaan. Of misschien ook om het gruwelijke bericht van de dood van degene door wie hij werd gedoopt te verwerken.

Maar hij wordt gevolgd – hoe wisten de mensen waar hij heen ging? 5000 mannen – dat is veel. Onder hen mogelijk ook volgelingen van Johannes.Omdat zij hun hoop nu stellen op Jezus? Of misschien ook omdat zij uit vrees zijn uitgeweken?

Jezus die een terugtrekkende beweging maakte, wordt bij het zien van deze massa ten diepste bewogen. Die bewogenheid maakt meteen duidelijk waar zijn hart naar uitgaat, voor wie hij er is.

Deze geraaktheid – raakbaarheid – zou je kunnen zeggen, roept iets van ontroering op en een grote tederheid. Jezus ziet hen, wordt geraakt, en geneest hun zieken, staat er.

Ik heb altijd het vermoeden dat genezen worden iets te maken heeft met de ervaring in je gewond zijn, je zwakheid, je kwetsbaarheid gezien te zijn. Dat genezen daar begint. Zelfs nu, waar genezen veelal het werk is van artsen en specialisten, is de ervaring werkelijk gezien te zijn in je pijn, je onzekerheid, je angst, een begin van genezen,het hervinden van een zekere heelheid.

Iemand werkelijk zien in zijn of haar onzeker makende gevoelens rondom het eigen lichaam waardoor het leven wordt getekend, schept een bedding voor diagnose en behandeling.
Die kundigheid vraagt er om ingebed te zijn in compassie. En wat doet het mensen goed als ze dat ervaren. Zelfs als een arts moet zeggen dat genezing niet mogelijk is, maar de betrokkenheid bij de patiënt bewaard blijft roept dat uiteindelijk iets helends op, omdat iemand ervaart dat er zorg blijft.

Ik denk dat compassie het hart van de zorg vormt, en de bewogenheid van Jezus, waar hier sprake van is, laat zien dat daarin een begin van genezing ligt.

En Jezus genas hen.
En dan wordt het avond en willen de leerlingen de mensen wegsturen omdat het een afgelegen plaats is.

Maar Jezus zegt: Ze hoeven niet weg, geven jullie hun maar te eten. We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen zeggen de leerlingen dan. Maar het niets van vijf en twee wordt de volheid van zeven.

Er voltrekt zich een delen dat verwoord wordt als een rituele maaltijd Hij nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen.

Frans Willem Verbaas heeft geloof ik wel eens naar aanleiding van deze lezing gezegd: de mensen hadden misschien niet eens in de gaten dat zich een wonder voltrok.  Vijfduizend mannen, en dan nog de vrouwen en de kinderen, waren er meer dan tienduizend mensen? Ze ontvangen brood en vis daar aan het meer, in het gras. Hun hand opende zich en zij werden verzadigd.

Mogen we hier met de woorden van de psalmist zeggen (psalm 145) Gij opent uw hand en verzadigt al wat leeft.

Het is een wonderlijke bede, hoe kun je dat nou bidden – als je weet hebt van tekorten wereldwijd, van ondervoeding en honger? Dan klopt het toch niet – roept zo’n bede alleen maar weerstand op?

Ja, als gebed als een weergave van de feiten wordt beschouwd wel.
Maar bidden doet iets anders,  bidden roept een werkelijkheid op
die jouw manier van kijken verandert.

Deze bede doet je beseffen dat voedsel je geschonken wordt.
En met het besef van het ontvangen – is er het besef dat het geen bezit kan worden.  Geef ons heden ons dagelijks brood – bidden we in het Onze Vader.  Het is een elke dag opnieuw openen van je handen, een oefening in een leven in ontvankelijkheid.  En waar je je handen leert openen opent zich ook de ruimte voor delen.

Ik vermoed dat het wonder aan het meer daar iets van zichtbaar maakt. Dat is – om het met een woordspeling te zeggen – het méér van Galilea. Waar het besef groeit dat wat je ontvangen mag geen bezit wordt groeit de vanzelfsprekend te delen. Ontstaat er overvloed. Het verhaal vertelt dat er nog 12 manden met resten over blijven.

Een maaltijd aan het meer. Een vieren van ontvankelijkheid, geschonken worden bereidheid tot delen. Het door Jezus in gang gezette delen leidt tot overvloed.

Maar tegelijk is het een maaltijd in alle eenvoud. Brood en vis – dagelijks voedsel, geen overdaad – maaltijd in het gras, op aarde – onder de hemel. Wat een contrast met het feestmaal van Herodus waarover eerder werd verhaald.

Waar daar een extatisch dansen tot bloedvergieten leidt, waar een mensenleven niet telt is er hier sprake van genezing en gevoed worden gaven van brood en vis, voedsel van alledag, maar hier verwijzend naar een Koninkrijk dat in het ontvangen van dit voedsel nabij is.

Het Koninkrijk – telkens ging het daarover in de lezingen van de laatste weken, als graan gezaaid, tot groei bestemd, bedreigd door onkruid. Het evangelie verdoezelt niet de werkelijkheid waarin we leven. Het contrast tussen de twee maaltijden maakt in alle scherpte duidelijk hoe het Koninkrijk bestaat in onze werkelijkheid die tegelijk getekend wordt door het kwaad. Om ons heen, in onszelf, bespeuren we hoe beangstigend dat kwaad kan zijn. En hoe het kwaad een ketting rijgt.

Ik sprak al over Israël. Waar de gruwelijke dood van drie joodse jongens het verdriet en de woede om wat hen is aangedaan doet escaleren tot een oorlog die meer dan duizend doden brengt. Veelal onschuldige mensen. De beelden zijn van een grote onbegrijpelijkheid.

En de onmacht die dat oproept wekt dan weer een haat tegen joden die onacceptabel is. Al eerder maakte minister Timmermans indruk door in de Tweede Kamer aandacht te vestigen op de niet te tolereren discriminatie en het daaruit voortvloeiende geweld tegen joden, hier in Europa. En terecht dat ds. Plaisier in een ingezonden brief in Trouw zijn zorgen uitte over toenemende gevoelens van onveiligheid van joden in ons land.

Tegelijk verbaas ik me over een – in mijn ogen – soms eenzijdige nadruk op de solidariteit met het joodse volk. Ik merk dat ik elke keer weer ook hoop dat het buitensporige geweld dat door Israël wordt gebruikt krachtiger veroordeeld wordt. Maar misschien begeef ik me zo op glad ijs. Het is de onmacht om het zien van zoveel slachtoffers…

Het kwaad dat een ketting rijgt zei ik, het kwaad dat opgroeit te midden van de zaden van het Koninkrijk. Het is telkens weer de uitdaging om voor die zaden de handen te openen, het verlangen in jezelf te blijven voeden naar een wereld die getekend wordt door vrede, naar een eerbiedige omgang met levenden en doden.

De tafel die het midden vormt verwijst daar altijd weer naar, naar een koninkrijk van delen, dat alleen met geopende handen ontvangen kan worden, in alle kwetsbaarheid die dat met zich meebrengt.

Naar de kerk gaan zou je misschien kunnen beschouwen als een telkens herhaalde oefening om je die levenshouding eigen te maken. Bezitloos houd je over zegt het evangelie van vandaag. Van een hand die grijpt, vasthoudt, omklemt, worden we uitgedaagd onze hand te openen, brood en vis – Christus zelf kan ons zo geschonken worden, om zo ons zijn lichaam te laten zijn in een gebroken wereld.

Amen.

Joep Roding

Overweging 3 augustus 2014 – P.G. De Hoeksteen – Schoonhoven