Idool of Icoon?

Vorige maand las ik in ons aller huis-aan-huisblad KONTAKT, dat onze gemeente Krimpenerwaard nu al, in haar korte bestaan, een idool in haar midden heeft. Het is een meisje, Nina den Hartog, zangsterretje, gekozen als Idool 2016.
Feestelijk is ze in haar woonplaats Bergambacht ingehaald. Ter gelegenheid daarvan trad ze ook op, vanaf de trap van het voormalig Gemeentehuis. Volgens het verslag daarvan trilde de Raadhuisstraat op haar grondvesten : een oorverdovend applaus van de toegestroomde fans viel haar ten deel. Wij hebben een idool!

Een idool: wist u dat dit woord ook al in de Bijbel voorkomt, in de oorspronkelijke Griekse tekst? Daar staat eidoolon, dat in onze taal werd tot idool. Dan gaat het in de regel over afgoden…
Idool is dus beeld. Maar laat nu de Bijbel nog een ander woord voor beeld kennen: eikoon, dat bij ons geworden is tot icoon.
Wij kennen het als de icoontjes van ons beeldscherm, maar meer nog van de schilderingen in de Oosters-Orthodoxe kerk  ( ze kennen daar geen beelden), prachtige kunstwerken die hun weg gevonden hebben in musea, afbeeldingen van Christus en de apostelen, maar er zijn eenvoudige te zien in de huizen daar.

Icoon en Idool: beide betekenen beeld, maar de werking van het icoon is anders! De icoon is geen beeld dat de blik fixeert, maar de blik geleidt, verder leidt. Bij de icoon gaat het niet zo zeer om de schoonheid van het beeld, maar om de werking die ervan uitgaat. De icoon is bedoeld om je aandacht te richten, niet om je aandacht vast te houden. Om je aandacht te richten op een geestelijke werkelijkheid die als het ware achter de icoon ligt. De icoon helpt je om in gebed en meditatie iets te ervaren van de wereld achter het icoon, van het goddelijke.

U begrijpt het verschil: het idool is een spiegel, de icoon is een venster. In het idool dat we bewonderen zien we vaak onszelf terug, maar dan in een verbeterde versie of in een gedroomde variant. Zó zouden wij willen zijn, zo goed, zo uitblinkend, zo mooi. Als die sporter, die popster, die bn-er. Het idool werkt als een spiegel.
Als Jezus in de Brief aan de Colossenzen beeld van God genoemd wordt, dan staat er het woord icoon. Dat lijkt mij niet zonder betekenis. Jezus is het venster ,waar wij doorheen moeten kijken om iets van God te zien .
Als het gaat over Jezus, en over Hem gaat het in de kerk, van Kerst tot Pasen enzovoort, dan gaat het over die ene voorbeeldige mens, die ons God heeft doen kennen, niet door de aandacht op zichzelf te richten, maar doordat zijn leven en alles wat daarin was, één lange doorverwijzing is naar het geheim van het leven, het koninkrijk wordt het ook wel genoemd.
Niet de spiegel, de spiegel waarin we uiteindelijk niet meer ontwaren dan onze eigen projecties, maar het venster. We mogen nu reeds weten wie en wat God is, omdat Hij in Jezus transparant, doorzichtig is geworden tot op de diepste werkelijkheid.

Als het nu gaat over Jezus, zullen we ook niet bij Hem stil moeten blijven staan in bewondering en aanbidding, want dan maken we Hem tot een idool en raken de mens en zijn verantwoordelijkheid te veel buiten beeld. Sommige opwekkingsliederen komen mij een beetje te dicht in  die buurt.  Nee, Hij is de icoon, het beeld van de onzichtbare God, het venster dat zicht geeft op God. Daar doorheen kijkend mogen we ontdekken dat wij, als beeld-dragers van God een iconische kwaliteit kunnen krijgen. Dan kunnen mensen, in hun beste ogenblikken, ook vensters worden voor anderen,  vensters tot op God…

Ds. P.S. Veldhuizen