Ik ben een gevangene van de hoop

We hebben geluisterd naar een eeuwenoude tekst uit Jesaja (minstens 2500 jaar oud) met een verrassend actueel thema. De profeet Jesaja laat zijn licht schijnen over de schuldencrisis waarin Israel terecht is gekomen. En dat in een zomer waarin we de televisie niet aan kunnen zetten of geen krant kunnen opslaan, of het gaat weer over de schuldencrisis waaronder Griekenland gebukt gaat, en Europa, en de Verenigde Staten, – zo’n beetje heel onze westerse beschaving.

Wat is er aan de hand in Jesaja 43?
Zo begint onze lezing: Welnu, dit zegt de Heer die jou schiep, Jacob, die jou vormde, Israel… (Jacob kreeg na zijn nachtelijke gevecht met God aan de oever van de Jabbok een nieuwe naam: Israel (= Vechter-met-God)) .. …wees niet bang, want ik zal je vrijkopen. Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij.

Dat begrip vrijkopen komt uit het bijbelboek Leviticus. Leviticus stelt dat familieleden verplicht zijn elkaar vrij te kopen, te ‘lossen’, wanneer bepaalde familieleden (pechvogels en zwarte schapen – geen familie kan zonder!) zo in de misère terechtkomen dat zij zichzelf als slaaf moeten verkopen. Welnu – als Jesaja profeteert, is het volk Israël als geheel stevig in de misère gekomen in de Babylonische ballingschap. Vol¬gens Jesaja had Israël die misère trouwens wel aan zichzelf te wijten. Israel had niet willen luisteren naar de stem van God, Israël had de geboden verwaarloost, Israël had de shalom verwaarloosd, was intern volkomen verdeeld geraakt – en zo was een groot deel van Israël tenslotte als een machteloos kind door de Babyloniërs opgepakt en in ballingschap gevoerd.
Jesaja zag in dat alles de oordelende hand van God.

De achtergebleven Israëlieten (zij die niet in ballingschap waren afgevoerd) waren veel te arm om hun broeders en zuster die in ballingschap waren vrij te kopen, zoals Leviticus voorschreef. En ze waren veel te verzwakt om hen op een andere manier te bevrijden. De ballingen stonden er moederziel alleen voor. Menselijk gezien was hun situatie hopeloos. En nogmaals: het is volgens Jesaja hun eigen schuld. Maar tegen al die menselijke hopeloosheid in … komt daar Jesaja aan met een profetie van hoop.

De Zuid-Afrikaanse bisschop Tutu zei deze week in een interview, het ging over de ingewikkelde situatie in Zuid-Afrika: Ik ben een gevangene van de hoop. Dat is wat een profeet is: iemand die tegelijk zeer kritisch is, maar ook een gevangene van de hoop!
De profetie van Jesaja komt dan hier op neer: Je denkt nu dat je geen familie meer hebt. Dat er niemand op staat om jou vrij te kopen. Die jouw schuld zal vereffenen. Je denkt dat je er volstrekt alleen voor staat. Maar dan vergeet je dat we nog zoiets hebben als een Vader in de Hemel, die zijn kinderen nooit vergeet.

Dat alles klink in die woorden:
Wees niet bang, want ik zal je vrijkopen.
Ik heb je bij je naam geroepen, jij bent van mij!.

Jesaja noemt dan ook de prijs die God bereid is te betalen.
Voor jou geef ik Egypte als losgeld
Nubië en Seba geef ik in ruil tegen jou,
God wil het nietige Israël ruilen voor drie politieke en economische groot machten van die tijd. Nog afgezien van de vraag hoe God dat gaat voor elkaar krijgen: naar economische en poli¬tieke maatstaven is het een dwaze ruil. Al die grootmachten worden door God als los¬prijs geruild voor … een volkje dat in de wereld nauwelijks enige betekenis heeft, en dat zich bovendien van zijn God bitter weinig aantrekt. Dwaze ruil, slechte deal. Toch wil God deze deal maken. Waarom toch?
Wij vinden het antwoord op deze vraag in het centrum van onze tekst.
Want: Jij bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol,
ik houd zoveel van je,
dat ik de mensheid geef in ruil voor jou.

Het geheim is: de liefde. God heeft zijn eerstgeborene lief. Dat is het cen¬trum waar alles om draait. Liefde is het geheim: een cliché, misschien… Maar voor joden en christenen geldt hetzelfde als wat voor bisschop Tutu geldt: wij zijn gevangenen van de liefde.
God noemt zijn volk: kostbaar. Dat is in het hebreeuws een interessant woord, waarvan de eerste betekenis luidt: moeilijk/lastig zijn. En in tweede instantie: kostbaar zijn.

Herkenbaar voor heel wat ouders! Je hebt een kind dat, als je eerlijk bent, best moeilijk en lastig is – maar het blijft je kind, en je hebt er alles voor over! Maar je bet.. een gevangene van de liefde. Zo geldt: Hoe lastig het volk ook is, Israel blijft kostbaar in Gods ogen. Die laatste woorden staan er niet voor niets. In de ogen van de wereld gaat het om een volkje dat van weinig waarde is. Een vlekje op de kaart van het Midden-Ooosten. Vaak was Israël in de ogen van de wereld nog minder dan niets waard is, zoals de geschiedenis van het anti-semitisme leert. Maar in de ogen van God is dit kleine, schuldige volkje kostbaar, en waardevol, (‘eervol’ staat er eigenlijk) en God heeft het lief zoals een moeder, een vader zijn kind liefheeft.

Daarom laat God zijn verzwakte volk niet vallen. Daarom rekent God hun schuld niet eeuwig aan. Daarom rust God niet voordat hij zij volk heeft vrijgekocht. Daarom stuurt Gods verborgen hand de geschiedenis zo dat de joodse ballingen na ongeveer 70 jaar weer terug kunnen keren naar hun land. We zouden kunnen zeggen: daarom lost God de schuldencrisis van Israël op. Omdat hij Israel liefheeft met een liefde, die even sterk is als dwaas. Later zal Paulus spreken over de dwaasheid van het kruis – die ook alles te maken heeft met liefde, en met vergeving van schulden.

Frans-Willem Verbaas
Jesaja 43: 1-7
Lees meer…