Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp

Marcus 9 begint met het verhaal van de verheerlijking op de berg. Jezus heeft een berg beklommen me Petrus, Johannes en Jacobus. Daar begint hij te stralen. Mozes en Elia komen langs. En God zelf, die als een trotse vader zegt: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar hem!’ Een hemels gebeuren, daar bovenop die berg.

Ondertussen gaat het leven op aarde gewoon door. Daarover lazen we vandaag. Ook daar treffen ween vader en een zoon, hun werkelijkheid ziet er veel minder hemels uit. De zoon was ernstig gestoord. Hij is bezeten van een ‘onreine geest, die doof en stom maakt’ (vers 25). Als hij een aanval krijgt begint hij te schokken, dan verkrampt hij, en hij is al meer dan eens tijdens zo’n aanval in het vuur of het water gevallen. Geen zoon om te verheerlijken, eerder om te beklagen. Dat deed de vader dan ook. Je bent nergens zo kwetsbaar als in je kinderen.

Terwijl God en Jezus de hemelse werkelijkheid neerzetten… zetten die aardse vader en zoon de aardse werkelijkheid neer. In die werkelijkheid is er sprake van bezetenheid, de zoon is volledig verkrampt, en de vader staat met lege handen. Zoekende handen. Smekende handen.

Eerste vertaalslag:

Veel commentaren zeggen: de zoon lijdt aan epilepsie. Alleen heette dat toen nog niet zo. En je had er ook nog geen pillen voor.

Het probleem met zo’n uitleg is: zo houd je die jongen mooi op een afstand. Dan gaat over iemand anders. Of u moet toevallig zelf epilepsie hebben. Of een kind met epilepsie.

Een zieke is in de Bijbel altijd veel meer dan een ‘medisch geval’. In die ene zieke wordt telkens iets gezegd over ons allemaal. Die bezeten jongen vertegenwoordigt de bezeten, verkrampte wereld waarin wij leven, en waar wij zelf deel van uitmaken. Ik las eens dat een miljoen mensen in Nederland anti-depressiva slikken. En wie denkt nooit dat we in een bezeten wereld leven? Zo vrij zijn we nu ook weer niet: wij moeten dit, wij moeten dat, de econome moet altijd maar groeien, en wij moeten meedoen, wij moeten vooruit. En verslaafd zijn we ook: aan ons werk, aan aandacht, aan de televisie en aan de computer en onze telefoon, en aan de social media, om over alcohol maar te zwijgen. Die bezeten, verkrampte jongen – die staat daar ook voor ons.

Jezus kwam de berg van de verheerlijking aflopen (Hij kwam van alzoo hoge, zingen we met kerst..)  en zag beneden in het dal zijn leerlingen omgeven door een opgewonden menigte. Waarover zijn jullie aan het discussiëren? vroeg hij.

De vader van de zieke jongen antwoordde Jezus: Meester, Rabbi, ik zei tegen uw leerlingen dat zij de geest uit mijn zoon moesten drijven, maar dat konden ze niet. Jezus richtte zich tot zijn leerlingen met de bittere woorden: Wat zijn jullie toch een ongelovig volk, hoe lang moet ik jullie nog verdragen? En tegen de vader zei hij: Breng hem maar bij mij.

De vader vroeg, bad tot Jezus: Als u iets kunt doen, heb dan medelijden met ons en help ons.

Of ik iets kan doen? onderbrak Jezus hem. Alles is mogelijk voor wie gelooft.

Tweede vertaalslag.

We horen Jezus zeggen: Wat zijn jullie toch een ongelovig volk (generatie). En: Alles is mogelijk voor wie gelooft.

Hebreeuwse  / OT woord voor geloven betekent in de eerste plaats: vertrouwen, vertrouwen hebben. Hebr: aman.  Daar komt ons woord amen! van.

Geloven is in de eerste plaats niet: zonder bewijs aannemen dat er een hemelse werkelijkheid is, met een god en engelen en wonderlijke krachten enzo.

Geloven in de bijbel is in de eerste plaats: vertrouwen hebben in God die ons heeft gewild en geschapen. Die vanuit zijn hemel niet passief toekijkt, maar betrokken is op ons leven. Die zelfs vanuit de Hemel naar ons toekomt om ons nabij te zijn (Van alzo hoge en van alzo veer…) Geloven is: vertrouwen dat wij eens terug mogen keren in Gods Hand.

Geloven in God is een zaak van vertrouwen hebben. Dat we er niet alleen voorstaan. Dat het goed gaat komen.

Wat zijn jullie toch een ongelovig volk = wat hebben jullie toch weinig vertrouwen.
Alles is mogelijk voor wie gelooft =  alles is mogelijk voor wie vertrouwen heeft.

Is dat niet een van de problemen waar ook onze huidige samenleving mee te kampen heeft? Een gebrek aan vertrouwen? In God, in onszelf, in elkaar, in de ander, in de overheid, in de politie, in Europa, in de toekomst? Waar hebben we nog vertrouwen in?

Vertrouwen is belangrijk, zeggen de psychologen: zonder basic trust groeit een kind niet goed op.

Economen gebruiken tegenwoordig ook graag het woord vertrouwen. Het consumentenvertrouwen is weg. Zonder vertrouwen kopen mensen geen huis meer. Zonder vertrouwen in de banken, in de euro, blijven we hangen in de crisis.

We hebben net de verkiezingen gehad. Wat we nu nodig hebben is dat in ieder geval de politici elkaar weer wat gaan vertrouwen. En die dat vertrouwen weer gaan uitstralen naar de samenleving!

Dit alles geld trouwens ook voor een huwelijk, een gezin, een familie, een kerkelijke gemeente. Een wereld zonder vertrouwen is een verkrampte wereld die zich niet meer kan genezen van zijn eigen ziektes en verslavingen en bezetenheid.

Jezus zegt tegen de vader van die bezeten jongen: Alles is mogelijk voor wie gelooft / vertrouwen heeft.

De vader van de zoon… verwoordde toen wat wij allemaal denken en voelen. Heer, ik geloof… maar kom mijn ongeloof te hulp.

Dat is een eerlijke, en ook een realistische geloofsbelijdenis. Die vader heeft met deze belijdenis heel veel gelovigen na hem getroost. Mensen die net als hij wilden geloven, maar ook last hebben van twijfel. Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp. Geloven, vertrouwen… We hebben er hulp bij nodig, we kunnen het niet alleen. De kerk heeft altijd gezegd: zonder de hulp van de Heilige Geest lukt het niet. En zonder de hulp van elkaar, van ene gemeente ook niet. Geloven doe je met elkaar, en als het nodig is: voor elkaar.

Voor Jezus was dit zoekende, biddende geloof genoeg. Op deze biddende belijdenis bevrijdde Jezus de jongen. Hij sprak de onreine geest op strenge toon toe en zei: Geest die doof en stom maakt, ik gebied je, ga uit hem weg en keer niet meer in hem terug. Onder geschreeuw en hevige stuiptrekkingen ging hij uit hem weg; de jongen bleef voor dood achter, zodat de mensen zeiden dat hij was gestorven. Maar Jezus pakte hem bij de hand om hen overeind te helpen en hij stond op.

Opstanding! Een voorproefje van Pasen. Jezus, komend van de berg van de verheerlijking, neemt als het ware een stukje van de verheerlijking mee naar beneden, naar de aarde… De verheerlijkte Zoon van God verheerlijkt die miserabele mensenzoon. En dan ‘gebeurt’ er een stukje hemel op aarde. Een mens die geen mens meer was, wordt weer mens. Omdat er een vader was die er nog in geloofde, in God en die nog bad voor zijn kind. Omdat Jezus er was, voor wie een beetje geloof, geloof als een mosterdzaadje, genoeg is om van een mens weer een mens te maken!

Ergens in een huis evalueren Jezus en de leerlingen wat er is gebeurd. Het huis werd al snel een leerhuis. Waarom konden wij die geest niet uitdrijven? vroegen de leerlingen. Jezus antwoordde: Dit soort (dit soort onreine geesten) kan alleen door gebed worden uitgedreven.

Wanneer wij bidden, dan stemmen wij onze wil af op de wil van God. Niet onze, maar Uw wil geschiede, zowel in de hemel als ook op de aarde.

Bidden is daarom in de eerste plaats niet praten, maar luisteren.
Bidden is luisteren naar wat God ons te zeggen heeft.
Bidden is luisteren naar God in het vertrouwen dat Hij ons kan en zal bevrijden van de onreine en verkrampte geesten die ons telkens weer belagen.
Bidden is dus een daad van vertrouwen.

Misschien is er wel geen grotere daad van vertrouwen dan de daad van het gebed.

Amen
Ds. Frans-Willem Verbaas