Ik heb steeds maar weer het gevoel dat het evangelie ons hier uitdaagt

‘Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’

Ik laat het slot van het evangelie nog een keer klinken. Omdat hier, in één zin, in alle scherpte, het hart van wat christelijk geloof is wordt blootgelegd. Van ‘vrijgekocht zijn’ is er sprake. Jezus geeft zijn leven als losgeld voor velen. Het deed me denken aan de gezongen versie van psalm 72. Gezongen wordt er van God. ‘Hij koopt hen vrij uit het slavenhuis’. God wordt bezongen als bevrijder van wie arm zijn en om hulp roepen. Hij wordt bezongen als degene die verlost van onderdrukking en geweld. Als verlosser, zo ziet Jezus de weg die hij gaat naar Jeruzalem. Zijn leven als een zich voor anderen wegschenkende liefde. Een omkering van de weg die mensen gaan zichzelf groter makend, zichzelf rechtvaardigend, levend te eigen bate. Het losgeld lijkt te prijs die moet worden betaald om die omkering ook bij zijn leerlingen, ook bij ons mogelijk te maken. Het is een aanvaarden van zelfverlies. Tot in het uiterste zichtbaar in Hem die hier opgaat naar Jeruzalem. De leerlingen is het opnieuw in alle scherpte verteld:

Hij nam de twaalf weer apart en vertelde hun wat hem zou overkomen: ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de Schriftgeleerden, die hem ter dood zullen veroordelen en hem zullen uitleveren aan de heidenen. Ze zullen de spot met hem drijven en hem bespuwen en hem geselen en doden, maar na drie dagen zal hij opstaan.’

Wonderlijk genoeg ontstaat er bij twee van hen het verlangen te spreken over zijn glorie – alsof ze de rest niet hebben gehoord. Ze verlangen een plaats dichtbij hem – rechts en links – . Ze zien Jezus als op een troon en willen dicht bij de macht verkeren die Hij dan belichaamt. Daarmee lijken ze ook de plaats te willen innemen van Petrus die met hen tot nu toe steeds in een adem werd genoemd. Concurrentie dus – de voornaamste plaats willen innemen. Ze hebben – zo lijkt het haast – aanvankelijk niet eens geluisterd naar wat er over het lijden is gezegd. Maar bovenal zetten ze de onderlinge verhoudingen op het spel. Het is niet zo vreemd dat de andere leerlingen boos reageren.

Het is allemaal opgeschreven door Marcus. De kring rondom Jezus wordt aardig te kijk gezet, zou je kunnen zeggen. Maar misschien gaat het dan ook wel over onszelf, denk ik dan.

Zet mensen in een groepje bij elkaar, en er ontstaat iets van een soort rangorde. Dat kan in harmonie gebeuren, maar vaak ontstaan er spanningen. Want de een wil dit en de ander dat, iemand acht zich hoger dan een ander. Allerlei groepsprocessen gaan een rol spelen. En voor je het weet raak je er in gevangen. Onvermijdelijk lijkt het haast. En iedereen kan er wel over meepraten. Denk alleen maar aan je schooltijd, aan je werk, misschien je familie.

Geeft Jezus hier tips over een andere omgang met groepsdynamische processen? In ieder geval wijst hij op – wat je zou kunnen noemen – je eigen verantwoordelijkheid daarin. De wijze waarop je je opstelt. En dan kan eigenbelang niet de hoogste waarde zijn. Het is spannend om dat te zeggen. Want mensen zijn soms opgegroeid met de gedachte dat christen zijn een soort jezelf wegcijferen is. En als iemand die kijk op christen zijn heeft overwonnen, dan kan het maar zo irritatie oproepen
als eigenbelang zo onder kritiek wordt gesteld. En als er woorden klinken als ‘de minste willen zijn’, of mogelijk zelfs het woord nederigheid valt. Want dat alles wordt dan verstaan als een soort ‘jezelf wegcijferen’. Wegcijferen kan echter niet de inzet zijn. Dan ben je immers niets meer waard. Het zou een grote vergissing zijn te denken dat het daar in het christendom om gaat. Waar het wel om gaat: je bent niet meer waard dan de ander!

En om je dat echt te realiseren kan het wel eens heel erg nodig zijn jezelf als minste te beschouwen. Dan cijfer je jezelf niet weg – integendeel: je beziet jezelf als iemand die belangrijk voor die ander kan zijn. Dienaar – hulp – wegwijzer – met oog voor de ander. Oog juist voor de ander die de minste lijkt te zijn. Zoals in de al eerder genoemde psalm 72 waar het gaat om de arme en de weerloze/

Ik sprak over ‘het hart van het christelijk geloof’, je kunt ook zeggen: het hart van het evangelie. Het hart dat wordt gevormd door de zelfgave van Christus.
Een zelfgave omwille van een bevrijd worden van een diepe bezorgdheid om jezelf. Immers: je bent vrijgekocht, zegt het evangelie.

Maar hoe menselijk is die bezorgdheid om jezelf. Je eigen gezondheid, je werk, je school, je thuis. Je wilt het allemaal graag goed hebben. En als dat op orde is – dan is er de wereld om je heen. Als die wereld dichtbij niet op orde is – dan gaat al gauw al je aandacht daar naar uit, wordt de wereld kleiner en kan de grotere wereld als bedreigend worden ervaren. Dan is dat wat je het meest bezig houdt de dagelijkse zorg om lijf en leden, om geld en goed, en misschien om zekerheid op wat langere termijn. En toch morrelt het evangelie daar aan. Daarmee zet het evangelie dat normale, vanzelfsprekende, onder spanning. Telkens weer zegt het evangelie: maak de zorgen om jezelf niet tot het belangrijkste in je leven. God zorgt voor je – dat mag de basishouding zijn waarmee je je leven leeft maakt Jezus telkens weer duidelijk. Met andere woorden – maak niet angst voor verlies tot drijfveer van je handelen,
maar laat je handelen ten diepste leiden door vertrouwen. Ik probeer het concreet te maken. En raak aan iets wat me zorgen baart.

Afgelopen maandag waren we met een groepje mensen samen, voor een avond bibliodrama. We begonnen met een rondje delen van wat je bezighoudt. “De vluchtelingen” werd er meteen gezegd. En we deelden met elkaar hoeveel verwarring de zorg om vluchtelingen oproept.
Niet alleen bezorgdheid om vluchtelingen klonk er in door. Iemand zei ook: ik schrik van dingen die ik op facebook lees. Mensen die je denkt te kennen zeggen dingen die je niet verwacht. Alle nuance lijkt zoek. Je weet soms zelf niet meer hoe je over alles moet denken. Dat hele korte gesprekje, de opening van die avond, hier in de Hoeksteen: het bleef door mijn hoofd spoken deze week. En ik dacht ik kan er niet niks over zeggen over wat de zorg rondom de vluchtelingen allemaal oproept.

Hoe om te gaan met vluchtelingen? Het evangelie spreekt niet over vluchtelingen – tenzij over de vlucht naar Egypte door Jozef en Maria – Jezus is een vluchtelingenkind wordt daarom wel eens gezegd. Dat is al een bijzondere manier van kijken naar Degene die het centrum van ons geloven vormt: vluchtelingenkind. Maar als we verder teruggaan in de geschiedenis van het joodse volk, dan wordt duidelijk dat het hele volk ooit vluchteling was. Misschien kun je zelfs zeggen: de vlucht uit Egypte heeft de wegtrekkende slaven tot volk gemaakt.

Het boek Exodus is een vluchtverhaal – en alles wat volgt schetst de moeizame reis naar wat het beloofde land is. De mensen die als slaven worden gebruikt, onder lasten gebukt, onderdrukt in Egypte: het is God zelf die zich hun lijden aantrekt. Het is God zelf die door Mozes richting geeft aan de lange weg naar het beloofde land. Het vluchtende volk – het is Gods oogappel, zou je kunnen zeggen. Jezus als kind van dat volk – leeft vanuit het vertrouwen in die zorgende God. Een God die vrijheid schenkt, ruimte van leven, een land om te wonen.

Het is vanuit dat vertrouwen dat Hij omziet naar wie in onvrijheid gevangen zijn, sociaal uitgestoten door ziekte of – in de ogen van sommigen – moreel ongepast gedrag. Zijn blijde boodschap – juist voor wie zich buitengesloten wisten – is wereldwijd evangelie geworden, en overal laten mensen zich door hem inspireren om zorg te dragen voor anderen. Nu dienen zich hier mensen aan die zich in onvrijheid gevangen wisten, die een uitzichtloze situatie zijn ontvlucht, niet zelden getraumatiseerd door oorlogsgeweld. Het lukt me niet vanuit het evangelie te denken dat ze niet welkom zouden zijn. Ze niet welkom laten zijn kan wel vanuit de gedachte dat je meer bent dan de ander.

Maar het evangelie haalt nu net die gedachte onderuit. Het evangelie geeft geen praktische invulling van hoe het allemaal moet. Dat is een ingewikkelde klus, waarbij rekening gehouden moet worden met van alles en nog wat. Daar wil ik niks aan af doen – ik wil niet suggereren dat het eenvoudig is. Maar het gaat me om de grondhouding. En vanuit het evangelie zou dat een houding moeten zijn van zorgzame betrokkenheid op wie zorg behoeven. Het evangelie van vandaag spreekt met grote nadruk over dienen. Je zelf niet de grootste achten. En precies dat laatste lijkt te gebeuren als mensen negatief over vluchtelingen spreken. Ze achten zichzelf hoger. Als het er op aankomt lijken we voor te gaan.

Ik heb steeds maar weer het gevoel dat het evangelie ons hier uitdaagt. Persoonlijk, maar ook als gemeente. Juist vanuit ons geloof kunnen we stem geven aan een ander geluid dan het geluid van hen die angst voeden en agressie oproepen. Hoe dat stevig, zelfbewust en sereen kan liet Angela Merkel onlangs horen. Lezend haar woorden in de krant – enige tijd geleden – werd ik er bijzonder door getroffen. Haar werd gevraagd hoe de Duitse christelijke cultuur beschermd kon worden tegen al die vluchtelingen die moslim zijn.
Haar antwoord was: Wij hebben alle vrijheden om onze eigen religie, voor zover we er wat mee doen en ook geloven te belijden.
Wij hebben toch de moed om te zeggen dat wij christenen zijn? Wij kunnen toch de dialoog aangaan met moslims? Wij hebben toch de traditie om ook weer ter kerke te gaan een beetje bijbelvast te zijn? En ze vervolgde: Misschien leidt dit debat er toe dat we weer kijken naar onze eigen wortels en meer kennis van het geloof krijgen? Het raakte me te zien hoe een politicus op grond van haar geloof positie inneemt, en de angst bij anderen in zekere zin bekritiseert, omdat mensen niet meer thuis zijn bij waar de wortels van onze samenleving liggen. Een preek is een lastig medium – er is er maar één aan het woord – terwijl wat er speelt bij uitstek om gesprek gaat. Juist daartoe zou ik willen uitnodigen. Als gemeente van Christus zijn we geroepen altijd weer ten diepste medemenselijkheid te betrachten. Waarbij zij die zich kwetsbaar weten onze bijzondere zorg verdienen. Willen we dienstbaarheid gestalte geven, dan ligt daar een grote uitdaging.

Amen.

Amen.

Ds. Joep Roding
Overweging 18 oktober 2015
P.G. De Hoeksteen – Schoonhoven