Ik zal van Mijn Geest uitgieten

Dit is wat is gezegd door de profeet Joël: het zal zijn – in het laatste der dagen – zegt God: Ik zal van mijn Geest uitgieten over alle vlees: profeteren zullen uw zonen en dochters, de jongsten onder u zullen gezichten zien en uw oudsten zullen dromen dromen.

Dit is wat is gezegd door de profeet Joël. Een oud profetenwoord. Het werd waar, op die Pinksterdag. Het wordt waar in onze gemeente. Dat Tessa, en Yvonne, en Merel en Toby vandaag hun ja-woord zullen uitspreken, is een getuigenis met een profetische kracht. Profeteren, dat is geen blik in de toekomst werpen, geen voorspelling van wat komen gaat. Profetie heeft alles te maken met de tijd waar we nu in leven. Met onze dagen. Het is een getuigen, een spreken van God als de Heer, die onder ons woont. Deze vier jonge mensen vertellen ons daarvan. God is de levende, wij hebben Hem ontmoet. En ons hart is voor Hem.

Dit is wat gebeurt, als de Geest wordt uitgegoten over de gemeente. Dan wordt je zomaar aangeraakt. En ontbrandt er in je binnenste een gloed van geloof, waar je versteld van staat. Dan spreekt een jonge vrouw uit haar hart van Jezus. En vertelt een oudere man aan vijf jonge vrouwen hoe God de grond van zijn bestaan is.

Een oud profetenwoord wordt werkelijkheid. Vandaag. 2000 jaar terug. En altijd weer, als iemand spreekt van de opgestane Heer, de God van ons leven.

Ik zal van Mijn Geest uitgieten

Het is de vijftigste dag van Pasen. De verstilling die Jezus hemelvaart heeft achtergelaten is voelbaar. Hij is niet meer zo nabij als Hij was. Er is een afwezigheid, een leegte ook. De discipelen zoeken elkaar op. Ze zijn bij elkaar, ze bidden, ze wachten.

Je kent er misschien iets van. Van de lege, stille tijd. Hoe er in je hart een gemis ligt, waar maar weinig tegenop kan. Alsof er gaten in je ziel zijn. Een open plek, die zeer doet. Een verlangen naar iets nieuws in je leven. Een kracht, een liefde. Zo op het oog rollen we ons aardig door het leven. Misschien heb je er ook niet al te veel hinder van. Bestrijd je de verveling, de lege stilte, met dingen die je energie geven. Maar met ergens de angst dat het tevergeefs is, het leven.

Misschien zoek je het hier, de hoop dat er onder de gaten een bodem is. Een grond om op te staan.

De kerk kent er ook wel iets van, denk ik, van de lege tijd. We spreken er niet zo gemakkelijk over met elkaar, maar misschien voel je het wel aan. Dat het kwetsbaar is, een gemeente vandaag de dag. Onze verwachting van God is soms zo broos, en van onszelf soms veel te groot. Het leven in deze cultuur maakt ons ook cynisch, denk ik weleens.

Het zijn de laatste dagen, waar Petrus over spreekt, en waar wij in leven. Het zijn onze dagen. En juist in die dagen, precies in die tijd, komt de Geest. Een vol huis, dat hoeft niet gevuld te worden. Een huis waar niets ontbreekt, een mens die alles al heeft, die heeft niets nodig. Maar een leeg huis, daar waar gewacht wordt, daar waar gemist wordt, daar komt de Geest van God. In een leeg leven, waar de gaten gevallen zijn, en je wankel op je benen staat, of allang bent omgevallen. Waar je misschien nog krachtig overeind staat, maar ondertussen je hart verscheurd wordt.

Het zal zijn in die dagen, zegt God de Heer, dat Ik van mijn Geest zal uitgieten op alle vlees. Over al het menselijke van jouw leven, al het menselijke van de kerk, stroomt de Geest van God. Zoals het doopwater straks overvloedig zal klateren in het doopvont, zo giet God zijn Geest uit over jou en jou, en over ons.

Het bloed van Christus dat Hij vergoten heeft op de Goede Vrijdag, keert op de Pinksterdag om in een stroom van leven water. En Christus giet zichzelf uit over jouw leven, om de volheid van je ziel te worden. En de gaten te vullen met zijn kracht.

Over alle vlees. Over elk mens. Van het kind, tot de glazenwasser, tot de thuismoeder en de docent. Tot de oude man en de zieke vrouw. Over al wat menselijk is, komt de Geest, in een overvloed die niet te stuiten is.

Uw zonen en uw dochters zullen profeteren, jonge mensen zullen gezichten zien en oude mensen zullen dromen dromen

Afgelopen week aan tafel deelden we er iets van met elkaar. Het heeft mij geraakt hoe jullie in vrijmoedigheid en overtuiging spraken van God in je leven. Dit is wat gebeurt als de Geest over je uitgegoten wordt. Dan bespeur je iets van God op plekken waar je dat eerder niet zag. Je wordt iets gewaar, er komt een inzicht, dat allesbepalend is voor je leven.

Ik hoor dat als Tessa vertelt hoe ze in het spoor van Jezus wil gaan. Niet het lege, zinloze, geldgedreven leven dat zo mooi lijkt. Maar een leven in Jezus’ spoor, Zijn weg is de beste.

En Yvonne vertelt hoe zij door de diepten heen heeft gezien dat God haar God is. En hoe Hij er altijd was. En dat geen mens bij Hem zal worden afgewezen.

En op een ander moment zei Merel: het is mijn verlangen om gedoopt te worden, samen met Toby. Zo moet het zijn.

Straks zullen zij iets met ons delen van hun geloof. Als je goed luistert dan denk ik dat je er iets in zult horen van het wonder dat God in je leven komt. Ongedacht, en onontkoombaar.

Onze zonen en dochters zullen profeteren. Dat is wat vandaag gebeurt. Dat jonge mensen van God spreken. En in deze dagen iets aanvoelen van waar het om gaat in het leven. Dat is niet heel spectaculair hoor, het is ook niet iets voor een bepaald soort mensen. Nee. Voor gewone mensen zoals jij en jij.

Ze kennen de zuigkracht van het leven, van alles wat aan je trekt en wat je neerhaalt, of verblindt, of afleidt. Daar weet je van. Ik hoor dat in wat jullie vertellen, ik zie het in wat je meedraagt. Maar door de Geest van God ontvang je inzicht, om dat te zien, en je daarvan af te keren. In uw spoor wil ik gaan Heer.

Zonen en dochters profeteren. Jonge mensen zullen gezichten zien en oude mensen dromen dromen. De Geest overstijgt de generaties. Ik hoop dat je dat in onze gemeente ook bespeurt. Hoe deze belofte steeds opnieuw werkelijkheid kan worden.

Veel van ons zijn van een oudere generatie. 60, 70, 80 of ouder. Wat zijn jullie dromen in deze tijd? De samenleving vraagt veel van jullie. De kerk misschien ook wel. Het kan je bitter maken. Of teleurgesteld. Bezorgd ook. Waar loopt het op uit? Wat is dit voor tijd? Komen we hier ongeschonden doorheen?

Is er naast de somberheid ook een vertrouwen? Welke dromen dromen jullie? Wat geeft God je in je slaap? Een van de oudere ouderlingen zei maandag tegen ons, 5 jonge mensen, God is mijn voedsel. Ik vind het in de kerk, daar krijg ik wat ik nodig heb, om het leven te leven in Jezus’ spoor. Dat was een krachtig woord voor ons. Hoe iemand van een hele andere generatie ons de volharding voorhoudt, en hoe dat gezegend wordt.

Deel deze dromen met ons. Oefen je Godsvertrouwen, en deel er van uit.

En jullie, tieners, veertigers, jonge mensen, bijt je niet vast in de maalstroom van de tijd. Luister straks naar wat Tessa en Yvonne en Merel zeggen. En ga bij jezelf eens na, hoe jij je tijd doorbrengt. En of er in jouw leven ruimte is voor de Geest. Wacht op Hem, bid er om. En het zal je gegeven worden, dat je een wijs hart krijgt. En dat je ineens iets van God zult opmerken.

Het is ook een belofte, gemeente, voor de toekomst. Voor de dagen die komen. Jouw zoon, jouw dochter, de kinderen van de gemeente, zij zullen getuigen van God als de levende God. O God, geef ons van uw Geest, dat het zo zal zijn.

Tot slot

Zo komt God met zichzelf, en Hij begiet je met zijn Geest als helder water, als een frisse regenbui die de dingen groen maakt, en helder, en schoon. Hij geeft je woorden om te spreken, een geloof waar je versteld van staat, een zekerheid, dat God het is, die jouw zijn liefde biedt.

Hij geeft ons Zijn naam om je aan vast te klampen. Jezus Messias, mijn Heer en Verlosser. Amen.

Zondag 20 mei, Pinksteren 2018
Handelingen 2: 17
Doop- en belijdenisdienst
Ds. Hanneke Ouwerkerk