In de kerk oefenen we ons in die weg

Mensen hebben de neiging om de dingen te verzieken, schrijft de Britse Francis Spufford (in: Dit is geen verdediging, Francis Spufford). Hij zegt het iets straffer nog, dan dat ik het zeg. Hij maakt geen enkel onderscheid tussen gelovig of ongelovig, christen of heiden of Jood of atheist, of, noem maar op. Zo zijn mensen, schrijft hij. Het christendom is eigenlijk heel realistisch, schrijft hij dan. Want de Bijbel maakt dat zichtbaar. De neiging van elk mens om de dingen te verzieken. En je dacht dat jij niet zo zou zijn, tot je ineens merkt, o ja, ik heb die neiging ook.

En daarom noemt Francis Spufford de kerk, de gemeente, een verbond. Een alliantie, een verbond van schuldige mensen. We herkennen allemaal iets bij elkaar, in onze zwakheid, in ons falen, in onze zonden.

Ik denk aan de discipelen na Pasen. Een klein verbondje, 12 mannen. En stuk voor stuk hebben ze hun vriend, Jezus, in de steek gelaten. Niemand van hen maakte een andere keus. Allemaal trokken ze hun handen van Jezus af, toen de dood dichtbij kwam. Iets van verraad, van ontrouw, ze hebben zich er allemaal schuldig aan gemaakt.

Denk je eens in hoe ze elkaar weer ontmoeten, na de Paasmorgen. Hoe zou dat zijn? Durven ze elkaar de hand te geven, in de ogen te kijken? Ik stel mij voor, dat ze zich kapot schamen, voor elkaar. Voor Jezus. Dat er een pijn in hun hart ligt, een gewondheid, een schuld. Maar Jezus komt bij hen, Hij eet met ze, Hij deelt van zijn vrede. Er wordt iets hersteld, van wat gebroken was. Niet dat het dan vergeten is, nee, ik denk dat ze het altijd ergens met zich meedragen, de herinnering aan die nacht van Jezus’ dood. En toch, er is door Jezus iets van recht gezet. Ze kunnen Hem weer in de ogen kijken. En elkaar.

Biechten

Ik denk dat het één van de moeilijkste dingen is, om eerlijk te zijn naar je partner, naar je vriend, je moeder, over je schuld. Over een misstap die je bent begaan. Een zwakte waar je opnieuw in viel. Veel van ons dragen toch iets van een masker. Je probeert jezelf al snel iets mooier, iets beter, voor te doen dan je bent. Ergens in je leven verlies je soms het vertrouwen dat je kwetsbaar kunt zijn. Het vertrouwen dat daar geen misbruik van gemaakt zal worden.

Je ziet het soms in een familie. Als een broer, een dochter, een keuze heeft gemaakt die schade toebrengt. Aan een geliefde, een kind. Een ouder. Het komt voor dat diegene dan buiten de deur wordt gezet. Niemand wil meer iets met hem of haar te maken te hebben. Hij krijgt niet eens de kans om te erkennen dat het niet goed was. De bijl is gevallen, het kwaad gesticht. En er is geen herstel meer mogelijk.

In de politiek en de samenleving zie je dat ook heel sterk natuurlijk. De voorbeelden van politici die afgetreden zijn vanwege een leugen, vanwege fraude, dat keert steeds weer terug. En in de kerk zie je dat soms ook gebeuren. Begaat iemand een openlijke fout, doet iemand een zichtbare zonde, dan wordt er aan de ene kant nooit over gesproken, met die persoon, het wordt onder het kleed geveegd, waar het ligt te broeien. Of diegene wordt geweerd, uitgesloten.

Het is moeilijk om eerlijk naar elkaar te zijn. En om mild naar de ander te zijn.

En nu liggen er juist in de kerk, in de Bijbel, vormen, woorden, overtuigingen, die ons helpen om hier een goede weg in te zoeken met elkaar. Als een soort oefening die we aangaan.

Denk even aan de kerk als een verbond van schuldigen. Als je jezelf leert kennen, dan zul je ook niet zo snel meer schrikken van de schuldigheid van je broeder of zuster. Omdat je zelf weet hoe je door jaloezie gegijzeld wordt. En je vriendin eigenlijk dat ene misgunt, wat je zelf zo graag wilt hebben.
Omdat je weet hoe je zelf je positie in je bedrijf, of in de kerk, op een verkeerde manier inzet. Je merkte ineens hoe je, zonder dat je het eigenlijk doorhad, iemand gedachteloos aan de kant schoof om zelf de eerste plek te bemachtigen.
Je probeert het niet te doen, maar telkens weer spreek je kwade woorden. Over je buurvrouw in de kerk, over die ene ouderling, over dat kind van die mensen daar achteraan… Het is een soort gif dat zich verspreid in jou, in de gemeente.
En wie zal vermoeden dat jij al jaren ontrouw bent? Dat je je huwelijk niet eens meer probeert te redden, maar allang met iemand anders in zee bent gegaan.

Dat is wat er in ons huist. En het zou je niet moeten verbazen, als je het hoort van een ander. Omdat je weet dat jezelf lang niet zo vlekkeloos en zuiver bent als je zou willen. In de kerk zouden we niet te snel moeten schrikken van de zonde die een ander begaat. Dat weten we toch, zo zijn wij?

Voordat ik verder ga is het wel goed om twee dingen te zeggen over het moeizame begrip zonde.

Het eerste is dit: er zijn genoeg dingen die ‘zonde’ genoemd worden, maar die dat niet zijn. En er zijn dingen die geen ‘zonde’ genoemd worden, maar het wel zijn.
Wat het wel is? Een vervreemding van God, dat je je van Hem afkeert. Terwijl we geroepen zijn om Hem te dienen als onze Heer.
Denk even aan de Tien Geboden, die zo beginnen: Ik ben de Heer, uw God.
Dat is het eerste, erken God als onze Heer.
De Tien Woorden weerspiegelen iets van het goede dat van daaruit gevraagd wordt: God liefhebben boven alles, en je naaste als jezelf.

Het tweede is, wij zijn complexe wezens. Onze daden bestaan uit lijntjes die allemaal door elkaar lopen. Van onmacht, en onwetendheid, vanuit een gemis, een verdriet, tot zonde en doelbewust kwaad. Je kunt het niet altijd ontrafelen. Het is goed om je daarvan bewust te zijn. Soms worstel je ergens mee en noem je dat een zonde, maar is het dat eigenlijk niet. Soms probeer je je te verschuilen achter verontschuldigingen, terwijl je er zelf voor gekozen hebt om een bepaalde stap te zetten. Wees daarin eerlijk naar jezelf. Mild, als dat nodig is. Maar ook eerlijk, als dat moet. En misschien, misschien weet je vaak wel wat er in je doen en laten zit, waarvan je zegt, dat is niet goed te praten, hoe graag ik dat ook zou willen.

Kunnen wij ons in de christelijke gemeente oefenen in de biecht? Niet perse in traditionele zin, in de biechtstoel, altijd bij dezelfde persoon. Waarbij je elke keer weer hard moet denken welke zonden je nu zult noemen.
Maar op een laagdrempelige, eenvoudige manier. Op een moment dat je merkt: ik moet dit delen. Het verstikt mij, het belemmert mijn toegang tot God. Ik kan niet meer bidden.

Je hebt een jarenlange vriendschap op het spel gezet door een geheim door te vertellen, waarvan je wist dat het nare gevolgen zou hebben voor je vriend. Toch deed je het. Nu, jaren later, zit het je nog altijd dwars. Je wist vanaf het begin dat je er niet goed aan deed. Bij jou in de kerk zit een vrouw, ze knikt altijd zo vriendelijk naar je. Op een dag, na de kerkdienst, spreek je haar aan. Mag ik een keer bij je langs komen?
Die week ga je bij haar langs en je vertelt haar wat je hart belast. Ze luistert naar je. Ze bidt voor jou. En in Godsnaam zegt ze: het is je vergeven. Maak het nu ook goed met je vriend.

Zoiets. Heel eenvoudig eigenlijk. Ik weet dat die dingen gebeuren, in onze gemeente, op andere plekken. Dat een jongen of meisje zijn hart uitstort. Schaamtevol, vanwege de rotte dingen in haar leven. Dat een vrouw eindelijk opbiecht wat haar al jaren in de greep heeft. En een man zijn schuld erkent. En in de eenvoud van een gebed, worden er woorden van vergeving gesproken. En gebeurt er iets van Pasen, daar, in die ontmoeting.

Ik hoop dat je het kent. Of dat het je gegeven zal worden om mee te maken. Of je nu degene bent die biecht, of degene die bidt. Ik stel mij zo voor dat er in je leven momenten zijn waarop je de beide kanten hebt leren kennen. Dat je biecht bij de vader van een goede vriend. En dat jaren later de dochter van een vriendin bij jou komt. En jij voor haar bidt.

Biecht als weg naar heelheid

Zonde wil met de mens alleen zijn. Probeert alles in het verborgene te houden, in de duisternis. Maar als het aan het licht komt, als er over gesproken wordt, dan is de macht gebroken. Dan breekt er een bepaalde ban, een vloek wordt als het ware opgeheven. En voorzichtig kan er een nieuwe weg gevonden worden.

Ik heb er weleens iets van meegemaakt. Wat er gebeurt, als zonden aan het licht komen. Een moeizaam proces, van pijn en schaamte en verdriet. Maar ook een heel helend proces. Waarin iets van de genade van God op het sterkst zichtbaar wordt.

En weet je, daarna hoef je het er ook niet meer over te hebben, dan gaat het om andere dingen. Om de trouw van God, om de overvloed van zijn genade. En als jij je zonde hebt beleden, dan kun jij er, wie weet, op een ander moment voor iemand anders zijn. Die bij jou komt met zijn schuld. En aan wie jij vergeving vertelt.

Christus de levende Heer is niet zichtbaar in ons midden. Maar wel zichtbaar op deze manier; Hij geeft aan jou en jou, aan ons als gemeente, het mandaat, de mogelijkheid, om zonden aan te horen én om te vergeven.
Indrukwekkend is dat. Groots ook, misschien kun je je er nog weinig bij voorstellen.
Wat een kracht ligt er in de christelijke gemeente, als wij dit serieus nemen!

Ik zie je hier zitten. Er gaan dingen in je om, geen mens weet er van. Het zijn dingen die je kunnen verstikken, en neerdrukken, waar je zelf nooit uitkomt. En je denkt, hoe kan ik er ooit over spreken? Ik word veroordeeld, en afgewezen, en weggeduwd.

Mag het zo zijn dat je een mens vindt, in de gemeenschap van christenen, die naar jou luistert. Zonder oordeel. En die je vergeeft. In Christus Naam.

In de kerk oefenen we ons in die weg. Dat is niet de makkelijkste weg. Wel een heilzame weg. Van luisteren naar elkaar, en van elkaar vergeven. Omdat we allemaal mensen zijn, met onze goede, krachtige, zuivere dingen, maar ook onze nare, donkere, slechte kanten.

Het gebed van een broeder of zuster voor jou, maakt iets heel, wat stuk gegaan was. Een oprecht gebed heeft een kracht, die ik opstandingskracht noem. Dat iets van Chrisus licht over jou schijnt. En een vreugde brengt, die je eerder niet kende.

Er komt een nieuwe openheid, om naar je medemens te kijken, in de kerk, in je straat, op je werk. Je wordt milder. Je oordeelt niet meer zo snel.
En er komt een nieuwe verbinding met God. Het struikelblok is voor even opgetild, even krijg je een kijkje in de diepte van Jezus’ liefde voor jou. Hij vergeeft mij, als ik mijn zonde belijdt.

Als wij zo voor elkaar broeder en zuster zijn, dan ben je voor de ander als Christus. Dan is jouw gebed, jouw vergeving, een krachtig teken van de aanwezigheid van God in ons midden.

Moge het zo zijn, amen.

Zondag 8 april 2018, 18.30 uur
P.G. de Hoeksteen
Themadienst ‘de biecht’
Ds. Hanneke Ouwerkerk