Parkdienst Schoonhoven

In die roeping zul je jezelf leren kennen

Afgelopen zondagavond was psychotherapeut Esther Perel bij Zomergasten. Geen lichte kost, wel zeer de moeite waard. Ze sprak met wijsheid en mildheid. Ik hing aan haar lippen, moet ik bekennen. Een van de dingen die mij bijbleven, ze vertelde over haar ouders, beiden joods, die de kampen overleefden en elkaar na de bevrijding ontmoetten en trouwden. Haar ouders woonden in Antwerpen in een omgeving waar nauwelijks joden woonden, heel bewust vermeden ze de joodse context. Toen Esther 6 was besloten ze haar toch naar een joodse school te sturen, om te weten wat haar wortels zijn, waar ze vandaan kwam. Zij probeerden mij een ‘volle identiteit te geven’, zei Esther.

Een volle identiteit. Dat is, dat je als modern mens, weet wat je bronnen zijn, waar je betekenis in vindt en je daardoor laat vormen voor het leven vandaag. De teksten lezen, horen bij een gemeenschap, rituelen die betekenisvol zijn. Weten wat je verleden is, wat er vandaag de dag gaande is, en zo bagage te krijgen voor de toekomst.

Ik denk aan het bergdorpje waar wij afgelopen zomer een paar weken doorbrachten. Rocca Gloriosa in Italie. Op zondagochtend bezochten wij de plaatselijke kerk. Op het kerkplein groepjes mensen. Binnen werd gebeden, 6, 7 oudere dames die hardop hun gebeden baden. Ondertussen stroomde de kerk vol. Oude mensen, vijftigers. Jonge mensen, kinderen, tieners. Een jonge pastoor, in spijkerbroek kwam hij aangelopen, 10 minuten voor tijd.
Weinig verstonden we ervan. Maar de klanken, de gebeden, het Godshuis, het raakte mij om daar te zijn. En om even in die gemeenschap opgenomen te worden. En ik dacht, wat een zegen dat zo’n klein dorpje zo’n levendige gemeenschap heeft waar wordt gezongen en gebeden en samen geleefd. De kinderen zien hoe hun ouders en grootouders dat doen. Grootouders zien hoe hun kleinkinderen het weer overnemen. Zo wordt een identiteit gevormd. Zo leer je oude krachtige teksten te horen, te overdenken, te verstaan. Zo leer je te vertrouwen op God. Vol te houden, en te bidden. Een volle identiteit.

En het Woord van vandaag vertelt ons dat wij niet zelf hoeven te bedenken wat we willen bewaren, waar we ons door laten vormen. Maar dat het ons gegeven is. De naam van God heeft Hij ons zelf genoemd. God brengt zichzelf in het leven ter sprake. Wij hoeven niet te bedenken wie Hij is, en hoe Hij heet. God zegt het ons aan. En wij horen dat vandaag.

Roeping en antwoord

Maar het is Mozes, de Egyptische prins, niet al te best vergaan. Ondertussen is hij bij vreemden beland. En brengt zijn dagen door als herder van een kudde, die niet eens van hem zelf is. Hij hoedt de schapen van zijn schoonvader. Op een plek waar het stil is, uitgestrekt, en ik stel mij voor, heel eenzaam. De woestijn. Het tekent zijn leven. Het paleis heeft hij verruild voor de woestijn. Een beproeving, de lange, lege tijd. De uren die verglijden. Mozes heeft iets heel verlatens, en gedesillusioneerd.

In die stille eenzaamheid wordt zijn aandacht getrokken. Hij wijkt van zijn weg af, staat er. De engel van God, later blijkt het God zelf te zijn, trekt zijn aandacht. Een brandende struik, een vurige gloed, maar de struik wordt niet verteerd.

De droge, eindeloze stilte waar Mozes in verkeert, wordt zomaar doorbroken. Door een stem, waarvan iemand zei, het was als de stem van zijn vader.

God spreekt hem aan: Mozes, Mozes! En ik stel mij voor dat er een tederheid in klinkt, een gloed van liefde, en van goddelijke kracht, die Mozes doet ontbranden. De heiligheid van God, die als een laaiend vuur is, als een gloed die je eerbiedig afstand doet houden. Maar het vuur verteerd niet. Het is niet dodelijk.

Hinneni, hier ben ik, antwoordt Mozes!
Zo ontmoetten die twee elkaar. God. En Mozes.

Wij hebben het uit de 2e hand, die ontmoeting. Mozes heeft ervan verteld, het is opgeschreven en klinkt vandaag, 2018, in de Hoeksteen. En zomaar vraag je je af, kan dat, gebeurt dat nog, dat God zo spreekt. Zich zo bekend maakt? Sommigen hebben dat sterk ervaren, een moment waarin God zich aan hen bekend maakte, zo direct, zo duidelijk, dat het onontkoombaar was. Maar de meesten van ons moeten het doen met deze verhalen, van Mozes, van anderen.

Maar toch, dan kan het zomaar gebeuren, dat jij ineens als Mozes wordt. En je door de kracht van het verhaal heen, God ontmoet. Dat de Geest het zo maakt, dat je niet alleen de naam van Mozes hoort, maar ook jouw eigen naam. Daarom bidden we in de kerk of de Geest ons zo opent, dat wij horen dat God ook mijn naam noemt. En jouw hart aanraakt. En dat kan zomaar gebeuren, zelfs, of juist, op momenten dat je het niet verwachten zou.

En het is precies deze ontmoeting tussen God en Mozes, die ons leert om te wachten op God. Tot Hij spreekt. En daarom komen we hier, of luisteren we mee. Want nu weten wij voorgoed dat God eens van zich zal laten horen. En in die ontmoeting, leren wij Hem kennen.

Wie is God?
Wat weten wij van Hem.
Maar dit is ons gegeven, zijn stem. En zijn naam. Hij spreekt, en Hij is aan te spreken.

Zo leer je God kennen. In de ontmoeting. Hij spreekt je aan. En jij geeft antwoord. Of niet. Maar hier te zijn, maakt al iets zichtbaar van het antwoord dat je geeft, denk ik. In ieder geval ga je de ontmoeting met God niet uit de weg.

Heb je Hem gehoord? Of wacht je al lang. Ben je bang dat je nooit zijn stem zult horen? Lees Exodus 3, desnoods elke dag. En lees het als een langverwachte brief, van God aan jou. Hij spreekt. Vandaag. En gisteren. En morgen.

Hier ben ik.

Je kunt ook wegrennen. Je oren toestoppen. En misschien doe je dat ook weleens. Of heb je dat lange tijd gedaan. Niet willen horen dat God je aanspreekt. Dat kan. Die verleiding kan aan je trekken. En hoe vaker je je omdraait, hoe makkelijker het wordt. Je voelt ook wel aan, denk ik, als God je roept, en je naam noemt, dat is geen kleinigheid. Makkelijker is het, om naar je eigen stem te luisteren. Om je hart te volgen, en je eigen spoor te trekken. Die kracht kennen we allemaal. En niemand zal het je kwalijk nemen, want het is de weg die de meeste mensen gaan.

En dan horen wij vandaag de stem van de Heer, die naar je vraagt.
Waar ben je?
Wie ben jij?
Ik wil je ontmoeten.

En jij? Duik je weg? Zwijg je. Wacht je al jaren met een antwoord?
Of is het onontkoombaar. Hier ben ik Heer. En o, met dat antwoord weet je dat de dingen anders zullen worden. Dat er strijd zal zijn. En moeite. Dat er ook vreugde zal zijn, en vrede. Hier ben ik.

God en mens – wie ben ik?
In de toewijding van Mozes aan God, geeft God zijn naam prijs. Zijn identiteit. In een soort tedere ontmoeting.
Jij bent Mozes.
Ja Heer.
Ik ben God, de God van je vader, en van Jozef, je kent ze wel.

God is altijd de God van iemand. Geen vaag, onnoemelijk, onkenbaar wezen hoog boven in de hemel. Maar Hij is de God van…
je vader, die zo zichtbaar maakt dat God in hem woonde.
Hij is de God van je oma, die zo’n innig vertrouwen had op haar Heer.
Hij is de God van je zoon, die een diep verlangen naar Hem heeft en Hem van harte dient. God is de God van mensen.

Ik vind dat heel ontroerend, hoe God zichzelf ook bekend maakt als de God van je vader. Amram, de vader van Mozes, wordt nauwelijks genoemd in Mozes’ leven. Misschien dat Mozes hem nauwelijks kende. Maar God noemt zijn vader, en maakt zo zichtbaar hoe Hij door de generaties heen zijn weg gaat met mensen. Geloof van vaders en moeders en grootouders, dat gaat niet zomaar verloren, maar duikt ergens weer, soms een paar generaties later.

En alsof God de onuitgesproken vraag van Mozes hoort, de vraag waarom God zijn volk niet bevrijdt, alsof God die onuitgesproken vraag gehoord heeft, antwoord Hij. Ik heb dat wel gezien. Ik weet daarvan. En ik hoor het. En jij moet gaan om het volk te bevrijden in mijn naam.

….

Maar Mozes kan alleen maar antwoorden. Wie ben ik?

In het licht van Gods naam, wordt Mozes wankel en onzeker. Wie ben ik? Alsof, in de nabijheid van God, alles wat je voor anderen nog kon ophouden, ineens verkruimelt.

Esther Perel, de psychotherapeut uit Zomergasten, vertelt wat zij gebeuren ziet. Hoe elk mens een verhaal creëert van zijn eigen leven. Dat je allemaal een stukje laat zien, van wat je wilt laten zien. Maar de meeste dingen, die weten we niet van elkaar. We schrijven als het ware ons eigen verhaal, soms letterlijk, op Facebook, in woorden of met foto’s, met de dingen waar we trots op zijn, of gelukkig van worden. Maar het is een heel onaf verhaal.

Dat blijkt soms ineens, als iemand in je omgeving een keuze maakt, waar je versteld van staat. Jij? Ja, wist je niet dat ik daarmee bezig was. Nee, dat wist ik niet. Als ouder kun je soms verteld staan om een richting die je kind uitgaat en waarvan je niet wist dat ze daar überhaupt mee bezig was. Of je partner die ineens zijn baan opzegt en experimenteert met wat klussen hier en daar en ineens de vrijheid zoekt.

En als je oud bent, en je brengt veel dagen alleen door, dan beknelt die vraag soms zo. Wie ben ik, zonder mijn man, zonder mijn vrienden, zonder mijn werk. Wie ben ik, als er zo weinig mensen nog bij mij zijn.
Sommige tieners zijn deze weken voor het eerst naar de middelbare school, of in een nieuwe klas gekomen. De spanning, hoe kom ik over, wie ben ik in vergelijking met die ene meid, die ene jongen, dat kan je dagenlang, soms nachtenlang bezig houden.
En je probeert goed te kijken naar wat je vriendinnen zeggen en doen, wat je wel en niet aan moet trekken. Je doet mee met dezelfde games als andere jongens uit de klas, om vrienden te maken, contact te leggen. En soms verdwijn je zelf, raak je kwijt wie je eigenlijk was.

Wie zijn wij? Wie ben ik? En dan, in het licht van God, dat dat verhaal dan zo afbrokkelt. Dat je bij God in de buurt wel merkt, wie ben ik eigenlijk? Alsof de heelheid, en het licht, van God, je ineens zicht geven op je hart, en je gedachten. Misschien schaam je, en bid je daarom ook niet vaak. Misschien schaam je je, voor God, en voor jezelf, om wie je geworden bent. En mijd je daarom de kerk, en de gemeente. Of overschreeuw je jezelf en zing je uit volle borst een lied dat je eigenlijk afstoot.

Het is óók een angstige vraag, van Mozes. Van jezelf. Ik weet niet wie ik ben Heer. Ik ben mezelf kwijt geraakt, heb het eigenlijk nooit goed geweten. Je kunt alle kanten op, met die vraag. Je kunt je leven een compleet andere wending geven. Een wereldreis maken. Een ander geluk zoeken. Maar de vraag blijft. Wie ben ik?

Je kunt er ook mee naar God gaan. Naar de God van wie je gehoord hebt dat Hij trouw is, en waarachtig. Ik ben de God van mensen, zegt Hij. En Mozes zegt, maar wie ben ik?
Dan antwoordt de Heer: Ik zal met jou zijn.
Mijn naam is, Ik zal er zijn, zoals Ik er ben.

Stilte…

Is dat een antwoord op de vraag van Mozes? Niet echt. Of toch wel.
Wie ben ik? Een mens, gekend door God. Genoemd door Hem, Hij weet hoe ik heet. Hij kent je naam. En roept je om met Hem op weg te gaan.

In de ontmoeting met God, kun je bestaan. Alleen in de ontmoeting met God. Misschien zul je dan ook merken dat je wat minder met jezelf bezig bent, gaandeweg. Dat je in de buurt van God steeds weer op Hem gericht wordt, en niet zoveel meer bezig bent met jezelf. Dat er iets van een kalmte komt in je hart.
En tegelijk, soms blijft dat je leven lang, die vraag, die worsteling, naar jezelf. Ik hoop dat je in de nabijheid van God ook iets van vrede ontvangt.

In de Godsnaam klinkt de naam van Christus door. Die tegen zijn leerlingen zei: Ik ben het licht van de wereld. Ik ben het brood dat leven geeft. En Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van de wereld. Jezus draagt de naam van zijn Vader. Ik zal er zijn, zoals ik er altijd ben geweest.

Tot slot

Mozes wordt geroepen. En Mozes wordt gezonden. Ga naar je broeders en zusters van Israel. En ga naar de farao. Hij krijgt een bijzondere roeping. Anders dan de meeste mensen dat krijgen. Hij moet zijn volk leiden en bevrijden. Een bijzondere, hele specifieke roeping.

Maar tegelijk, als je de stem van de Heer hoort, en je antwoordt Hem met je leven, dan zul je gezonden worden. Jij en ik, wij hebben een roeping voor elkaar. Als gemeente. En je hebt een roeping voor de plek waar je woont, de mensen en kinderen die je gegeven zijn. Soms wordt je heel specifiek, heel concreet geroepen voor die ene mens, voor dat ene kind. Vaker is het dit. Mens zijn op de plek waar je leeft. Om te dienen. En de naam van God te dragen. Als een belofte voor elk mens die je tegenkomt.

En in die roeping zul je jezelf leren kennen. In je zwakte, en in je kracht. In je angst, en in je vreugde. Wie ben ik Heer? En God zegt vandaag, en morgen, en alle dagen: Ik zal met je zijn, zoals ik er altijd ben geweest.

Zondag 9 september 2018
Exodus 3: 1-15
Ds. Hanneke Ouwerkerk
PG de Hoeksteen