doopdienst-18-juni-2017

In het water van de doop huist een kracht

In het water van de doop huist een kracht, waarvan je misschien niet vermoeden kon dat die er was. Tot je bij de doopvont staat, en het water over je kind stroomt, en zegenende handen over hem uitgestrekt worden. Er ligt een kracht in de doop, die dieper gaat dan een kerkelijke gewoonte. Het geheim van God, die zich voorover buigt, en je aanraakt. En wat zijn hand heeft aangeraakt, daar zal Hij zijn hand nooit meer van los trekken.

Dit schrijft de Amerikaanse predikant John Ames aan zijn zoontje, in het boek Gilead van de schrijver Marilynne Robinson. Ik dacht er aan, deze week, in de aanloop naar deze dag. Hij schrijft: ‘There is a reality in blessing, in baptism.’ De zegen van de doop is een werkelijkheid. Daar gebeurt werkelijk iets.

Ik dacht er ook aan, omdat in wat jullie mij vertelde, ik iets hoorde van het vertrouwen op die kracht van de doop. En van God. De kerk is jullie niet vreemd, het geloof ook niet. Het is je overgedragen, van generatie op generatie. Maar je merkt allemaal dat je er een eigen weg in gaat, in de loop van de tijd.

Het ontroerde mij om daar iets van te horen. Jullie vertelden over je belijdenis, als een krachtige onderstreping van je doop. Over de weg die je samen zoekt, hoe je een weg terug vindt naar de kerk, hoe je samen zoekt naar een plek waar je kind God ontmoeten kan.

En hoe de doop voor jullie de kracht in zich draagt van een nieuw begin. Een leven met God.

Vandaag ontmoeten we drie moedige vrouwen, Jochebed, Mirjam en de dochter van de Farao. Drie moedige vrouwen, die tegen de heersende krachten ingaan. Tegen de kracht van geweld. En van macht. En van slavernij.

Er is een farao in Egypte die zijn macht bedreigd ziet, en de Israëlieten tot slaaf maakt. Ze zijn met teveel, en hij beveelt de jongetjes die geboren worden in de Nijl te gooien. Dat is de sfeer waarin Mozes geboren wordt. Macht. Onderdrukking. Doodsheid.

Er ligt veel pijn in het levensbegin van Mozes. Hij mag er niet zijn. Hij mag niet van zich laten horen. Het heeft zijn weerslag op Mozes, tot in zijn laatste dagen. Ik denk dat er moeders zijn, en vaders, die hier iets van herkennen. Van de diepe pijn om je kind, of het nu jonger of al ouder is. Van de onmacht om je kind te behoeden voor wat sterker is dan jij.

Ik denk dat het goed is dat je je bewust bent van de sfeer waarin je kinderen groot worden. Waarin je zelf leeft. Martin Luther King bijvoorbeeld wist heel scherp aan te wijzen wat de negatieve krachten waren in de samenleving toen. Een diep geworteld racisme, waar hij de strijd mee aanbond. Maar hij was zich ook bewust van de zwakte in eigen kring. Van de invloedssfeer waar hij zelf en de mensen om hem heen in leefden.

Soms ben je je sterk bewust van de krachten die werkzaam zijn in je leven, in de cultuur. Het viel mij op afgelopen week hoeveel aandacht er uitging naar een onderzoek naar twintigers, hoe extreem veel mentale druk zij ervaren. Ik zie jullie hier zitten, misschien herken je het. De druk om alles goed te doen, uit te blinken in je studie, je werk, je vriendenkring. En hoe verschrikkelijk moe je daarvan wordt. En onzeker. En perfectionistisch.

Ach, het is een van de vele onderzoeken, en elk mens is weer anders. Voor de een is het heel herkenbaar, vermoed ik, terwijl een ander er vrijer en luchtiger instaat. Maar het houdt mij wel bezig. Wat maakt dat er zo’n klimaat ontstaat van druk op jonge mensen? En voor wie is dat goed, wat doet dat met een samenleving, waar brengt ons dat?

Het is goed als je wat weet hebt van de tijd waarin je leeft. En als je moedige mensen om je heen hebt, die niet zomaar met alle winden meewaaien. Maar die dapper zijn, en tegenwicht bieden. En wie weet, word je met Gods hulp zelf een moedig mens in deze tijd.

God werkt veel in de verborgenheid. Wij zien vaak niet welke wegen Hij gaat, hoe Hij nabij is. Waar we Hem opmerken. Er zijn tijden dat je dat ervaart als diepe pijn, als een aanvechting in je ziel. Daar hoef je je niet voor te schamen, dat is de ervaring van velen, denk ik. Daarom zijn ons deze verhalen gegeven denk ik, daarom geeft God ons zijn Woord, en vertellen wij aan elkaar van de Levende, die zomaar van zich laat horen.

Want door een moedige moeder, Jochebed, door een sterke, heidense vrouw, de dochter van de Farao, breekt God binnen. En wordt een jongetje van 3 maanden oud uit het water getrokken. Om het volk Israel van God te spreken.

Mozes’ moeder maakt een arkje. Wat Noach in het groot maakte, maakt Jochebed in het klein. Wij kennen het vaak als mandje, maar het is hetzelfde woord als de boot die Noach bouwde. Een ark. Ongewild geeft ze gehoor aan het bevel van Farao, haar kind in het water van de Nijl te leggen. Maar om hem heen heeft ze een dragende kracht gebouwd. Een arkje waarin ze hem neerlegt.

Het zijn de handen van God, waarin ze haar kind in bewaring geeft. Voor de dood kan ze hem niet behoeden. Tegen het water kan ze hem niet beschermen. Maar aan God vertrouwt ze hem toe.

Zoals jullie als kind alle vier door je ouders aan God zijn toevertrouwd. Je bent gedoopt, het water heeft je getekend. En je hebt gemerkt, onderweg in je leven, hoe Hij er is voor jou. Het blijkt waar te zijn, dat Hij de levende is. En daarom ben je hier vandaag, met je kind.

De dochter van de Farao heeft de moed om tegen haar vader in te gaan. Ze ontdekt het kleine arkje, en haar hart wordt ontroerd door het huilende ventje. Ze begrijpt ook wel dat het een Hebreeuws jongetje is. En ze begrijpt ook wel dat Mirjam zijn zus is, en het ventje naar zijn moeder terugbrengt.

Maar ze aarzelt niet. En met haar moedige daadkracht bewaart ze Mozes voor het leven. Ik heb hem uit het water getrokken, zegt ze. Niet wetend dat zij Gods werk doet.

Een Mozes te zijn. Een kind, een mens, die uit het water getrokken wordt. Dat is wat je gegeven wordt in de doop. Een Christuskind te zijn. Het is de werkelijkheid van de doop. Dat God je aanneemt tot zijn kind. Zoals de dochter van Farao Mozes in haar hart sloot. Ze adopteerde hem met hart en ziel. Het water tekent je met de naam van God. Hij ontfermt zich over jou, zoals een moeder zich ontfermt over haar kind. Hij adopteert je, neemt je aan als zijn eigen kind.

Ik leg de namen van mijn kinderen in Uw handen,
graveer Gij ze daarin met onuitwisbaar schrift.

In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, amen.

Exodus 2: 1-10
Zondag 15 juli 2018, 9.30 uur
P.G. de Hoeksteen
Ds. Hanneke Ouwerkerk