Is er in die chaos nog iets zichtbaar van God?

Viva Vox
De tieners vroegen afgelopen week op catechisatie: waar preek je zondag over? En ik moest kleur bekennen. De zonen van Eli.

De lezing van vanmorgen is geen gemakkelijke lezing. Integendeel. We schrikken op van de scherpe woorden die klinken. Moeten we dan maar niet komen? zeiden de tieners vervolgens. Juist wel! heb ik gezegd. En jullie zijn er, goed is dat. Maar gemakkelijk is het niet.

Hebben we hier behoefte aan in deze barre tijden, zo’n dramatisch verhaal over slechte mensen. Is dit nu een woord van hoop?
Of is dit juist een woord van hoop? Een evangelie dat de werkelijkheid niet ontkent, maar een uitweg biedt uit de wanhoop. Waar in de chaos van goddeloze priesters een kind dicht bij de Heer opgroeit. Samuel, door zijn moeder toegewijd aan God.

Want chaos, dat is het. De zonen van Eli, Chofni en Pinechas, zijn priester in het heiligdom bij Silo. Een eenvoudig lemen gebouwtje waar mensen offers brengen. De priesters zijn er om God te bidden om vergeving en verzoening. Om het heil te bemiddelen, zoals dat genoemd wordt. Tussen God en mens maken zij iets zichtbaar van Gods goedheid en zijn genade.

Maar de zonen van Eli maken misbruik van hun roeping. Ze hebben God uit het heiligdom gebannen en zijn zelf op de troon gaan zitten. Geen mens kan nog terecht bij God met de last van zijn leven, want de priesters nemen alles voor zichzelf.

Wil iemand een offer brengen, dan jatten Choni en Pinechas het vlees nog voordat de rook heeft op kunnen stijgen naar God. Zoekt een wanhopig mens bescherming bij God, dan komen de priesters om desnoods met grof geweld die mens weg te sturen en het offer voor zichzelf te nemen. Ze delen het bed met allerhande vrouwen die dienst deden bij het heiligdom. De priesters eigenen zich alles en iedereen toe. Vrouwen en offers, ze namen het tot hun bezit.

Een grove ontheiliging van Gods naam. Verschrikkelijk als dat gebeurt. Mannen van God die het zicht op God juist belemmeren. God verdwijnt volledig uit beeld en mensen weten niet meer waar ze het zoeken moeten. Je komt er volledig zelf voor te staan. Waar vind je dan redding en bevrijding? Op wie stel je dan je hoop?
Het is een doodzonde die de zonen van Eli hier begaan. Niet voor niets worden ze zonen van de duivel genoemd. Verschrikkelijk als je zo genoemd wordt, en het maakt ergens iets zichtbaar van de ernst van hun doen en laten.

Geroepen om mensen te brengen bij God, maar die roeping misbruiken om er zelf beter van te worden. God interesseert ze niets, maar de mensen interesseert ze ook niets.

Deze hele geschiedenis maakt scherp zichtbaar hoe ons heil God aan het hart gaat. Zijn eer is het om zich bekend te maken, om ruimhartig uit te delen van zijn goede gaven, zijn overvloedige genade.
En als het evangelie niet meer klinkt, als er niemand is bij wie je terecht kunt voor je heil, wat blijft er dan nog over?

Het is niet om het even wat hier gebeurt, in de kerk. Het is niet om het even of er uit de Bijbel gelezen of zomaar een willekeurig boek wat ons toevallig aanspreekt. Hier in de kerk, huis van God, wordt brood en wijn gedeeld als zichtbaar teken van Gods genade. Hier wordt het evangelie gelezen en verkondigd, waarin Gods levende stem tot ons spreekt, door zijn Geest.

Vanzelfsprekend is het niet om naar de kerk te gaan. Soms, als je jaren en jaren die gewoonte hebt en hier nog altijd komt, maar vanzelfsprekend is het niet. Als je het een tijdje laat gaan, dan weet je hoe moeilijk het is om de stap weer te zetten. Ik weet dat de tieners niet staan te springen om naar de kerk te gaan. Het is vroeg na een gezellige zaterdagavond, de preek is moeilijk, de liederen onbekend. Het is niet vanzelfsprekend dat jullie hier zijn.

Maar weet je, wat hier klinkt in de kerk, wat er in de Bijbel staat, je hebt het nodig om te leven. Het bevrijdende woord van de Heer die zegt: Ik zal er zijn. Als je dat nooit meer hoort, woorden van de levende God, dan komt alles aan op jezelf. Op je ervaring, je gevoel, wat je meemaakt. Je staat er alleen voor.
Laat je aanspreken door het Evangelie. En neem het mee voor morgen, voor de week die komt.

God spreekt door zijn Woord. Het was een van de hartekreten van Maarten Luther, de grote hervormer. Gisteren was de jaarlijkse hervormingsdag. De Reformatie in de 16e eeuw was een van de grootste veranderingen in de kerk van die tijd. Een verandering waar de kerk vandaag nog steeds de vruchten van plukt. Terug naar de bron, naar het hart van het Evangelie. Voor Luther was de Bijbel de viva vox. De levende stem van God zelf. Wie de Bijbel leest, hoort God spreken. Dus de Bijbel is niet zomaar een van de boeken over God. Nee. In de Bijbel spreekt God zelf, tegen Hanna, en Eli, tegen jou en mij.

God begint klein
Drie soorten mensen zien we vanmorgen. De zonen van Eli die duivelszonen genoemd worden. De zoon van Hanna die kind van God wordt genoemd. En priester Eli die zich daar tussen beweegt. Hij spreekt zijn kinderen vermanend toe, maar weet niet weet te voorkomen dat ze zich in het ongeluk storten. Tegelijk onderwijst hij Samuel en laat hem opgroeien dicht bij God. Halfslachtige Eli. Misschien wel zo menselijk als wij allemaal zijn.
Drie soorten mensen in de chaos van goddeloosheid en onbarmhartigheid. Een chaos die zich aan je opdringt en ons in verwarring brengt.

Waar in het vrije Nederland en Amerika en noem maar op mensen een feest maken van griezelen en nepbloed, met doodsangst en duisternis. Waar tegelijk Syrische vluchtelingen worden geconfronteerd met werkelijke doden en de verstikkende duisternis van een land in puin, van kinderen bedolven onder bommen of in het water. Halloween een onschuldig feest? Ondertussen misschien wel. De achtergrond weet niemand meer. Maar als ik een afzichtelijke doodskop en bebloede handen zie, dan dringen beelden van lijken onder het puin en uiteengerukte ledematen op Syrische straten zich aan mij op.

Is Halloween een flirt met angst en dood? Overschreeuwen we ons en tarten we de doodsangst die diep in ons leeft? Of is het veel eerder een uiting van verlangen naar licht en leven? Hoe dan ook laat het iets zien van de verscheurdheid op deze wereld. Dat het ergens niet uit te houden is, dat wij in veiligheid leven, waar een ander alles doet om die veiligheid ook te vinden. En dat we vervolgens bang zijn die veiligheid te verliezen.
Dat brengt een verscheurdheid met zich mee die nauwelijks uit te houden is. Waar we ons ergens misschien ook heel schuldig over voelen. En machteloos. En boos.

De chaos is er altijd al. Maar we hebben het lang toegedekt en niet willen zien. Maar nieuw is dit natuurlijk niet.

En dan? Is er in die chaos nog iets zichtbaar van God? Waar is Hij in dat alles? Of is het heiligdom gesloten en zijn de priesters verdwenen, eten ze zich vol aan de offers die gebracht worden?

Het grote dat God doet, laat Hij klein beginnen. (H. de Jong)

Zoveel is vanmorgen wel duidelijk. Het grote dat God doet, laat Hij klein beginnen. Bij het huis van Elkana. Bij moedige Hanna, die haar enige zoon toewijdt aan God van wie ze hem ontvangen heeft. Daar begint God. Bij zomaar een vrouw. Een vrouw die beschutting zocht in het heiligdom bij priester Eli. Maar hij zag haar aan voor een dronken vrouw, ze is niet wijs. Van Eli hoefde Hanna het niet te verwachten. Ze richtte haar gebed tot God. Van Hem verwachtte ze alles.

En deze gelovige vrouw zag door tot op Gods grootheid en rechtvaardigheid. Ze zong haar lied, de lofzang van Hanna, over Hem, over de God die recht zet wat zo ontzettend misgaat. Die herstelt wat gebroken is. Een lied dat uit haar hart kwam, een persoonlijk lied. Tegelijk zong ze over wat komen gaat, voor Israël, voor alle volken. God doet recht en brengt vrede. Hij is koning van hemel en aarde.

En zo groeit temidden van goddeloze en losbandige priesters een kleine jongen op. Samuël. Gedragen door het gebed van zijn moeder, door Eli die in al zijn gebrekkigheid wijst op God. Elk jaar brengt zijn moeder hem een nieuw manteltje, teken van leiderschap, van koningschap. Geroepen om in Gods naam de mensen voor te gaan. Om een koning te zalven die het volk in liefde zal regeren. Om ze te vermanen als ze God vergeten, om ze terug te brengen bij hun Schepper.

En zo groeit Samuël door Gods genade op als een teken van hoop in een tijd van wanhoop. Het is de eer van God om zijn grote werk klein te beginnen. En daar is niks vrooms aan, want dat is juist vreselijk ingewikkeld. Toch? Dat vraagt veel van ons, om dat te zien en te aanvaarden. Gods werk begint klein. Het is geen succesverhaal met een happy end; alles komt goed. Het is geen Apple-story met een goeie marketing waardoor miljoenen mensen worden overtuigd.

Nee. In de chaos doet God een kind opstaan. Een kind. Een kleine jongen nog die dicht bij God leeft. Hij zal een instrument zijn in de hand van God, die de weg wijst naar het goede leven. Een leven in vertrouwen op God, in verwachting van de Messias. Hij zag het bij zijn moeder.
Wat een zegen is dat, wanneer je een moeder als Hanna hebt. Wie zo’n moeder, of zo’n vader, of opa, oma, wie een Hanna om zich heen heeft, die is gezegend. Geen wereldvreemd en ouderwets typetje. Helemaal niet. Maar een moedige, gelovige man of vrouw, die verder kijkt dan wat er om ons heen gebeurt. Die bidt om vrede en gerechtigheid voor mens en dier. Haar heil zoekt bij God. En haar kind aan Hem opdraagt.

Dat daarin God dus ook zo geweldig zegent. En zich bekend maakt als een barmhartige en goede God. Door alles heen. In die tijd waarin priesters niet te vertrouwen waren en niemand wist waar het goede nog te vinden. In zo’n tijd hebben we biddende mannen en vrouwen nodig. Laten we als gemeente ook onze kinderen bij de Heer brengen. Onze tieners vertellen over de levende God die nog altijd spreekt. In het vertrouwen dat God zijn zegen daaraan geeft.

Geen instant-succes en snelle oplossingen. Nee. Samuël was nog maar een jongen. En er moest heel veel gebeuren in Israël om ruimte te maken voor God. Met de zonen van Eli liep het slecht af.
En tegelijk, het oordeel over ontheiliging van Gods goede naam, dat oordeel is geen vernietiging. Er komt een nieuw begin. Als was het een Reformatie. Klein en eenvoudig, in de vorm van de kind.
Maar over dat kind, over Samuël wordt gezegd: hij was zeer geliefd, zowel bij de Heer als bij de mensen.

Jaren later wordt zo gesproken over Jezus. Dat andere kind. Die in de chaos van een donkere wereldtijd als baby werd geboren. Om ons het heil te brengen en vrede aan te zeggen, voor jou persoonlijk, voor deze gebroken aarde.

Tot slot
Als God zo klein begint, zouden wij het kleine dan ook niet meer moeten waarderen? Het verborgene van een gelovige opvoeding van onze kinderen. Van een oma die Bijbel leest met haar kleinkind. Van een tiener die woordeloos bidt tot God. En gewoon het eenvoudige van christelijk leven. Zorg voor elkaar. Die beker koud water voor wie dorst heeft. En al die kleine taken die wij ons leven krijgen, gewoon op de plek waar we gesteld zijn, al die kleine taken trouw volbrengen, biddend of God het opneemt in zijn grote werk.

Niet al te veel zoeken naar wat te groot en te hoog is voor ons. Ook niet als kerk. Maar doen wat God van ons vraagt in ons dagelijks leven. Daar hebben we onze handen ook al vol aan.

In de chaos van het bestaan getuigt het Evangelie van de hoop die ons in Christus Jezus gegeven is. En daarom klinkt hier in het huis van God zondag aan zondag zijn Woord, dat door de werking van de heilige Geest een levend Woord is. Hier in het huis van God komen oude mensen die bidden voor hun kinderen en kleinkinderen, voor de gemeente. Hier komen mannen en vrouwen die God van harte dienen, op de plek waar ze leven en werken. Hier zijn talloze kinderen en tieners, jonge mensen, aan wie steeds opnieuw verteld wordt dat God er is en dat Hij spreekt.

Het is een levend getuigenis dat God nog altijd spreekt, een getuigenis dat God zijn Woord zal waarmaken.
Hem zij alle eer, tot in eeuwigheid. Amen.

Zondag 1 november 2015, 10.00 uur
Schoonhoven (De Hoeksteen)
1 Samuel 2: 12-25
Ds. Hanneke Ouwerkerk