Jezus begrijpen, verstaan wat Hij doet, vraagt vertrouwen

Vandaag ontmoeten we een vurige, felle Jezus. Een bewogen mens. Ik merk dat ik er wat voor terugschrik. En dat het mij tegelijk ook verrast. Drie kanten van Jezus zien wij in het evangelie vanmorgen. Waar hongerige, zoekende mensen samen zijn met ruziënde schriftgeleerden, met discipelen die traag van begrip zijn. En Jezus is in hun midden. Hij is vurig. En begaan. En Hij stelt vragen.

Mijn hart trekt samen, zegt hij tegen zijn discipelen.
Mijn hart trekt samen als ik deze mensen zie. Hongerig. Trouw. Moe. Verlangend. Het raakt aan zijn hart.

Maar Hij is ook een zuchtend mens. Wist je dat, dat Jezus zo uit de grond van zijn hart kan zuchten?
Om de vragen die Hem worden gesteld. Om de ruzie. Hij zucht om het ongeloof en de venijnige vragen.

En Jezus is ongeduldig. Boos ook, geïrriteerd.
‘Begrijp je het nog niet?’
De traagheid van zijn discipelen, zo dichtbij, en zo onwetend, het doet iets met Hem.

Jezus is een mens in wie veel dingen omgaan. Meer dan wij vermoeden, denk ik.

1e beweging: Jezus hart trekt samen
Duizenden mensen zijn bij elkaar. Bij Jezus, beter gezegd. Het is massaal, groots. Je kunt er zomaar in verdwijnen. Een massa kun je niet liefhebben. Daar ben je eerder voor op je hoede. Het kan zomaar op drift raken. Mensen duwen elkaar opzij, vertrappen elkaar of gaan gezamenlijk de strijd aan. Het heeft iets dreigends vaak.

Maar Jezus ziet meer dan die kluwen mensen. En het blijken stuk voor stuk mensen te zijn met een eigen verhaal. Een eigen verlangen. Ik zie een vrouw die moe is van het leven, van de sleur, van de zorg. Een kind dat bang is voor zijn vader. Ik zie een jonge kerel, al jaren ontrouw aan zijn vrouw, en het knaagt. Een oude man die slecht ter been is, nauwelijks nog buiten komt, maar dacht, ik moet hier zijn, voor het einde komt. En naast hem staat een vrolijke meid, die lichtvoetig door het leven gaat. Ze staat daar met haar vriendin. Ze giechelen wat samen. Mensen zoals wij.

Wat hen bij Jezus brengt? Ach, misschien kunnen ze dat niet eens goed uitleggen. Met de anderen meegegaan. Gewoon achter pa en ma aan. Of nieuwsgierig. Wanhopig.

Wat zoek je hier? Waar hoop je op als je Bijbel leest. Waar verlang je naar, als je in de kerk bent?
Misschien weet je niet hoe je daar woorden aan geeft.

En Jezus hart trekt samen.
Zijn hart trekt samen.
Een hele innige manier om iets te zeggen, je voelt dat wel aan, iets dat liefde en pijn tegelijk is, zoiets? Dat gebeurt er toch als je hart samentrekt. Om je kind, om je gezin, om je moeder. Je vriend.

Het is het mededogen van God. Hij weet wat in je omgaat. En het beroert zijn hart, er gaat iets om in Jezus, emoties, een gevoeligheid, een raakbaarheid ook.

Ze hebben honger. Al dagen zijn ze bij Hem. Hun lege maag is blijkbaar niet sterk genoeg om hen van Jezus vandaan te trekken. Deze mensen bij elkaar, in een gedeeld samen zijn, rond Jezus, ze hebben wel iets weg van de kerk. Marcus wekt bewust die suggestie, door de woorden die hij de kiest.

Hier ontstaat een gemeenschap rond de Heer, een kerk in het gras. Het is niet veel anders dan hoe wij hier bij elkaar zijn. Jezus spreekt over hen die ver weg zijn. Die van ver gekomen zijn. Dat is, niet de Joden, niet hen die uit het volk van God geboren zijn. Zij horen er van de aanvang bij. Maar het zijn zij die uit de heidenen komen. Niet door geboorte, maar door geloof bij God horen. We kunnen er ons zo bij voegen.

En Jezus zegt, al drie dagen blijven ze bij mij. Prachtig is dat. Al drie dagen blijven ze bij mij. Je hoort iets van Pasen, dat merk je denk ik wel. Die derde dag, dat is geen gewone dag. Het is de zondag, dag van Christus’ opstanding. En op die derde dag gebeurt in de kerk, onder de mensen, iets ongewoons.

Is iemand bij machte om een mens te verzadigen? Een aangrijpende vraag stellen de discipelen aan Jezus. Is iemand bij machte om mensen te geven wat nodig is?

Natuurlijk zien zij die honger, zoals Jezus dat opmerkt. Ze zullen zelf net zo hongerig zijn. Maar in hun hoofd komt het niet bij elkaar, aan de ene kant de menigte mensen en aan de andere kant het schamele brood, de visjes. De vraag weerspiegelt een enorme onmacht, denk ik. Zoals je in vertwijfeling kunt staan op een plek waar een mens in nood is, en niets of niemand kan helpen. En je zou wel willen geloven dat God… Maar wat je ziet is zo heel anders. Is iemand bij machte om te verzadigen?

En door de onmacht schemert misschien ook wel ongeloof. Wantrouwen. Dat je, met Jezus zo dichtbij, er niet eens op rékent dat Hij bij machte is. Wie weet, een brood te delen, een woord te spreken, een licht te ontsteken. Dat schemert ook wel door deze vraag, denk ik. De verwachtingsloosheid. Niets van Jezus verwachten, niet op Hem rekenen. Is iemand bij machte om deze mensen van brood te voorzien? En de vraag stellen is hem al bijna beantwoorden. Dat kunnen we van Jezus toch niet vragen?

En toch geeft Jezus antwoord. Niet door zijn woorden. Maar door zijn handen. Jezus blijkt diaken te zijn. Dienend aanwezig. Zoals jullie, diakenen, in ons midden zijn. Je hoort van een mens die gebrek lijdt, je belt aan, en brengt een voedselpakket. Je weet van een gezin dat het zuinig moet doen. Je gaat langs, brengt een brood mee, schuift even aan tafel.

Dat hele lichamelijk, dat lijfelijke, brood voor wie hongerig is, dat mag er net zo goed zijn als het denken en het voelen. Jezus raakt aan het gewone, alledaagse leven. Van eten en drinken en werken en slapen. Van gebrek en tekort en van hoop en verwachting. Daar in dat leven komt Jezus. Leven met God is meer dan een zaak van je hoofd, van je hart, je gevoel. Jezus hart gaat uit naar jou met je pijn om je gebroken lichaam, met je angst voor de dood, met je gebrek aan eten, met je schuldige geweten, je laffe woorden.

En zijn hand raakt je aan, een stuk brood word je gegeven en er is even, een moment, daar in dat gras, hier in de kerk, op je ziekbed, of in de bus naar school, even een moment van verzadiging. Moge het je gegeven worden. Een moment van overvloed. Van genade. Ik in mijn tekort, mijn angst, ik ben gezien door de Heer. Hij trekt mij door de diepte heen.

Jezus zucht

Een heilig, liturgisch moment, is het. Maar de kerkdeuren zijn nog niet open gegaan, de manden brood zijn nog niet opgehaald, of ruziënde gelovigen komen naar Jezus toe. Geef ons een teken uit de hemel!
En Jezus? Hij zucht, uit de diepte van zijn hart. Hij zucht door de Geest in Hem. Een hartgrondige, dramatische zucht. Irritatie klinkt er in door, ergernis. En woede ook. En misschien ook wel iets van verdriet.

Maar al te snel maken wij van Jezus een heel voorspelbaar persoon, denk ik weleens. Een soort heilige, niet al te menselijk, niet al te goddelijk. Een kalm, ongenaakbaar, bijna stoïcijns wezen, niet zo snel van zijn stuk te brengen. Houden we Hem daarmee misschien ook een beetje op afstand? Want als je het Marcusevangelie leest, dan ontmoet je een Jezus, zo…, zo vurig en geraakt en getergd soms ook. Hij heeft een gevoelsleven, een ziel waar van alles in om gaat. Van deernis tot pijn tot tranen tot woede. Er brandt een vuur in Hem.

Dat prikkelt ook, dat fascineert, het wekt ontzag, de heftigheid van Jezus doen en laten. Hij is een mens die weet wat verlangen is, wat begeerte is, Hij kent smart en eenzaamheid. Hij weet van vreugde, maar ook van boosheid.

Is het naar onze kinderen toe, de kinderen van de gemeente, is het niet veel eerlijker om zo over God en zijn Zoon te spreken? Het is soms wel heel lievig. Ik merk dat ook bij mezelf, als ik met de kinderen bid bijvoorbeeld. God als beschermer, Jezus als de liefhebbende. Allemaal waar, maar het is wel heel aaibaar, en heel onvolledig. En daardoor misschien ook wel onwaar.

Houden onze kinderen het hiermee uit, met zo’n kalme, rustige, vriendelijke God?
Wat blijft er nou eigenlijk over van zo’n godsbeeld als je tiener bent. Als je ouders uit elkaar gaan, als je vriend je verraadt, als je in een verslaving belandt. Of gewoon, je rot voelt van binnen.

Raakt een zucht van Jezus, een ingehouden woede, dan niet veel meer aan het leven? Misschien houd je het daar langer mee uit, dan met al te veel vriendelijkheid en veilige woorden over Jezus. Die je op zijn tijd goed doen, maar als het crisis is, en je vreest voor wat komen gaat, ja hoe is dat dan?

Wat is het eigenlijk, dat Jezus doet zuchten?
Is het het venijn? De ontheiliging?
Er is net een moment van verzadiging geweest. Hongerige mensen hebben samen gegeten, hun handen gestrekt naar Jezus, brood ontvangen. Er is gedankt voor wat God geeft.

En dan, pats. Het is een slag in het gezicht. De ruzie van schriftgeleerden die in hun ijver om het goed te verstaan, om zuiver op de graat te zijn, om alles tot in precisie te willen weten en goed te willen doen, in hun ijver slaan ze door, of gaan ze de mist in, zien ze niet wie Jezus is, wat Hij geeft.

Een teken uit de hemel, vragen ze! Je herkent die vraag misschien wel, een al te menselijke vraag. Blijkbaar kan het dus dat er een teken uit de hemel komt, en dat je het volledig mist. Het gebeurt onder je ogen, en je hebt het niet gezien. Je bent geërgerd om Gods afwezigheid, om zijn laksheid. Alsof Hij er niet bij is, alsof Hij niets doet. En als Hij dan een krachtig teken geeft, dan ga je er soms zomaar aan voorbij. Dat kan.

De andere kant is, Jezus is geen tovenaar. Dit is niet iets wat Hij te pas en te onpas kan doen. Het is ook niet hoe God meestal werkt. Veel vaker werkt Hij langzaam, verborgen onder ons. De kern is ook niet het teken, niet de verrassende schok van het onverwachte. De kern is het hart van Jezus. En het hart van mensen.

Zucht Jezus daarom? Om de vraag? Blijkbaar kan er in je vragen, in je zoeken, ook iets zitten wat Jezus raakt. Ik vermoei Hem soms ook met mijn vragen, met mijn voortdurende onbegrip, met je ongeloof. Het vermoeit Jezus ook. Hij zucht in de Geest.

Er klinkt iets van verdriet in door, van eenzaamheid. En dat is denk ik ook een verschil met de stille, luisterende mensen die bij Jezus verblijven. Het is een andere houding dan het bozige van de Farizeers. Die overigens trouwe gelovigen waren, onderschat dat niet.
Maar hun bozige vraag, hun onbescheiden manier van doen, het wantrouwen dat ze, onbedoeld misschien, wakker roepen, die schept ook afstand. Daardoor blijf je een beetje aan de zijkant staan, houdt je een veilige ruimte tussen jou en Jezus.

Ik merk dat wel, dat sommigen dat doen. Niet eens altijd bewust. Eerder vanuit een aarzeling, een onzekerheid, soms vanuit gemakzucht ook. Weet daarin ook je plaats, en onderzoek je hart. Voordat je tegen Jezus opstaat, onderzoek je hart of je het uit venijn doet, of uit een oprechte vraag, een eerlijk zoeken, een wanhopig zoeken.

Je merkt ook dat de vragen die Jezus stelt, ongemakkelijk zijn. Ze dwingen je om na te gaan wat er in je omgaat, wat het is dat je bij God vandaan houdt, waarom je je ergert aan Jezus.

Jezus ongeduld

Het meest pijnlijke vind ik denk ik de vraag die Jezus vervolgens aan zijn eigen volgelingen stelt. ‘Begrijp je het nog niet?’ Zij die zo nabij Hem zijn, ze begrijpen niet wie Jezus is. Dat Hij die het brood breekt, zelf het brood is. En hoe zou je dat eigenlijk ook begrijpen? Wat kun je begrijpen aan deze God? Aan onverwachte overvloed? Aan een man in het midden die breekt en geeft.

Die kromme zin uit vers 14. Het is nog soepel vertaald, maar het is in het Grieks een wat wonderlijke zin. Ze stappen de boot in en steken het meer over. Ze vergeten broden mee te nemen, maar behalve één brood hebben ze niets. Een hele intrigerende zin. Ze vergeten broden mee te nemen. Tekent dat hun gemakzucht?
Behalve één brood hebben ze niets. En ze blijven er maar over doorgaan. We hebben geen brood, er is niets, we hebben tekort.

Jezus is bij hen, maar het komt niet in hen op om Hem bij hun gesprek te betrekken, om hun nood bij Hem neer te leggen. Traag van begrip zijn ze. Het wekt Jezus ergernis. Begrijp je dan niets van mij, van wie ik ben?

Nee, ze begrijpen het niet. Wij hebben niets.
Maar ze vergeten dat Jezus bij hen is. Er is niets, behalve één brood. Dat ene brood, het blijkt Jezus zelf te zijn. Hij is het brood, dat hen gegeven is. Zijn nabijheid om hen heen, als brood om je mee te voeden.

Jezus begrijpen, verstaan wat Hij doet, vraagt vertrouwen. Dat Hij langzaam werkt, van binnenuit. Op een verborgen manier. Dat vraagt veel van ons.
‘Ik weet het niet hoor’, zegt een catechisant. ‘Ik geloof er niet zoveel van, dat Jezus dingen echt anders maakt.’ Het vraagt veel van je, om Hem te vertrouwen. En het kan ook dat je het niet aandurft, er de brui aangeeft. Misschien zit je in de kerk en is dat al jaren geleden begonnen, sijpelt het godsvertrouwen langzaam uit je weg.

En tegelijk, word je het zomaar ineens gegeven. Als brood uit de hemel. Dat je iets ziet van Jezus, iets gewaar wordt van God. En dat er een onvermoede kracht in je komt wonen. Dat je hongerige lijf, je lege hart, je gebroken leven, wordt aangeraakt.

Als je niets meer hebt, als je vergeten bent dat Jezus de Levende is, en je niet meer aan Hem denkt, dan blijkt Hij dat ene brood te zijn.
Begrijp je het nog niet?
Hoe zou ik het begrijpen?
En toch is Hij er. Met zijn hart dat samentrekt, met zijn zuchten in de Geest, met zijn ongeduld. Hij is er, met zijn leven.

Jezus leven van mijn leven,
Jezus dood van mijne dood,
Gij hebt U voor mij gegeven.

Zondag 11 maart 2018, 10.00 uur
P.G. de Hoeksteen
Marcus 8: 1-21
Ds. Hanneke Ouwerkerk