Winter P.G. de Hoeksteen

Jezus heft het leven boven zichzelf uit

Vandaag ontmoeten wij Jezus midden in het gewone leven, tussen de mensen. Hij is niet alleen daar waar zieken zijn, waar gehuild wordt en gewanhoopt. Maar ook daar waar feest gevierd wordt. De liefde geleefd en het glas wordt geheven. Jezus is op een bruiloft. Viel je op welke dag Johannes erbij noemde? Op de derde dag. Voor vroege christenen is de derde dag: dag van de opstanding. Van het leven dat uit zijn voegen barst en de tranen overdekt met een diepe vreugde.

Uitgerekend op die dag viert Jezus een bruiloftsfeest. Een van de mooiste feesten die we kunnen vieren. Twee mensen die elkaar liefhebben. Samen een nieuw begin maken. Een toekomst die langzaamaan ontsloten wordt. Van lange jaren samen en van hoop op wat komen gaat en delen van wat gedragen moet worden.
Daar mag het glas wel op geheven worden!

Want wijn verhoogt de feestvreugde. Het kan ook anders, natuurlijk. Alcohol kan zomaar de sfeer bederven, en de mensen grimmig en vervelend maken. Maar hier is het anders. De liefde wordt gevierd, en de wijn onderstreept de blijdschap!

Jezus heft het leven boven zichzelf uit

Tot er tekort ontstaat. De bodem is in zicht, de wijn raakt op. De grootste angst van een gastheer- of vrouw. Dat er tekort is. Alsof je ongastvrij en karig bent, niet gerekend had op zoveel mensen.
Jezus is nog maar nauwelijks aangekomen op het feest, of die schaarste wordt al zichtbaar; er is niet genoeg.

Zoals er in je leven tekort kan zijn. Een feestloze tijd, waarin alles op dezelfde voet verder gaat en de hoop ontbreekt dat er in de leegte nog iets nieuws begint. Zoals een bruiloft die zindert van spanning en verwachting. Maar eerder tegengesteld, dat de vreugde ontbreekt en je niet verder kunt zien dan wat er niet is. Dan de leegte.
Je leven kan heel mislukt voelen, zoals een feest dat in het water valt, omdat er niets te vieren meer is.

En dan is Jezus daar. En Maria die Jezus aan zijn mouw trekt en wil dat Hij nu maar eens ingrijpt. Maar Maria’s ‘nu’ is niet het ‘nu’ van Jezus. Zijn tijd is toch een andere tijd. Mijn uur is nog niet gekomen, antwoord hij. Dat uur komt later pas, als hij voor Golgotha staat. Dat is het uur waarop hij zijn grootheid ten volle moet laten zien en waarop Jezus zegt: nu is mijn uur gekomen. De tijden zijn aan God, en Jezus’ handelen loopt door feestvreugde en doodsangst heen.

En toch grijpt Jezus dan in. Als een teken van zijn glorie, dat Hij het Feest zal redden. Niet alleen dit feestje, maar heel het menselijk leven en de schepping en de wereld.

En dan gaat het niet zozeer om dat wonder. Nee, dat niet. Er zijn maar weinig mensen die daarvan weten, die het zien gebeuren. Alleen Maria weet ervan, en de bedienden die het water in de vaten schepten. Verder niemand. Het gebrek is aan de meeste gasten voorbij gegaan. Zoals het wonder aan de meesten is voorbijgegaan.

Het gaat om het goede dat Jezus schenkt. De volheid die de vaten doet overstromen, als het water tot wijn geworden is, de beste wijn. Bewaard voor het laatste. Als Jezus op het feest komt, dan tilt hij het gewone, het gematigde, het karige, zomaar boven zichzelf uit. Het feest leek afgelopen, als er geen wijn meer was, haakten de mensen vanzelf af en liep de ruimte leeg en de bruiloft ging als een nachtkaars uit.

Maar als het afgelopen lijkt, keert Jezus de dingen om tot een nieuw begin. 600 liter wijn is er bijgekomen, 600 liter. Het feest kan nog tot diep in de nacht, tot ver in de week gevierd worden.

Jezus vraagt geen eenzaamheid van de mensen, geen voortdurende afzondering of een celibaat. Hij eert juist het huwelijk, als een verbond dat weerspiegelt hoe God de liefde geeft en het samenzijn. En juist als je alleen bent in je leven, omdat een levenspartner je nooit gegeven is, of je grote liefde je ontvallen is of je hem of haar hebt moeten loslaten, dan kun je zo scherp de pijn voelen van gebrokenheid. Van eenzaamheid of alleen-zijn. Het is een verlangen dat je leven lang kan blijven, naar liefde tussen jou en die ene.

Laten we in de gemeente ook daarin oog voor elkaar hebben. Als broeder en zuster voor elkaar zijn, iets dat over de grenzen van het familieleven en liefdesrelaties heen gaat.

Hier wordt iets zichtbaar van hoe het gewone leven erkent wordt door Jezus. En mooie feesten waar van harte de liefde wordt gevierd, zulke feesten geven iets weer van het goede dat God voor ons bestemd heeft. In het Nieuwe Testament wordt het beeld nog weleens gebruikt van Christus en de gemeente, als de bruidegom en de bruid. Die naar elkaar verlangen, op elkaar wachten. Onvoorwaardelijke liefde van God voor zijn volk, van Christus voor de gemeente.

En dat verlangen, die liefde, vieren wij vandaag aan de tafel. Van God die voor ons de toekomst opent, waarin wij Hem toebehoren, en van zijn liefde mogen leven. Brood en wijn eten wij, zomaar op een zondagse dag, de dag van de opstanding, die midden door de week heen loopt met al haar sores en struggles, met alle vreugdevolle en mooie dingen.

Zo sieren brood en wijn het gewone leven, als een rode draad van hoop, op het goede dat God voor ons bewaard heeft; een vreugde die geen einde kent, een leegte die gevuld wordt met een overvloed aan wijn.

Wat Hij u ook zegt, doet dat

Maria werd terechtgewezen door haar zoon. Maar haar vertrouwen blijkt groot te zijn. Nu is Jezus’ tijd nog niet, maar die tijd zal wel komen. En ze waarschuwt vast de bedienden. Let op, er staat iets te gebeuren. Wees opmerkzaam op Jezus!
Wat Hij u ook zegt, doet dat!

Maria gaat niet teleurgesteld of mokkend in een hoek zitten. Blijkbaar proeft zij in Jezus scherpe woorden ook iets van zijn goddelijkheid, en dat de tijden aan God zijn en niet aan haar. En meer nog, dat Hij het feest zal redden. Op zijn tijd.

Wat Hij u ook zegt, doet dat! En als Jezus de bedienden opdraagt om de vaten te vullen, dan gehoorzamen zij hem.

En vandaag nemen ook wij ons deze woorden ter harte. Wij zitten niet ledig neer, met lege handen en trage harten. Nee, wij horen Maria’s woorden als een roeping voor de christelijke gemeente. Wat Jezus’ ons vraagt om te doen, laten wij dat doen. Onze dagen vullen met het doen van Gods geboden. Het goede voor mens en dier, waarmee wij God eren als de Schepper en als onze Heer.

Amen

Zondag 15 januari 2017, 10.00 uur
Viering heilig avondmaal
P.G. de Hoeksteen
Ds. Hanneke Ouwerkerk