2017-11-16 Ouderenmiddag

Jezus het goede woord van God

Rotte woorden of goede woorden

Afgelopen week was ik met een aantal andere dominee’s op een conferentie over preken, preken in de tijd van Advent. Tijdens de conferentie bespraken we met elkaar een korte overdenking die iedereen geschreven had bij een Bijbelgedeelte, waar je met Advent uit wilt gaan preken. In mijn geval was dat Jesaja 35, waar de profetie klinkt: de woestijn zal bloeien als een roos.

Je begrijpt dat elke dominee een zekere spanning had, een bepaalde onzekerheid, als je ten overstaan van je collega’s een preek moet houden en beoordeeld wordt op hoe je dat doet. De docent, zelf ook predikant, benoemde dat vooraf. Het is ongemakkelijk, zei hij, om zomaar op een vrijdagmiddag een korte preek te houden en de kritische reacties van anderen aan te moeten horen. Laten we, zei hij, ons uiterste best doen om te zoeken naar de kracht van degene die preekt. Waar is hij sterk in, waar ligt zijn, haar eigenheid, waar je op verder kunt bouwen.

Je kunt je voorstellen, dat helpt, als iemand dat zegt en als dat dan ook daadwerkelijk gebeurt. Je houd je preek voor een groep mensen, en er is een wederzijds vertrouwen; wij hebben het goede met elkaar voor. Hier word je niet zomaar onderuit gehaald, of genadeloos afgefakkeld. Wij spreken goede woorden tot elkaar.

En Paulus zegt: Laat geen enkel rot woord, geen vuile taal, uit uw mond voortkomen, alleen maar iets goeds, tot opbouw, waar gebrek aan is; dan geeft dat genade aan allen die het horen. (Efeze 4: 29)

Laat geen enkel rot woord uit je mond komen, alleen maar goede woorden.

Deze woorden heb ik de afgelopen week met mij meegedragen, net als sommigen van jullie. Goede woorden of rotte woorden. Wat is goed? Wat is vuil?

Een vader die tegen zijn zoon zegt: het beste is voor ons niet goed genoeg, onze familie gaat altijd verder, altijd hoger. En zijn zoon voelt de druk, probeert er in mee te gaan, maar haalt het niet en faalt in de ogen van zijn vader, in de ogen van zichzelf. Misschien ben jij wel die zoon.

Of ben je die jongen, die altijd de confrontatie zoekt met die ene docent, die je zo makkelijk onderuit kunt halen? Genadeloos zet je hem voor schut, met je harde, bluffende woorden.

Of die partner, die zijn vriendin voortdurend vertelt: je hebt geluk dat ik bij je blijf, want zo gemakkelijk is het niet om met jou samen te leven.

Ik denk aan dat meisje, die onzeker haar weg zoekt in het leven. Je lijkt echt op je opa, zegt haar moeder regelmatig, terwijl opa een man met een moeilijk karakter was, niet iemand op wie je graag wilt lijken.

Woorden die schuren aan je ziel, ze maken iets stuk, wat nog maar nauwelijks opgebouwd was. Het maakt de onzekerheid van dat meisje nog groter. De stress van die jongen wordt alleen maar meer. Geen vertrouwen, geen bemoediging. Maar harde worden waar geen hoop, geen liefde in zit.

Is dat vuile taal? Het zijn koude woorden, rotte woorden, waarmee je alleen achterblijft. Ik denk zomaar dat je allemaal wel een voorbeeld kunt bedenken. Van die ene zin, was dat maar nooit gezegd. Of dat ene woord, dat je vader, je moeder, je partner voortdurend tegen je zei, of zegt. Zo vaak, dat je het bent gaan geloven.

Hoe anders is een goed woord. Die vergeet je ook niet. Als een ander mens tegen jou zegt: ‘Mag ik bij jou komen eten? Ik ben graag bij je in de buurt.’

Nooit zal die moeder vergeten wat haar pleegdochter zei, die jarenlang met drugs in de weer geweest was, en nu eindelijk bevrijd was van haar verslaving. Mam, ik geloof niet in God, maar dit is wel een godswonder.

Een vader, gescheiden van zijn vrouw, vertelt tegen zijn dochter en zoon geen nare woorden over hun moeder. Als hij over haar spreekt, zijn het goede woorden. Die woorden verzachten niet de pijn, maar ze stemmen wel mild, en de kinderen voelen ruimte om trouw te zijn aan papa én mama allebei. Misschien ben jij dat kind.

Goede woorden, ik hunker daarnaar. Een mens die zegt wat jou goed doet, waar je het weer een paar dagen mee uithoudt, woorden die je hart blij maken. Goede woorden zijn als genade, voor wie het hoort, schrijft Paulus. Ze doorbreken de gewone, soms zo moedeloos makende woorden van de krant, de opgejaagde berichten in die appgroep, de dwingende vragen van de mail. Goede woorden scheuren dat open en er sijpelt genade je leven binnen. Je ziel gaat open en je hele leven krijgt een andere kleur.

Jezus het goede woord van God

En toen sprak God. Hij heeft een goed woord gesproken. Het is Jezus, het goede woord van God. Johannes vertelt: in het begin was het woord, het woord was bij God en het woord was God. En dat woord, is mens geworden, vlees en bloed. Een leven woord sprak God, een levend woord van de levende God. En dat woord, Jezus, spreekt God vandaag opnieuw. Tegen jou, hier in dit huis.

Jezus is aan jou gegeven als het goede woord van God. Een kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven. Een geschenk uit de volheid van God, midden in deze wereld die bol staat van taal en woorden, die zo groot en luid zijn, maar als ze gesproken zijn, zo krachteloos en leeg blijken.

Bol van muziek, die harde, genadeloze woorden onderstreept, waarvan je denkt dat ze van je afglijden als water, maar die je gedachten binnen dringen en er niet zomaar uit weg gaan.

De druk van school, of van thuis, of van vrienden, die allemaal even getalenteerd en succesvol lijken. Je hoort de verhalen, de stimulerende kreten. Dat wil jij ook, dat ga jij ook bereiken. Maar als het maar even niet zo gaat zoals je wilt, dan word je moedeloos, en somber.

Vandaag spreekt God een goed woord. Jezus Christus, aan jou gegeven als Gods hartekreet, Gods goede woord voor de kerk, voor de wereld, voor jouw leven. Onthoud dat. Woorden van God, zijn goede woorden. Niet altijd lieve en vriendelijke woorden. Goed is ook eerlijk, en rechtvaardig. Maar het zijn wel goede woorden.

Ze bouwen op en breken niet af. Als de Heer spreekt, opent zich een weg. Dat is genade. De ruimte van Gods goedheid om in te wonen. Hier mag ik zijn, met mijn last en mijn zorg en mijn schuld en mijn vreugde. Hier mag ik zijn. Spreek Heer, want ik luister naar U.

Misschien dat je daarom ook hier bent. Omdat je ergens onderweg in je leven hebt gemerkt: bij God in de buurt is het goed. Of omdat je er zo naar hunkert, naar een goed woord. Dat alles om je heen, elk mens, je verlaten heeft, je beschadigd heeft. O God, spreek één woord, en ik zal leven.

Paulus schrijft aan de gemeente in Efeze. Deze brief ging waarschijnlijk allerlei kerken rond. Als de ene gemeente hem gelezen had, werd hij doorgegeven aan de andere gemeente. De kerk was nog jong, het was zo rond het jaar 50. Uit allerlei culturen en achtergronden kwamen mensen samen in een huisgemeente, om met elkaar de weg van Jezus te gaan, Hem na te volgen en te dienen.

Maar gemakkelijk was dat niet. Dat blijkt uit de geschiedenis van de kerk. Een gedeeld geloof, brengt nog niet zomaar eenheid met zich mee. De gemeente in Efeze bestond uit mensen die zich hadden ontworsteld aan hun oude leven. Een leven zonder God, hard, ongenadig, gericht op zichzelf en wat hen bevrediging bracht. In Jezus ontvingen ze nieuwe levensvreugde. En ze deelden daarin, zoals een gemeente volop verheugd is als iemand tot geloof komt.

Maar wat trekt dat oude leven, daar ben je niet zomaar los van. Oude gewoontes kwamen zomaar weer naar boven. Die taal, die woorden, daar sloop ineens weer kilheid, en hardheid in. Vuile taal, rotte woorden, is als gif. Het kruipt onder je huid, het nestelt in je hoofd, je raakt het niet kwijt en gaat het voor je het weet geloven. Word je argwanend naar God, is Hij wel echt te vertrouwen? Word je wantrouwend naar je vrienden, zijn ze wel wie ik denk dat ze zijn? Dat doet die vuile taal met ons, het verstikt het vertrouwen in elkaar, in God. En het bedreigt de eenheid.

Vandaag horen wij deze brief, als goede woorden van God voor de kerk, voor ons hier in Schoonhoven en Willige Langerak, als Paulus zegt: leer om op een andere manier te denken en te spreken. Niet vanuit jezelf en je behoeftes, maar vanuit Jezus. Hij is het hart van de gemeente, de zon waarnaar wij ons gezicht opheffen.

En Hij geeft ons aan elkaar, als broeders en zusters. Wie je ook bent, hoe jong of hoe oud, hoe sterk of hoe zwak, hoe gelovig of niet, wij zijn aan elkaar gegeven om voor elkaar genadig te zijn. De vuile taal en de rotte worden, die laten we achterwege. Als we niets te zeggen hebben, dan zwijgen we. Maar anders, spreek goede woorden tegen elkaar. Want wie een goed woord hoort, is begenadigd.

Wees gezegend, met het goede woord Jezus Christus, en wees tot een zegen, met een goed woord op je lippen.

Zondag 12 november 2017, 18.30 uur
Themadienst ‘Een goed woord’
Ds. Hanneke Ouwerkerk, P.G. de Hoeksteen