doopdienst Annemarie Roding

De kerk is een plek waar we samen groeien

In mijn dagelijks leven spreek ik nogal eens met mensen over geloof en kerk. Om dat onderwerp ter sprake te brengen hoef ik nooit zoveel te doen, gewoon mijn beroep noemen is vaak al genoeg.
Ik hou daar wel van, van zulke gesprekken, ook al zijn ze soms ook wel wat typisch. Want ik hoor dan van mensen hoe zij over de kerk denken, wat voor gedachten er leven, en vaak denk ik dan….. hoe bestaat het dat er zulke bijzondere ideeën leven….!
Maar goed, als je met elkaar praat kun je veel verduidelijken, en kun je uitleggen dat veel dingen anders zijn dan aanvankelijk gedacht werd.

Toch hebben mijn gesprekspartners in sommige dingen wel gelijk, daar moet ik eerlijk in zijn. Eén van de dingen die zij namelijk ook denken, is dat de kerk nou niet bepaald groeit. En dat klopt. Althans, als het gaat over de kerk in Nederland.
Of… ligt het daarbij misschien toch ook anders dan je aanvankelijk zou denken?

—-

Wes heeft voor ons een stukje uit de bijbel gelezen. En dat stukje was een van de vele gelijkenissen, een van de vele parabels, die Jezus heeft verteld. Een gelijkenis is een verhaal dat met beelden en voorbeelden een bepaald idee duidelijk wil maken.
En deze gelijkenis, die van het mosterdzaadje, wil iets duidelijk maken over het ‘koninkrijk van de hemel’, over het koninkrijk van God.

Het verhaal zegt: Eerst is er iets heel kleins, iets dat je bijna niet kan zien, maar het ondergaat een spectaculaire transformatie. En zo is het ook met het koninkrijk van de hemel, je ziet het haast niet, je merkt er niks van, maar er komt een tijd dat iedereen het zal gaan zien, dat niemand er meer omheen kan.

Iets heel kleins, daar begint de parabel mee. Met een mosterdzaadje. Kleiner dan klein konden ze zich in de tijd dat deze tekst geschreven werd, haast niet voorstellen. Wij hebben nu natuurlijk onze microscopen en microchips, wij weten van het bestaan van bacteriën, van pantoffeldiertjes en van de huisstofmijt, maar dat wisten ze 2000 jaar geleden nog niet.
Als je het toen, in die tijd, wilde hebben over iets dat mini-er dan mini was, dan kon je je haast niets kleiners voorstellen dan het zaadje van een mosterdplant.

Dat hele kleine is iets waar je eigenlijk geen notie van neemt. Als je er niet goed op let, dan zie je het niet eens. Als je niet van het bestaan ervan weet, dan valt het je ook niet op. Niemand heeft in de gaten dat het er is, en dat het ergens in het verborgene bezig is te groeien. Dat hele kleine ondergaat een spectaculaire transformatie. En dat blijft voor ons mensen een bron van verbazing.

Die vrucht in de moederschoot, de eerste maanden amper waarneembaar voor ons, groeit uit tot iets waar niemand meer omheen kan en uiteindelijk komt er, als alles goed mag blijven gaan, een prachtig kind als Samuel, Marcus en Eva, ter wereld. Het kleine is spectaculair getransformeerd.

Maar daar houdt het niet op. Ook die kleine kinderen zullen een spectaculaire transformatie ondergaan. En ik denk dat de ouders van Wes, Eline, Quinty en Thomas dat wel zullen herkennen. Gisteren stond je je nog met je pasgeboren zoon of dochter in je armen je te verbazen, en vandaag nemen ze afscheid van de kindernevendienst. En let maar op: morgen doe je je ogen open en zie je je zoon van minstens 1 meter 80 zijn tas pakken om naar zijn bijbaan te gaan en studeert je dochter af.

En zo, zegt Jezus, zo is het ook met het Koninkrijk van God. Je hebt het niet in de gaten, maar in dat kleine mosterdzaadje zit een enorme groeikracht. En zonder dat je het doorhebt groeit het, ontwikkelt het zich, en wordt het een grote boom waarin alle vogels van de hemel een plekje vinden, waarin iedereen mag komen schuilen.

Dat kleine verhaal, die korte gelijkenis van het mosterdzaadje, laat ons vanmorgen zien dat we als mensen nog al eens op het verkeerde been gezet kunnen worden. Dat iets, wat niets lijkt, iets dat je bijna niet ziet, iets dat zo klein is dat je denkt dat het niet meetelt, dat dat in de loop van de tijd een spectaculaire transformatie kan ondergaan.

Kleine dingen, dingen die onbetekenend lijken, die zijn dus zo onbelangrijk nog niet.
Waarvan acte.
—-
Nog even over dat koninkrijk van de hemel.
Want wat is dat nou eigenlijk?
Jezus heeft geprobeerd dat uit te leggen. Hij heeft laten zien dat dat koninkrijk van de hemel dat is, wat God voor ogen heeft met de wereld.

En dat betekende bijvoorbeeld dat Jezus mensen ontmoette die nog nooit naar een rabbi, naar een leraar, of naar de tempel hadden durven of kunnen gaan.

Het betekende bijvoorbeeld dat hij mensen niet veroordeelde. Mensen, die door andere mensen wel veroordeeld werden.

Het betekende bijvoorbeeld dat Jezus over de oude geloofsleer, op een heel nieuwe, frisse manier, vertelde. En dat God daarin geen God was die heel ver van je af stond, maar juist heel dichtbij was. Hij sprak over God als zijn Vader, en vertelde tegen de mensen dat zij God ook als Vader mogen aanspreken. Iedere dag vaderdag!

En doordat Jezus deed wat hij deed, gebeurde er iets: van alle kanten stromen de mensen toe. De kleine mensen, die nooit echt hebben meegeteld bij de godsdienstige elite of in het maatschappelijk leven van het oude Israël. De kleine mensen, de mensen met de gewone beroepen. Maar ook mensen die arm waren en langs de kant van de weg zaten te bedelen. Mensen die ziek waren, mensen met een handicap, vrouwen – die in die tijd zowiezo al aan de rand van alles stonden, en niet in de laatste plaats: de kinderen.
Kleine mensen, die samen het grote koninkrijk van de hemel, het koninkrijk van God, gestalte geven. Kleine mensen, die in de ogen van Jezus, heel belangrijk zijn.

Doopouders, jullie hebben je zoon en dochter, jullie eigen kleine mensen, laten dopen in deze gemeenschap van kleine mensen. Mensen die niet per se ergens meedraaien in een belangrijke rader op het wereldtoneel. Mensen die niet het ‘groter, groter’ en ‘meer, meer’ nastreven. Mensen met een beetje vreemde idealen. Zoals ‘je naaste liefhebben als jezelf’ en ‘God liefhebben met heel je hart, heel je ziel, heel je verstand en heel je kracht’.

Gewone mensen zijn we. Mensen met fouten, mensen met geflopte idealen, mensen die kwetsbaar zijn. Mensen die geloven dat God werkt op plekken en op manieren die wij niet vermoeden en die wij ook niet altijd zien.

In deze gemeenschap van kleine mensen leren we met elkaar. Ontwikkelen we ons met elkaar. En delen we het met elkaar als we iets hebben meegemaakt waarin we het koninkrijk van de hemel, het koninkrijk van God zagen. En dat is soms op de meest onwaarschijnlijke plekken, de plekken waar je niet zo snel er aan zou denken om te kijken.
Bijvoorbeeld op een plein waar nog maar even daarvoor een aanslag is gepleegd. Of in een vluchtelingenkamp. In een ziekenhuis of verpleeghuis. Of gewoon op straat, of in de supermarkt.

En de kerk is een plek waar we met elkaar delen wat we hebben gezien. Een plek waar we delen in de verwondering daarover. Een plek waar we groeien.

Daar.

Ik heb het gezegd. De kerk is een plek waar we samen groeien. Groeien in het waarnemen van de tekenen van het koninkrijk van God. Groeien in het hopen op, in het geloven in een mooie toekomst voor onze wereld, voor onze kinderen, een toekomst zoals God die bedoeld heeft.

We groeien ook door het doen van kleine dingen. Door ons te oefenen in een vriendelijk gebaar, in de aanvaarding van ieder mens, hoe onbeduidend iemand zichzelf ook vindt. We groeien door ons te oefenen in de liefde voor God en voor elkaar.

En steeds als we groeien in die kleine dingen, groeit er als het ware een takje aan die boom, die opschiet uit de grond.

Steeds als we groeien in die kleine dingen, ontwikkelt zich een zijtakje, en nog een zijtakje,
Net zo lang totdat er plek genoeg zal zijn voor alle vogels van de hemel. Net zo lang totdat mensen van allerlei pluimage, kort, lang, in allerlei kleuren, uit allerlei plaatsen en allerlei landen, daarin een veilige plaats mogen vinden.

Amen
P.G. de Hoeksteen
18 juni 2017
Doopdienst
ds. Annemarie Roding