Geschiedenis

In het kort wil ik U graag het een en ander vertellen over de geschiedenis van de Wolga-Duitsers, de Evangelisch-Lutherse Gemeente in Marks alsmede de Vriendenkring Marks.

Om het gebied rond de Wolga te koloniseren, riep de russische tsarin Catharina de Grote de Tweede in december 1762 mensen uit west- en midden Europa op, naar Rusland te komen. De mensen die gevolg gaven aan deze oproep werden een aantal privileges toegezegd zoals:

  • vrijheid van godsdienst
  • vrijstelling van belastingheffing
  • vrijstelling van de militaire dienstplicht
  • zelfbestuur
  • een eigen rechterlijke macht

In de jaren 1765-1766 werden in totaal 104 burgerlijke gemeenten op beide oevers van de Wolga gesticht. Iedere kolonist kwam tegen betaling in het bezit van 30 ha land die vervolgens ingebracht werden in een soort coöperatieve beheerstichting die het land vervolgens weer toewees aan de individuele kolonist.

Ofschoon was toegezegd dat ieder zijn beroep zou kunnen uitoefenen, werden allen gedwongen het boerenbedrijf uit te gaan oefenen. Zij verstonden algemeen de kunst zich in korte tijd de kennis van het boerenbedrijf eigen te maken en daarnaast door de hechte dorpsgemeenschappen zich staande te houden te midden van Tartaren, Kirgisen, Baschkiren en Kalmücken. De Gouverneur van de provincie Saratow bewaakte zonder scrupules het zelfbestuur van de kolonisten tegenover deze bevolkingsgroepen.

Van de kolonisten behoorde 75 % tot een protestantse geloofsrichting ( luthers en gereformeerd ) terwijl de anderen als rooms-katholiek waren te kenmerken. De eerste kerken werden op kosten van de russische regering gebouwd; in 1771 waren er 13 kerken, waarvan 4 rooms-katholieke. Door de regering in Sint Petersburg werd een lutherse, een gereformeerde en een rooms katholieke geestelijke in het ambt bevestigd en ook door de regering voorzien van een traktement.

Door het grote gebrek aan voorgangers werd in 1802 een evangelische theologische faculteit gesticht waar duitstalige professoren zorgden voor de opleiding van een groot aantal geestelijken, die in de dorpen dienst gingen doen als voorganger en leidsman.

Ieder dorp streefde er vanaf het begin naar een eigen school op te richten. Dit was geen geringe opgave daar buiten de door de regering gebouwde kerken alle andere kerken voor rekening van de kolonisten kwamen en ook de school door hen zelf bekostigd moest worden.

Door een decreet van 16 juni 1871 werd de status van buitenlandse kolonist opgeheven en werden de kolonisten volledig onder het gezag van het russische bestuur gebracht. Het privilege van vrijstelling van militaire dienst werd opgeheven waarna de eerste recruten in 1874 in het russische leger werden ingelijfd. In de jaren daarna zijn vele kolonisten geëmigreerd naar Amerika, Canada, Brazilië en Argentinië. Verdere grootscheepse verhuizingen werden veroorzaakt door gebrek aan landbouwgronden, misoogsten maar vooral door de russificatie van het onderwijs. Rond de jaren 1900 begon de russische regering de kolonisten met emigratieplannen te verplaatsen naar de zuid-siberische steppe en de veroverde gebieden in midden Azië. Hier ontstonden nieuwe dorpen waar bovendien weer sprake was van privé bezit van land- bouwgronden. Daarnaast kwam het tot de verbouw van tabak, het oprichten van weverijen alsmede de stichting van een gereedschaps- en machine-industrie. De communisten zagen zich direct na de Oktober-revolutie genoodzaakt een Wolga-Duitse Republiek officiëel te erkennen.

Direct na het uitbreken van de eerste wereldoorlog werd het gebruik van de duitse taal in het openbaar verboden; in zuid Rusland gold het zelfs voor de zondagse preek, het spreken aan het graf en verder bij alle ambtshandelingen. Bij het 2e congres van de russische communisten werden tot dan toe bestaande wettelijke privileges voor de Wolga-duitsers afgeschaft, hetgeen ondermeer inhield:

  • onteigening van landerijen en boerenhoven
  • opheffing van de speciale rechtsbescherming
  • opheffing van alle vormen van privaat bezit
  • onteigening van kerkelijke vermogens

Alleen het kerkgebouw en niet de grond bleef eigendom van de kerken. Spoedig daarna werd ook het godsdienstonderwijs verboden terwijl het de geestelijkheid enorm moeilijk werd gemaakt door:

  • het voor hen afschaffen van het aktieve en passieve kiesrecht
  • het opleggen aan hen van de hoogste belastingen, die slechts met hulp van de gemeenteleden voldaan konden worden
  • het laten betalen van de hoogste woninghuren
  • het toewijzen aan hen van de kleinste woonruimten
  • het door hen laten betalen van het hoogste schoolgeld
  • het weren van hun kinderen op hogere scholen

Ondanks al deze zeer bezwarende maatregelen zijn er toen geen Gemeenten opgeheven.

De crisis en de hongersnood van 1920-1922 dwong de russische regering tot veranderingen. De nieuwe economische politiek bracht iets meer welvaart en tegelijkertijd een verlichting voor het lot van de Kerken. Het kwam in 1924 weer tot een synode en er kwam weer een opleiding voor geestelijken. Deze opleiding heeft bestaan tot 1934.

Het aantreden van Jozef Stalin in 1928 bracht een bloedig bewind met zich mee dat speciaal voor de Kerken en het kerkelijk leven verwoestend was. De wetgeving en het bewind was er op gericht alle vormen van geloof en geloofsbeleving.uit te roeien. Als strafbare feiten door de Kerken en haar leden gepleegd werden genoemd:• het aanwakkeren van nationale en religieuze tweedracht

  • het geven van godsdienstonderwijs aan kinderen en minderjarigen
  • anti-revolutionaire en staatsvijandige propaganda
  • samenspanning tegen de staat
  • het verzamelen en beheren van gelden
  • verheimelijken van kerkelijke rijkdommen

Op grond van dit soort beschuldigingen hebben tallozen geleden onder gevangenschap, dwangarbeid, eenzame opsluiting tot de doodstraf toe.
In oktober 1929 zijn van de 700 – 800 000 mensen die zich hadden aangemeld voor een emigratievergunning velen in veewagens naar de oorspronkelijke dorpen of naar Siberië afgevoerd.

De na 1933 tussen Duitsland en Rusland groter geworden spanningen brachten andermaal voor de Wolga-Duitsers nieuwe problemen met zich mee zoals de beschuldiging van spio- nage of staatsvijandelijke relaties in het buitenland. Het kwam tot de volgende maatregelen:

  • het opsluiten van 55000 Wolga-Duitsers in concentratiekampen
  • het in 1935 sluiten van het Priester Seminar in Leningrad
  • het in veewagens verbannen van velen naar Siberië en midden Azië
  • het scheiden van de mannen van hun vrouwen en kinderen

Gedurende de tweede wereldoorlog hebben de Wolga-Duitsers vele ontberingen geleden en zijn tallozen om het leven gekomen.

Na het bezoek van Conrad Adenauer aan Moskou in 1955 werden talloze maatregelen versoepeld en was het weer toegestaan familie en vrienden te gaan opzoeken terwijl het ook werd toegestaan dat Wolga-Duitsers zich weer vestigden in de nabijheid van hun oorspronkelijke leefgebied. In 1959 woonden er in Rusland 1.619.000 mensen van duitse komaf.

Gedurende de periode tot aan de ineenstorting van de Sowjet-Unie waren de omstandigheden voor de Wolga-Duitsers tamelijk gunstig, zij het dat ook in deze periode sprake was van het laten vieren van de teugels om ze vervolgens weer aan te halen.

De stad Marks bestaat 200 jaar en is door Catharina de Grote gesticht. De stad telt ongeveer 40.000 inwoners en is gelegen aan de middelloop van de Wolga aan het begin van het grote stuwmeer, dat zich op verschillende hoogten tot Wolgograd uitstrekt.

De evangelische kerk in Marks is de grootste evangelische kerk in het hele gebied. Gedurende vele jaren was deze kerk in gebruik als tentoonstellingsruimte en bioscoop. De evangelisch lutherse Gemeente streeft ernaar de kerk alleen voor kerkelijke doeleinden te gebruiken, ondanks het feit dat hierdoor een aantal problemen ( denk aan aan financiële problemen ) moeten worden overwonnen. De Gemeente telt ongeveer 100 leden, waarvan ongeveer de helft senioren. Velen onder deze senioren moeten rond zien te komen van ongeveer f. 100,- per maand. De Kerkenraad bestaat uit 5 personen en heeft sinds vele jaren gezorgd voor de kerkdiensten op zondag maar ook voor avondsluitingen op doordeweekse dagen.

Na een studie van 4 jaar aan het Paulinum Seminar in Berlijn heeft 1 kerkenraadslid, namelijk Wolodja Rodikow, vorig jaar zijn studie tot predikant kunnen afronden. Sindsdien leidt hij deze Gemeente in Marks door de zondagse kerkdienst, avondsluitingen door de week, het geven van cathechesatie, het houden van trouw- en doopdiensten alsmede o.a. door activiteiten in de kerken in de omliggende dorpen.

De studie van Wolodja Rodikow is mogelijk gemaakt doordat de SOW Gemeente De Hoeksteen in 1993 een partnerschap is aangegaan met de Evangelische Sternkirchgemeente in Potsdam, die op haar beurt ook partnerschappen heeft met de kerk in Marks en Heidelberg.
Binnen de SOW Gemeente De Hoeksteen is de Werkgroep Gemeente Contact met Potsdam actief. Vanuit deze Werkgroep is in 1995 de Vriendenkring Marks opgericht. Samen met de Vriendenkringen Marks in Potsdam en Heidelberg wordt financiële steun gegeven aan de Luthers-Evangelische Gemeente in Marks. Momenteel zijn er in totaal ongeveer 120 donateurs die maandelijks hun bijdrage leveren voor dit goede doel.

 

te Schoonhoven en Willige Langerak