Koester je dromen van die andere wereld waarin mensen elkaar niet vertrappen maar voor laten gaan!

Stel u de wereld voor als een enorme vertrekhal. In die hal zijn allerlei loketten: er is een loket waarboven staat: geluk, en een voor: gezondheid, en een voor: gerechtigheid, wereldvrede, een duurzaam milieu. Voor al die loketten staat een aardige rij mensen. Eén loket is nog gesloten, daar staat nog niemand. Dan is er nog één loket waar de laatste tijd een heel lange rij voor staat, dat is het loket waar het bordje ‘Succes’ op staat. Voor het succes-loket staan de mensen elkaar te verdringen.

Er staat en hele rij politici, die allemaal vreselijk hun best doen om nr 1. te worden, de eerste, de premier.

Helemaal vooraan staan ook de sporters die ook eerlijk zeggen: ik ga voor goud, ik ga voor het kampioenschap.
Vooraan staan ook de grote bedrijven: Shell, Apple, Microsoft, Cola: allemaal streven ze ernaar markleiders te zijn of te worden. Ze moeten wel van hun aandeelhouders.
En er staan televisiezender in de rij: ze gaan allemaal voor de meeste kijkcijfers.  En er staan wetenschappers: die soms zelfs stiekem gegevens verzinnen om maar te publiceren.

En er staan  kunstenaars en zangers en schrijvers: allemaal staan ze te trappelen van ongeduld om succesvol en bekend te worden. En er staan gebruikers van Facebook en Twitter bij. Wie heeft de meeste vrienden? Wie heeft de meeste volgers?

Kijk, in die lange rij staan ook allerlei aanhangers van godsdiensten. Die houden in het geheim ook wel van een beetje succes. De rabbijnen discussieerde al vanouds over wie vooraan mag zitten bij het Messiaanse Koningsmaal. En de discipelen van Jezus (hoorden we vandaag) maakten onderling al ruzie over de vraag wie de grootste en de eerste zal zijn in het Koninkrijk waar Jezus steeds over spreekt. Veel religies willen wel graag groot, groter de grootste zijn. Sommigen kunnen beslist geen kritiek verdragen – dan zetten de aanhangers meteen een enorme keel op.

Helemaal achteraan in de rij voor het loket Succes, staan de kinderen. Die horen wel iedere dag dat ze goed hun best moeten doen op school, maar eigenlijk interesseert succes hen nog niet zo. Ze gaan liever gewoon spelen. Ja, de rij voor het loket met “succes” is lang. Wie wil er niet zo hoog mogelijk op de apenrots komen? Volgens de evolutiebiologen zijn mannen er zelfs genetisch op gebouwd om ernaar te streven het alfamannetje te worden. En inmiddels is de beschaving al zo ver dat er ook al heel wat alfavrouwjes tegen allerlei  glazen plafonds lopen te duwen.

En we moeten toegeven: in die lange, lange rij voor het succesloket is wel veel te beleven. Er is dynamiek, ambitie, concurrentie, creativiteit, energie. Er gebeurt wel wat!

Maar stel: dan gaat er opeens nog een loket open. Dat is het Loket van het Koninkrijk van God. Achter het loket zit de Heer zelf. En dan gaat het net als wanneer er een extra kassa opengaat in de supermarkt. Even wordt er geaarzeld, maar dan komen de rijen in beweging. En even later ziet het plaatje er als volgt uit: degenen die eerst achteraan stonden in de andere rijen, staan nu vooraan bij het loket van Het Koninkrijk van God. Degenen die vooraan stonden in de rij voor het Succes-loket, staan nu halverwege of zelfs achteraan. De laatsten zijn de eersten en de eersten zijn de laatsten geworden. En de kinderen staan nu dus vooraan.

Als het aan Jezus ligt, zal het zo toegaan in het Koninkrijk van God. En vandaag zijn we hier in deze kerk omdat we geloven dat het inderdaad aan Jezus ligt, hoe het eraan uiteindelijk aan toe zal gaan in deze wereld en in  het Koninkrijk van God.

We lazen vandaag Marcus 9:30-37. Jezus is verheerlijkt op een berg, en nadat hij van die berg is afgedaald heeft hij een bezeten jongen genezen, bevrijd. Vanaf nu is Jezus  op weg naar Jeruzalem, waar Jezus tot zijn bestemming zal komen. De eerste tussenstop wordt gemaakt in Kafarnaüm waar Jezus woonruimte had. Petrus en Johannes en Jacobus waren mee geweest de berg op –  misschien schepten ze daar onderweg wel over op. ‘Als straks in Jeruzalem de grote messiaanse revolutie plaats gaan vinden, dan zullen wij toch minstens: minister, staatssecretaris, voorzitter, hoofdpredikant…’ En dan volgt er een debat: de andere discipelen voeren oppositie: en wat is er mis met ons? Niets menselijks is de discipelen vreemd.

In Kafarnaum vraagt Jezus waarover ze onderweg zo druk aan het debatteren waren, maar dat  durven ze dan niet zeggen. Eenmaal thuis, roept hij alle leerlingen bij zich en zelf gaat hij zitten (neem de positie van een leraar in). Dan komt Jezus meteen ter zake: Wie de belangrijkste (letterlijk: de eerste) wil zijn, zal van allen de laatste zijn, en van allen de dienaar (de diaken). Dat is zowel een oproep als een belofte. Zo zal het zijn in het Koninkrijk, en begin je er daarom nu maar alvast naar te gedragen.

Dan gaat Jezus over tot aanschouwelijk onderwijs. Vervolgens pakt Jezus een kind op en zette het in hun midden en hij sloeg zijn arm eromheen.  (De kinderen die naar de nevendienst gaan mogen eerst nog even naar voren komen…!)

Kinderen staan in onze samenleving erg centraal. Alleen het beste is goed genoeg voor onze kinderen. Misschien omdat we onze kinderen steeds meer zien als een verlengstuk van onszelf. Autoritair worden ouders steeds minder, weg onderhandelen tegenwoordig liever met onze  kinderen dan dat we hun de les lezen. Misschien gaan we daar wel eens te ver in. In de Bijbel was er nog geen quality time met de kids en we horen ook niet dat een Abraham of Petrus af en toe een papadag nam om eens voor zijn kinderen te zorgen…

Waar moeten we aan denken als de bijbel over kinderen spreekt? Een kind staat voor belofte en toekomst. (Denk aan bijzondere geboorte van: Isaäk, kleine Mozes, Samuel, Simson en Johanes de Doper. De geboorte van een kind is altijd het begin van een nieuwe toekomst.)  Een kind is kwetsbaar, wordt vaak bedreigd. (Denk aan Mozes die er eigenlijk niet mocht zijn van de Farao, en aan Jezus, die er niet mocht zijn van Herodes, en er komen eigenlijk heel veel zieke of zelfs stervende kinderen langs in de Bijbel: bijv. het stervende dochtertje van Jaïrus.)

Een kind is machteloos. De vader had in die oude wereld nog een absolute macht over zijn kinderen. Niet onderhandelen! Abraham had het recht zijn zoon te offeren! Als een vader schulden had, had hij het recht zijn kinderen te verkopen!

Ezechiël 16, onze eerste lezing van vanochtend, beschrijft het volk Israel in aangrijpende woorden op een gegeven moment als een verlaten, te vondeling gelegde, hulpeloze zuigeling.

Jezus pakte een kindje (Marcus gebruikt een verkleinwoordje) op en zette het in hun midden en hij sloeg zijn arm eromheen….  Daarmee stelt Jezus centraal: een mens die vol belofte is en vol toekomst, maar ook kwetsbaar en machteloos. Deze mens, dit mensje, stelt Jezus dus centraal. Hier gaat het om in het Koninkrijk. Niet om het eigen dikke ik, maar om die kleine ander.

En Jezus zei tegen hen: Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar hem die mij gezonden heeft.

Jezus stelt hier niet de houding van een kind centraal, maar de houding tegenover het kind.  (Dat wij ook wel eens zelf dat kind kunnen zijn, mogen zijn, moeten zijn, – dat vertelt Jezus ons in het volgende hoofdstuk: Wie niet als een kind openstaat voor het Koninkrijk van God, zal het niet binnengaan, Mc 10: 15) . Zo leren de leerlingen steeds wat bij. Geloven is een voortdurend leerproces. Maar in onze tekst gaat het om de houding die de discipelen, en wij, tegenover het kind aannemen. Laten we daar eens mee beginnen.

Vrijdagavond was de Zuid-Afrikaanse bisschop Tutu op de televisie. U weet, ik ben een fan! De lachende aartsbisschop uit Zuid Afrika. Klein van gestalte, maar met een groot en aanstekelijk geloof. Hij ging, onder leiding van Twan Huijs in gesprek met Nederlandse studenten. aan het eind vroeg Twan Huijs: Hebt u een boodschap voor deze jongeren?

Tutu is dan op zijn best. Improviserend zei riep hij de studenten op om niet te snel oud te worden, en cynisch. Maar om hun dromen na te blijven jagen,  hun dromen van een andere wereld zonder armoede, een wereld waarin de zwaksten niet vertrapt worden, maar juist mogen voorgaan! We zitten nog steeds midden in de jungle van het recht van de sterkste, zei hij. Maar blijf erin geloven dat we die jungle achter ons kunnen laten. Blijf erin geloven! Koester je dromen van die andere wereld waarin mensen elkaar niet vertrappen maar voor laten gaan! Zelfs Twan Huijs, anders vaak zo kritisch, was onder de indruk.

Hadden die relschoppers die op hetzelfde moment, vrijdagavond en –nacht, van Haren een jungle maakten maar in die zaal gezeten!

Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar Hem die mij gezonden heeft.

Jezus vraagt veel van ons. Zeker! Maar het is ook een enorme opluchting, dat we niet ons hele leven in die overvolle, veeleisende rij voor het succesloket hoeven blijven staan. Dat er ook een moment komt dat wij die rij mogen verlaten. Dat het genoeg is geweest. Dat we in de rij voor dat andere loket mogen gaan staan, het loket van het Koninkrijk van God.

In die rij hoeven we niet meer op onze tenen te staan, en onze ellebogen niet meer te gebruiken. In die rij duwen we elkaar niet weg, maar laten we elkaar voorgaan. In die rij geen haat en nijd en jaloezie, maar geduld en respect. Zou het niet geweldig zijn als we ermee beginnen om onze eigen gemeente een beetje op die rij te laten lijken?

Amen.

Ds. Frans-Willem Verbaas