Liturgie 16 augustus 2015

Aansteken van de kaars

De gemeente gaat staan

Lied 65 1, 2 en 3.

V. Onze hulp is in de Naam van de Heer.
G. Die hemel en aarde gemaakt heeft.
V. Die trouw houdt tot in eeuwigheid,
G. En niet laat varen het werk van zijn handen

Drempelgebed

door Jezus Christus onze Heer.
G. Amen

Gemeente gaat zitten

V. Haast U, o Heer, tot mijn hulp
G. en wees tot mijn redding gereed.

Psalm 65 gebeden (in de vertaling van Marie van der Zeijde en Ida Gerhardt)

V. U gewijd zijn stilte en lofzang, O God die woont op de Sion *
ingelost de gelofte aan U.

G. O hoorder van het gebed *
de sterveling moet treden voor U.

V. had het kwade macht over mij *
Gij verzoent wat wij hadden misreven.

G. Gelukzalig die Gij verkiest, die Gij noodt in uw hoven te wonen;*
in ons daalt de weldaad van uw huis, de heiligheid van uw tempel.

V. Ontzagwekkend, de gerechtigheid zelf, komt uw woord tot ons, God die ons redde, *
toeverlaat – tot de einden der aarde, tot de verste grenzen der zee.

G. Gij wiens kracht het gebergte gegrond heeft, *
die omgeven zijt door uw almacht.

V. die het grommen der zeeën bedaart, het donker gegrom van hun golven,*
de morrende opstand der volken.

G. De verste bewoners der aarde *
vervult het ontzag voor uw tekenen;

V. waar de morgen zich opent, de avond, *
wekt Gij de bazuintoon.

G. Tot de aarde komt Gij, geeft haar groeikracht, rijkdom geeft Gij die zich vermeerdert: *
want de beek van Gods regen vloeit over.

V. Zo geeft Gij het graan zijn begin, schept Gij het begin op de akker, *
drenkt de voren, effent het ploegland,

G. maakt met zware regens het willig. *
En Gij zegent wat gaat ontkiemen.

V. En dan kroont Gij het jaar met uw gaven; *
welig groeit waar Gij trad het gewas

G. heerlijk groent het gras van de steppe *
en der heuvelen dracht is een feest.

V. Overdekt zijn de velden met schapen en de dalen dragen het graan. *
Waar de vreugderoep is tot elkaar en het zingen.

Stilte

Psalm 65 in de vertaling van Huub Oosterhuis

Stilte nu. Voor U.
Stilte zingen had ik U beloofd.
Hoor dan.

Hoor dan wie?
Mij – wie mij?

Die deze mens ben
die hier neerligt
nietig schuld beladen
die wil opstaan
ander mens wil zijn
nieuw ik.

Stilte nu.

Mag ik uw tuin betreden
wonen vlak tegen U aan?

Veiliger op aarde
is geen plek.

Onwankelbaar
de hoog opstaande bergen rondom.

Zoals in den beginne Gij
de hoogste golven hebt bedwongen.

Zo zullen ooit de menigten bedaren
en zal tot rust komen
deze wereld, en nieuw zijn.

En dan stilte zingen
zoals de wind
in struikgewas en bomen ruist
zacht lachend.

Toen Gij de aarde bezocht
overstroomde Gij haar
met uw rijkdommen:

korenvelden, diepe voren
zachte kluiten grond
grote zomers druipende woestijnen.

Waar Gij uw voet zet
bloeit het.

Al dat zingen. Overal. Voor U.

stilte

Lied psalm 65 4, 5 en 6 (Willem Barnard)

Overdenking

stilte

Lofzang van Maria

Avondgebed
Voorbeden

stil gebed

Onze Vader

Inzameling van de gaven

Lied 978

Zegenbede:
V. Zegene ons de almachtige God
Vader, Zoon en Heilige Geest
G. Amen

Stilte