Liturgie 19 augustus 2018

Orde van dienst voor zondag 19 augustus,
P.G. de Hoeksteen
ds. A.G.M. Lodewijk (Leerdam)

Voorbereiding

Aansteken kaars

Orgelspel

Wij zoeken de stilte

Welkom

De gemeente gaat staan en zingt: lied 287: 1, 2, 5

Bemoediging:

V. Onze Hulp is in de Naam van de Heer.
G. Die hemel en aarde gemaakt heeft
V. Die trouw houdt tot in eeuwigheid,
G. en niet laat varen de werken van Zijn handen

Bij deze dienst

Psalm van de zondag: psalm 146: 1, 3

Smeekgebed

Glorialied 705: 1, 4

Moment met/voor de kinderen en de kinderen gaan naar de nevendienst (NB: misschien is er geen kindernevendienst i.v.m. de zomervakantie? Dan vervalt dit uiteraard, en ook het lichtliedje)

Dienst van het Woord

Groet
V. De Heer zij met u.
G. Ook met u zij de Heer

Gebed van de zondag

Eerste schriftlezing: Genesis 3, 1 – 21 

31Van alle in het wild levende dieren die God, de HEER, gemaakt had, was de slang het sluwst. Dit dier vroeg aan de vrouw: ‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’ 2‘We mogen de vruchten van alle bomen eten,’ antwoordde de vrouw, 3‘behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.’4‘Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zei de slang. 5‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden -zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’
6De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan. 7Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van.
8Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen.9Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’ 10Hij antwoordde: ‘Ik hoorde u in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.’ 11‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom waarvan ik je verboden had te eten?’ 12De mens antwoordde: ‘De vrouw die u hebt gemaakt om mij terzijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.’ 13‘Waarom heb je dat gedaan?’ vroeg God, de HEER, aan de vrouw. En zij antwoordde: ‘De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.’
14God, de HEER, zei tegen de slang:
‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan,
het vee zal je voortaan mijden,
wilde dieren wenden zich af;
op je buik zul je kruipen
en stof zul je eten,
je hele leven lang.
15Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw,
tussen jouw nageslacht en het hare,
zij verbrijzelen je kop,
jij bijt hen in de hiel.’
16Tegen de vrouw zei hij:
‘Je zwangerschap maak ik tot een zware last,
zwoegen zul je als je baart.
Je zult je man begeren,
en hij zal over je heersen.’
17Tegen de mens zei hij:
‘Je hebt geluisterd naar je vrouw,
gegeten van de boom die ik je had verboden.
Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan,
zwoegen zul je om ervan te eten,
je hele leven lang.
18Dorens en distels zullen er groeien,
toch moet je van zijn gewassen leven.
19Zweten zul je voor je brood,
totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen:
stof ben je, tot stof keer je terug.’
20De mens noemde zijn vrouw Eva; – zij is de moeder van alle levenden geworden. 21God, de HEER, maakte voor de mens en zijn vrouw kleren van dierenvellen en trok hun die aan.

Lied 858: 1, 2

Tweede schriftlezing: Efesiërs 4, 21 – 24

21U hebt toch over Christus gehoord, u hebt toch onderricht over hem gekregen? Door Jezus wordt duidelijk 22dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, 23dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden 24en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid.

Lied 858: 3, 4

Preek

Lied 221

Tijdens het naspel komen de kinderen terug uit de kindernevendienst.

Dienst van gebeden en gaven

Dankgebed – Voorbeden – Stil gebed – Onze Vader…

Inzameling van de gaven

(ophalen van de kinderen uit de crèche)

Slotlied

Lied 1014: 1, 4, 5

Wegzending en zegen

g.: Amen, amen, amen