Rock Solid

Liturgie 30 juli 2017

Orgelmuziek

Stilte

Welkomstwoorden (ovd) en aansteken kaarsen en lantaarntje

Antifoon: Verblijd het hart van uw dienaar, Heer. Ik richt mij tot U vol vertrouwen. Verblijd het hart van uw dienaar, Heer. Ik richt mij tot U vol vertrouwen. gesproken

Aanvangslied: Psalm 86:1, 2 en 7

1 Hoor mij, Heer, wil antwoord zenden,
zie mijn bittere ellende.
Hoed mijn leven, U gewijd,
stel uw knecht in veiligheid.
Heer mijn God, wees mij genadig,
want ik roep tot U gestadig.
Stel mij in het blijde licht,
want ik zoek uw aangezicht.

2 Ja tot U hef ik mijn leven,
Gij zijt mild om te vergeven,
rijk in goedertierenheid
voor een hart dat tot U schreit.
Heer, neem mijn gebed ter ore,
wil mijn luide smeken horen.
In het bitterste getij
roep ik en Gij antwoordt mij.

7 Laat mij leven voor uw ogen,
sterk uw knecht door uw vermogen.
Maak Gijzelf voor hem vrij baan,
die U dient van jongs af aan.
Toon uw hulp mij door een teken,
dat mijn vijanden verbleken,
als zij zien dat Gij het zijt,
die mij troost en mij bevrijdt.

Antifoon: Verblijd het hart van uw dienaar, Heer. Ik richt mij tot U vol vertrouwen. gesproken

Voorbereidingsgebed: Onze hulp is in de naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw houdt tot in eeuwigheid en niet laat varen het werk van zijn handen.
(eerder gebruikte tekst) God van hemel en aarde, Vader van Jezus Christus, hier staan wij en bidden wij, en doen wij misschien net alsof er tussen U en ons niets zit. Achteloos kunnen we niet beginnen. Alsof er niet eerst van alles moet worden uitgepraat, al die dingen waaraan mensen kapot gaan. In het groot en in het klein. Vanwege al die plaatsen op de wereld waar met geweld mensen worden omgebracht en al die plekken vlakbij, zoals aan de Lekdijk Oost te Lopik, waar een man het leven van een vrouw met haar ongeboren kind neemt, bidden wij U: Vanwege al die mensen die door ziekte of ontrouw in de rug worden aangevallen, al die mensen die radeloos zijn om wat er met hen is gebeurd, bidden wij U: Geef ons een kans. Vergeef en vernieuw ons. Heer, ontferm U over ons ….

Kyrie en gloria gezongen vlgs katern

Kort moment met de kinderen

Zingen: lichtliedje 5

Gebed om de leiding van de Geest/zondagsgebed

Wisselgroet: De Heer zij met u, ook met u zij de Heer

Lezing uit 1 Koningen 17
OT-lezing(vg): 1 Koningen 17:17-24
17Enige tijd later werd het kind van Elia’s gastvrouw ziek, en wel zo ernstig dat ten slotte alle leven uit hem week. 18Toen zei de vrouw tegen Elia: ‘Wat heb ik u misdaan, godsman? Bent u soms naar me toe gekomen om mijn zonden aan het licht te brengen en mijn zoon te doden?’ 19‘Geef mij uw zoon,’ zei hij, en hij nam de jongen van haar schoot en droeg hem naar boven, naar de kamer die hij in gebruik had, en legde hem op zijn eigen bed. 20Toen riep hij de HEER aan en vroeg: ‘HEER, mijn God, waarom treft u juist deze weduwe, die mij gastvrijheid verleent, door haar zoon te doden?’ 21Hij strekte zich driemaal over het kind uit, daarbij de HEER aanroepend met de woorden: ‘HEER, mijn God, laat toch de levensadem in de borst van dit kind terugkeren.’ 22De HEER verhoorde Elia’s smeekbede: de levensadem keerde terug in de borst van het kind, en het leefde weer. 23Elia nam het kind op, droeg het naar beneden en gaf het aan zijn moeder terug. ‘Kijk, uw zoon leeft,’ zei hij. 24Toen zei de vrouw tegen Elia: ‘Nu weet ik dat u door God gezonden bent en dat u werkelijk namens de HEER spreekt.’
Woord van de Heer. Wij danken God

Antwoordpsalm 30: 1 en 2 (NLB 30: 1 en 2)

1 Dank, Heer, Gij hebt het niet gedoogd,
dat vreugd mijn vijand heeft verhoogd !
Mijn God, om hulp riep ik U aan,
en Gij schonkt mij dit nieuw bestaan !
Het donker doodsrijk met zijn dreiging
werd tot een schaduw die voorbijging.

2 Heft tot zijn eer een lofzang aan,
gij die den Heer zijt toegedaan.
Zijn gramschap duurt een kleine tijd,
een leven zijn goedgunstigheid.
Die wenend ’s nachts is neergezegen
gaat met gejuich het zonlicht tegen.

Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen in Galatië

Galaten 1:11-19
11Ik verzeker u, broeders en zusters, dat het evangelie dat ik u verkondigd heb niet door mensen is bedacht 12– ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd – maar dat Jezus Christus mij is geopenbaard.
13U hebt gehoord hoe ik vroeger volgens de Joodse godsdienst leefde, dat ik de gemeente van God fanatiek vervolgde en haar probeerde uit te roeien. 14Ik leefde de Joodse wetten heel wat strikter na dan velen van mijn generatie en zette mij vol overgave in voor de tradities van ons voorgeslacht. 15Maar toen besloot God, die mij al vóór mijn geboorte had uitgekozen en die mij door zijn genade heeft geroepen, 16zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik hem aan de heidenen zou verkondigen. Ik heb toen geen mens om raad gevraagd 17en ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik. Ik ben onmiddellijk naar Arabia gegaan en ben van daar weer teruggekeerd naar Damascus. 18Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om Kefas te ontmoeten, en bij hem bleef ik twee weken. 19Maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer.

Uit het evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

Evangelie-lezing: Lucas 7:11-17
11Niet lang daarna ging Jezus naar een stad die Naïn heet, en zijn leerlingen en een grote menigte gingen met hem mee. 12Toen hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een weduwe. Een groot aantal mensen vergezelde haar. 13Toen de Heer haar zag, werd hij door medelijden bewogen en zei tegen haar: ‘Weeklaag niet meer.’ 14Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: ‘Jongeman, ik zeg je: sta op!’ 15De dode richtte zich op en begon te spreken, en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder. 16Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan,’ en: ‘God heeft zich om zijn volk bekommerd!’ 17Het nieuws over hem verspreidde zich in heel Judea en in de wijde omtrek.

Woord van de Heer. Wij danken God.

Lied: Als de wind waait (NLB 700 = CAHO&N 163)

1 Als de wind die waait met vlagen, zo verrassend waait de Geest, soms een storm met donderslagen, soms een stem: “Weest niet bevreesd.” soms een vlam, een vonk van boven, soms een haard, die laait van vuur, soms een lamp, die uit kan doven, soms een glans van korte duur.

2 Soms een wolk, die gul wil geven, schaduw op geblakerd land, soms een zon, die hoog verheven, zindert op het mulle zand; bron van lachend, levend water, bedding, beek, rivier, fontein, stroom van heil – maar even later opgedroogd en weer woestijn.

3 Als een woord dat de weg wil wijzen, richting geeft en ruimte biedt, als een brood, een vaste spijze, soms, soms even – soms ook niet. Soms, soms lijkt geen wind te waaien, alles tevergeefs geweest totdat weer in lichterlaaie, vonkt en vlamt, het vuur, de Geest!

Preek: Een begrafenis die een feest werd….

Orgelmeditatie

Lied: Loof de koning, heel (NLB 103c)

1Loof de Koning, heel mijn wezen,
gij bestaat in zijn geduld,
want uw leven is genezen
en vergeven is uw schuld.
Loof de Koning, loof de Koning,
tot gij Hem ontmoeten zult.

2Looft Hem als uw vaadren deden,
eigent u zijn liefde toe,
want Hij bergt u in zijn vrede,
zegenend wordt Hij niet moe.
Looft uw Vader, looft uw Vader,
tot uw laatste adem toe.

3Ja, Hij spaart ons en Hij redt ons,
Hij kent onze broze kracht.
Hij bewaart ons, Hij ontzet ons
van de boze en zijn macht.
Looft uw Heiland, looft uw Heiland,
die het licht is in de nacht.

4Snel vergaan de mensenkind’ren
als de bloemen op het veld.
God alleen is onverminderd
steeds dezelfde sterke held!
Looft de Heer van dood en leven,
Hem die onze dagen telt.

5Engelen, zingt ja en amen
met de Koning oog in oog!
Zon en maan, buigt u tezamen
en gij sterren hemelhoog!
Looft uw Schepper, looft uw Schepper,
looft Hem, die het al bewoog!

Gebeden:
Almachtige God, barmhartige Vader, de opgang van uw Zoon naar de stad van zijn lijden was geen voorbijgaan aan het leed van de mens: door medelijden bewogen bracht Hij redding en wekte Hij doden ten leven. Wij bidden U: maak ons bekommerd om elke mens in nood en laat ons U verheerlijken om alle wonderwerken die U telkens weer doet.
Broeders en zusters, bidden wij tot God, die niet een God van doden is, maar van levenden.
Voor de verkondigers van het Evangelie: dat de Heer door hun mond mag spreken en zij de heidenvolken brengen tot het geloof in de openbaring van Jezus Christus. Laat ons bidden: Heer onze God, wij bidden U: verhoor ons.
Voor degenen die getroffen worden door zwaar lijden: dat zij de hulp van hun naasten mogen ervaren. Laat ons bidden: Heer onze God, wij bidden U: verhoor ons.
Voor degenen aan wie een dierbare ontvallen is door de dood: dat zij niet vereenzamen, maar kracht putten uit het geloof in de opstanding. Laat ons bidden: Heer onze God, wij bidden U: verhoor ons.
Voor degenen uit onze gemeenschap, die onder lasten gebukt gaan: dat wij hen terzijde staan door onze dienstbaarheid en onze voorspraak bij God. Laat ons bidden: Heer onze God, wij bidden U: verhoor ons.
Voor de intenties van onze gemeenschap: de gehuwden; echtpaar Leo en Riet Verschoor op 26 juli 55 jaar getrouwd waren – de zieken en hun familieleden – de gestorvenen en de rouwenden. Laat ons bidden: Heer onze God, wij bidden U: verhoor ons.

Stil gebed

Onze Vader die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd, uw Koninkrijk kome, uw wil geschiede gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen.

Inzameling van gaven 1e collecte: De Hoeksteen 2e collecte: Diaconie

Slotlied: Lied 37: 1, 2 en 3 (Liefste lied van overzee deel 1, Sytze de Vries = CAHO&N 252)

1. Leid Gij mij, wees mijn bevrijder, breng mij naar het vaderland. In de dreigende woestijnen zoek ik naar uw vaste hand. Brood des levens, brood des levens, manna, dat mijn honger stilt, manna, dat mijn honger stilt.

2. Sla de rots en laat het stromen, water dat mijn dorst geneest! Wijs in wolk en vuur mij wegen door de nacht van angst en vrees. Levend water, levend water, dat mijn dorst voor altijd lest. Dat mijn dorst voor altijd lest.

3. Draag mij, als ik bang te moede aankom bij de doodsjordaan. Die de dood hebt overwonnen, breng ook mij naar Kanaän, waar ik zingend, waar ik zingend, voor uw aangezicht zal staan. Voor uw aangezicht zal staan.

Wegzending en zegen(vg):
Allen: Amen, amen, amen.