Luisteren met oren van God

Vier vrienden uit New York trekken al jarenlang met elkaar op. Ze hebben elkaar ontmoet in het studentenleven en zijn hecht bevriend geraakt. Allemaal komen ze uit een ander milieu, en hebben ze een ander verhaal. De een heeft zijn ouders verloren bij een ongeluk. De ander wordt op handen gedragen door zijn moeder. En de volgende heeft steenrijke ouders die verwachten dat hij op top-niveau gaat presteren.

Maar de vierde, Jude heet hij, daarvan weten ze maar weinig. Hij loopt moeilijk. Over zijn ouders praat hij niet. Hij studeert keihard. En lúistert vooral, naar wat zij vertellen. Stellen ze hem een vraag, dan wuift hij die weg, begint gauw over iets anders. En al gauw stellen ze hem ook geen vragen meer. Totdat niemand eigenlijk weet waarom hij eigenlijk zo moeilijk loopt. En zo weinig over zijn familie vertelt.

Het boek ‘Een klein leven’ (Hanya Yanagihuara) vertelt het verhaal van deze vrienden. Langzaam maar zeker wordt iets onthuld van het leven van Jude, de zwijgzwame. Zijn leven heeft zoveel barsten en scheuren opgelopen, dat hij er liever niet meer over spreekt. Hij weet niet eens meer hoe hij vertellen kan over de verschrikkelijke jaren in het klooster, in een kindertehuis.

En het aangrijpende is, zijn vrienden laten hem met rust. Ze stellen hem nauwelijks vragen. Alsof ze het ergens niet aandurven. Niet willen horen, niet willen weten. En ze hebben wel door dat Jude uit zichzelf niets zal vertellen. De sleutel ligt bij hen. Bij hun luisterende oor. Maar ze durven niet. Ze doen alsof het niet bestaat en laten Jude alleen met zijn nachtmerries.

Tot een van hen, Willem, langzaam maar zeker ontdekt wat een leed Jude te verdragen heeft gehad. En hoe hij er nog altijd van in de greep is, er nooit van loskomt. En er groeit een bepaalde vertrouwelijkheid tussen die twee, die al zoveel jaren met elkaar bevriend zijn, waardoor er een moment komt dat Willem leert luisteren. En Jude leert spreken. Het is ergens in de nacht. Het licht is uit. Jude zit met zijn rug gekeerd naar Willem. En met horten en stoten vertelt hij stukjes van zijn levensverhaal. Soms is het stil. Kan hij niet meer verder. Maar Willem zwijgt. En luistert. En huilt mee.

Het is de kunst van het luisteren. Een kunst die je niet zomaar eigen is. Wil je werkelijk kunnen luisteren naar je vriend, je partner, je zus, dan betekent het dat je zelf een stapje achteruit doet. Niet je eigen verhaal gelijk inbrengt, maar je hand op je mond legt. En stil bent. En luistert.

Het ambt van het luisteren

De Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer schreef een boekje ‘Leven met elkaar’. Hij schreef het voor de kerk, voor de gemeente. Hoe ga je in de gemeente met elkaar om? Met al die mensen, kinderen, tieners, die aan elkaar gegeven zijn. Hoe leef je met elkaar, op zondag en door de week. In de gemeente, rond het Woord van de Heer, leer je hoe je met elkaar omgaat. En het kan niet anders of dat heeft een uitwerking op hoe je in het leven staat, hoe je omgaat met de mensen in je omgeving, met wie op je pad komen.

Het eerste wat ons te doen staat, voor elkaar, is dit: luisteren. Bonhoeffer noemt het een ambt. Sommigen in de kerk dragen een specifiek ambt. Door de kerk zijn ze gevraagd om ouderling te zijn en mensen te bezoeken die dat nodig hebben. Of je bent als diaken gevraagd, om dienstbaar te zijn aan wie ondersteuning nodig hebben, om brood te breken en wijn te delen bij het avondmaal. Zelf draag ik het ambt van predikant, geroepen om te spreken, om te verkondigen.

Maar allemaal dragen we ook het ambt van luisteren. En je hoort al, dat is niet iets waar je zomaar voor kiest om dat wel of niet te doen. Het is een roeping, een opdracht. Van ons wordt gevraagd om naar elkaar te luisteren, te horen wat de ander tegen je zegt.

Vaak denk je dat je iets moet geven, concreet iets moet doen, moet handelen. Als je weet van iemand in de gemeente die het zwaar heeft, een zieke vrouw met een onzekere toekomst, een moeder die er alleen voor staat en zorgen heeft om haar kind, je zoon of dochter die zichzelf in de weg zit en niet meer weet waar hij, zij, het zoeken moet. En je vraagt je af, wat kan ik doen?

Het eerste wat je kunt doen, wat je te doen staat is dit: luisteren.

Professionele hulpverleners, een psycholoog, een psychiater, een huisarts, noem maar op, zij hebben vaak in de loop van hun leven gemerkt hoe hard een mens op zoek is naar een luisterend oor. Een groot deel van hun arbeid bestaat uit luisteren, aanhoren. En er kunnen tijden in je leven zijn dat je er onderdak vindt, dat een therapeut, een arts, een hulpverlener, je onderweg een stukje begeleidt. Luistert naar je worsteling, je vragen. Het is goed dat dat kan.

Het maakt denk ik iets zichtbaar van het intense verlangen van een mens. Om gehoord te worden. Want ik denk weleens, we vinden dat moeilijk met elkaar. Om te horen wat de ander tegen je zegt. Om te luisteren naar het levensverhaal van een mens die je tegen komt. Jakobus zegt het niet voor niets: wees snel om te horen, wees traag om te spreken. Als het andersom geweest was, als we allemaal goede luisteraars waren, dan had hij dit vast niet zo geschreven. Het is een kunst, om te luisteren. Het is niet elk mens gegeven. En toch, we kunnen ons er in oefenen.

Ga bij jezelf ook eens na, kun je goed luisteren, of ben je geneigd om de stilte snel te vullen met woorden, of om je eigen ervaring in te brengen?

En als dat zo is, waar komt dat dan door?

Misschien mis je zelf iemand die je aanhoort. Is je hart en je hoofd te vol van dingen, omdat je ze nooit met iemand kunt delen. Dat is verstikkend. En hoe langer het duurt, hoe moeilijker het vaak is om woorden te vinden, om toch uit te spreken wat je dwars zit. En ook omdat er een kans is dat je iemand treft die genoeg heeft aan zichzelf, en niet de rust kan vinden om naar je te horen. Ik bid dat je in de gemeente, onderweg in je leven, een mens zult treffen die naast je gaat zitten. En zonder onderbreking naar je luistert. Iemand als Willem, die luisterde naar Jude.

Luisteren met oren van God

Van God wordt gezegd dat Hij een Hoorder is. God is een luisterende God.

Als je bidt tot Hem, dan luistert Hij naar je woorden. Als je stil bent tot Hem, dan hoort Hij je in de stilte. Jongens en meiden, ik zie jullie hier zitten en luisteren. Weet je, als je in je hart of met je mond iets vertelt tegen God, dan zal Hij naar je luisteren. Onthoud dat maar. Ook als je het niet merkt, of niet voelt. God zal horen wat je Hem vertelt.

Of Hij antwoord geeft? Niet altijd. Lang niet altijd. Ik weet dat er mensen zijn die daar op stuk gaan, zo gehoopt op een helder antwoord, een duidelijke richting die God wijst. Zo gaat het niet altijd, vaak niet. Dat is een lange, moeizame weg, die sommigen van ons gaan. Zoekend naar God, wachten op een teken van zijn Leven.

De Psalmen vertellen van deze ervaring. Van het zoeken en zuchten en vragen. Van het roepen en smeken. En daar doorheen soms zomaar de ervaring, psalm 40 bijvoorbeeld, U hebt mij gehoord, mij weer vaste grond onder de voeten gegeven.

Zo hebben mensen door de tijden heen ervaren: God is een luisterende God. Hij hoort mij als ik tot Hem roep. De Psalmen zingen ervan, in goede en kwade dagen.

En als je alleen maar stilte hoort, terwijl je bidt tot God, lees de psalmen eens. Wie weet, vertolkt het lied van een ander jouw ervaring. Ontdek je er iets in van de luisterende oren van God.

Bonhoeffer zegt: God is een God die luistert naar jou. En als jij hoort naar een mens in nood, als jij de moed hebt om stil te zijn, de kracht om je eigen woorden in te houden, dan is het een goddelijk werk dat je daarmee verricht.

Door te luisteren, bewijs je je medemens nogal eens een grotere dienst dan door te praten. Je kunt het niet tegen elkaar afzetten, maar vóór het spreken is er eerst het luisteren. Ik denk dat veel van ons die ervaring ook wel kennen. Als je een persoonlijke crisis door maakt, een vreselijke tijd hebt in de klas op school, een verdrietig jaar moet doorstaan, wat heb je dan een intense behoefte aan een oor dat naar je hoort. Al is het maar één mens, die niet gelijk begint te praten, maar je woorden kan verdragen en gewoon zomaar luistert. Vaak, is mijn ervaring, vaak ga je zelf ook weer anders luisteren. Als je eenmaal hebt meegemaakt hoe helend het is als je gehoord wordt. Dan zul je daarna ook anders luisteren naar wat mensen jou vertellen.

Als je moeilijk kunt luisteren naar je broeder of zuster, dan bestaat het gevaar dat je ook moeilijk luistert naar God. Dat je de stilte, de afstand, met woorden probeert te vullen, te overbruggen. En dat je vergeet te luisteren naar de woorden van God.

Ik denk dat die twee ook bij elkaar horen in de kerk. Luisteren naar de ander, luisteren naar God. God liefhebben is ook, naar Hem luisteren. Zijn Woord is in je geplant, schrijft Jakobus. Wees stil, en hoor de woorden die de Heer tot je spreekt. Zo begint de liefde tot God. En zo begint de liefde tot je vriendin, je broer, je opa, je collega. Als je oprecht naar hem of haar luistert.

Oprecht luisteren, dat je je mening nog even uitstelt. Dat je nog geen oordeel geeft. Nee. Je bent stil. Terwijl je dochter aan de keukentafel tegenover je zit en haar verhaal tegen je doet. Je zwijgt, terwijl je man zijn opgekropte angst er uit gooit. Je luistert, terwijl je vriendin haar wanhoop in woorden vat. Dan zal de ander ruimte vinden om te spreken.

En zo is luisteren het grootste geschenk dat je kunt geven. Aan elkaar. En aan God.

En de tweede dienst die je elkaar daarna kunt bewijzen, zegt Bonhoeffer, is de daadwerkelijke bereidheid om te helpen. Dat ook. Maar eerst is er het luisteren.

In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, Amen.

Themadienst 11 februari 2018 “Oren om te horen”
Ds. Hanneke Ouwerkerk
P.G. de Hoeksteen
Jakobus 1: 19-27