Maar ben ik, samen met u, zout van de aarde geweest?

‘Jullie zijn het zout van de aarde,’ heeft Jezus tegen zijn leerlingen gezegd (Mat. 5: 13). Niet alleen van Israël, of van de kerk, nee: van de aarde. Het zal je maar gezegd worden. Waarschijnlijk heeft Jezus deze woorden bemoedigend bedoeld. Voor hem op de grond zit een groepje eenvoudige vissers en zoekers die nog amper weten waar ze aan toe zijn met Jezus. Toch verklaart Jezus hen eerst zalig en noemt hij hen vervolgens het zout van de aarde. Het doet denken aan die schooldirec- teur die tijdens een jaaropening tegen een zaal vol onzekere en warrige pubers zegt: ‘Jullie zijn de toe- komst!’

Zout was, en is nog altijd, van levensbelang voor mensen. Zeker in warme landen als Israël. Zonder zout houdt een mens geen vocht vast en loop het gevaar uit te drogen. Maar er is meer. Zout reinigt en desinfecteert. Zout heeft een conserverende werking. En zout geeft smaak aan het eten. Er zijn zelfs tijden geweest dat zout een officieel betaalmiddel was. Ons woord salaris komt niet voor niets van het Latijnse woord voor zout: sal.

Zo te horen heeft Jezus een behoorlijk positief beeld van zijn leerlingen, hoe eenvoudig en schamel ze er ook uit mogen zien. Hij geeft zijn eerste gemeente een uiterst eervolle titel. ‘Jullie zijn het zout van de aarde.’ Er is geen reden om deze woorden niet ook op de gemeente anno 2014 betrekken. Op onszelf dus. Het is dat Jezus het zelf zegt, anders zouden we het nooit geloven.

Na bijna twaalf jaar predikant te zijn geweest in uw midden, neem ik eind van deze maand afscheid. Ik ga verder als predikant in het Brabantse Heusden. Sinds ik het beroep naar Heusden heb aangenomen, kijk ik wat vaker om dan ik gewend was. Toen ik in april 2002 aankwam in Schoonhoven had ik in mijn persoonlijke leven een roerige periode achter de rug. Ik ben hier weer in rustig vaarwater gekomen. Ik voelde me welkom in de Hoeksteengemeente. En mede dankzij Marianne en de jongens ben ik me enorm thuis gaan voelen in Schoonhoven.

Maar ben ik, samen met u, zout van de aarde geweest? Het mooie van zout is dat het in heel kleine korreltjes verkrijgbaar is. Terugblikkend zie ik een spoortje van die zoutkorrels glinsteren. Ik denk aan de musicals waaraan ik deel heb genomen; aan zomaar een zondagse kerkdienst waarin de zon ook in de kerk leek te schijnen; aan een mooie verzameling persoonlijke ontmoetingen; aan trouw- en rouwdiensten waarin we lief en leed hebben gedeeld; aan de vele vergaderingen en gespreksavonden die wel eens vermoeiend waren, maar die nooit (nooit!) werden geplaagd door een negatieve sfeer; aan een paar heel mooie reizen (Potsdam, Chevetogne, Israël); aan allerlei mooie diaconale projecten; aan spontane gesprekken die ik zittend op het muurtje vlak voor de kerk voerde; aan de wijze waarop collega Chris Koole en ik elkaar hebben aangevuld en gesteund; aan een paar heel mooie Rotonde- avonden; aan dat ene Pinksterfeest waarop we met de hele gemeente na de dienst ijs hebben gegeten, in de zon; aan al die keren dat we als gemeente als engelen hebben gezongen; aan de Bijbel die we tot tweemaal toe met een groep doorzetters van kaft tot kaft hebben gelezen. Allemaal korreltjes zout die we samen hebben gestrooid.

In Zwolle staat een kerk die De Peperbus wordt genoemd. De kerk dankt die naam aan de vorm van haar toren. Peper is net zoiets als zout. Dus, als u in de toekomst mocht besluiten om toch nog een toren bij de Hoeksteen te bouwen, denk dan eens aan de vorm van een zoutvat, met veel glas en een zilverkleurige dop als dak. De Hoeksteen staat tenslotte in de Zilverstad. Als ik dan nog eens mag komen preken, en op zondagmorgen aan kom rijden en vanuit de verte een zoutvat (geen zoutpilaar!) in de zon zie glinsteren, dan weet ik dat de Hoeksteengemeente nog steeds weet wat haar te doen staat op dit stukje van de aarde.

Ds. Frans Willem Verbaas