Maria en Mandela

Protestanten zijn niet van die Maria-vereerders. Protestanten geloven dat God ons zijn Zoon Jezus heeft gegeven als middelaar, en dat het vreemd is, en onbijbels, om tussen Jezus en ons nog eens een extra middelares te plaatsen in de persoon van Maria. Maar dat neemt niet weg dat Maria ook voor protestanten een belangrijk personage is. Het leven is, laten we wel zijn, razend ingewikkeld en daarom hebben we aansprekende, inspirerende voorbeelden nodig, mensen op wie wij ons kunnen oriënteren. En Maria is bij uitstek zo’n voorbeeld.

In het Lucasevangelie lezen we hoe de engel Gabriël naar haar toeging om te vertellen dat de Heilige Geest haar zou overschaduwen en dat zij zwanger zou worden van een zoon die ze Jezus moest noemen. Maria zei toen niet: ‘Ik dacht het niet, ik heb heel andere plannen met mijn leven.’ En ook zei ze niet: ‘Maar dat kan helemaal niet!’, zoals eerder Zacharias had gereageerd, toen Gabriël hem vertelde dat zijn hoogbejaarde vrouw Elisabeth zwanger zu worden van Johannes de Doper. Wat Maria wel tegen de engel zei, was: ‘Zie mij, de dienares van de Heer, mij geschiede naar uw woord (NBG-vertaling ).’ Met diezelfde woorden, ‘Zie mij!’, reageerden eerder aartsvader Abraham en de profeten Samuel (1 Samuël 3:4) en Jesaja (Jesaja 6:8) toen God hen riep. Maria speelde dus niet de zoete, sprookjesachtige maagd die later van haar is gemaakt. Ze sprak de stevige, doorleefde taal van het Oude Testament. Ze stelde zich beschikbaar. Ze toonde zich ontvankelijk voor de scheppende Geest van God. Zo heeft ze laten zien hoe een gewoon meisje van vlees en bloed een bijdrage kan leveren aan zoiets groots als de komst van het Koninkrijk van God op deze aarde. Daarmee heeft Maria een geweldig voorbeeld gesteld.

Een maand geleden, het was in de adventstijd en we lazen die zondag in de kerk net over Maria, is Nelson Mandela overleden. Mandela gold ook als een voorbeeldig mens. Hij had een sterke persoonlijkheid, maar ook een zacht gezicht. Een onvermoeibare activist was hij, maar toch was hij na 27 jaar gevangenschap geen verbitterd mens geworden. Hij heeft gevochten tegen de apartheid en voor vrijheid en democratie in Zuid- Afrika, maar toen die strijd gestreden was, sprak hij van verzoening en vergeving. Mandela was een man die zichzelf bepaald niet wegcijferde, maar tegelijkertijd stelde hij zijn leven in dienst van een hoger doel: de komst van een rijk van recht en vrede.

Terwijl Maria meer op God gericht was (al moeten we de aardsheid van haar lofzang beslist niet onderschatten) en Mandela meer op de mens (al hadden zijn toespraken een grote spirituele kracht), hadden beiden trouwens veel gemeen. Beiden waren afkomstig uit de provincie: Maria groeide op in Galilea, Mandela op het platteland van Zuid-Afrika. Toch hebben beide ‘provinciaaltjes’ de wereld veranderd. Maria was een vrouw en in haar tijd hoorden vrouwen te zwijgen. Mandela was een zwarte man en dus had hij in een land waar apartheid heerste, niets te zeggen. Toch hebben beiden onvergetelijke woorden gesproken. De naam Maria komt van het Hebreeuwsev, de naam die ook de zus van Mozes droeg; het is een naam die ruikt dus naar exodus, uittocht uit Egypte, bevrijding. Mandela wordt gezien als een moderne Mozes die de zwarte bevolking van Zuid-Afrika uit het slavenhuis van de apartheid heeft geleid.

Tot op de dag van vandaag wordt Maria uitbundig vereerd; één van de titels die zij draagt luidt ‘Koningin van de hemel’. Toch is ze altijd dat eenvoudige meisje gebleven. Mandela werd gekozen tot president en gold de rest van zijn leven als een van de meest geëerde mensen ter wereld. Toch bewaarde hij tot zijn laatste adem een wonderlijke eenvoud en menselijkheid. Ja, ze lijken wel een beetje op elkaar, Maria en Mandela.

Onze wereld heeft voorbeelden nodig: betrouwbare, inspirerende mensen op wie wij ons kunnen oriënteren. Ook na hun dood blijven Maria en Mandela zulke voorbeelden. Maar we doen Maria en Mandela beslist te kort wanneer we heiligen van hen maken, en we doen hen zelfs onrecht wanneer we hele of halve goden van hen maken. Want zij waren mensen, échte mensen, prachtige mensen. We kunnen God alleen maar danken dat Hij, als het écht nodig is, onze wereld zulke mensen schenkt.

Ds. Frans Willem Verbaas