Micha 5: 1-4a, Hebr 1: 1-6 en Matteüs 2: 1-12

Wanneer er Olympische Spelen worden gehouden, vindt er eerst een lange estafette plaats met het Olympische vuur. Er wordt een fakkel aangestoken in het Griekse Olympia, en dan volgt een lange reis, soms de hele wereld over. Allerlei sportievelingen dragen de fakkel een stuk verder, tot hij aankomt in de stad waar de Olympische spelen gehouden worden.

Tijdens een openingsceremonie (waar geen kerkdienst tegen op kan), wordt het grote Olympische Vuur dan aangestoken. Dat blijft branden zolang de Spelen duren, daarna wordt het vuur gedoofd. En een paar jaar later begint het ritueel weer opnieuw. Fakkels van hoop.

De profeet Micha kwam iedere adventszondag en vandaag langs om de fakkel van de hoop door te geven aan iemand die een rol speelt in de geboortegeschiedenis van Jezus: Zacharias, Maria, Jozef, de herders en vandaag de wijzen…

Want zo gaat dat in het geloof: we geven het licht aan elkaar door. Van generatie op generatie. Dat is onze traditie. Het woord traditie betekent: over-levering. De christelijke geloofstraditie is een lange estafette die, als we de tijd van het Oude Testament meerekenen, al meer dan 3000 jaar aan de gang is. Van generatie op generatie wordt de fakkel van hoop, geloof en liefde doorgegeven.

Het is een estafette met ups en downs. Soms zijn er schone wegen, soms zijn de weg glad van de sneeuw. De kerkgeschiedenis kent prachtige maar ook bedroevende perioden. De verhalen over kindermisbruik in kerken die in het afgelopen jaar loskwamen vervullen iedereen die deel uitmaakt van de christelijke traditie met schaamte en verdriet. Het messiaanse vuur komt soms in de verkeerde handen terecht. Maar de fakkel, het licht zelf blijkt telkens weer krachtiger dan de mensen die het dragen. Het licht blijft schijnen.

Wil je de hele preek nog eens teruglezen? Lees meer…