Micha 6: 1-8 – 12 december 2010, derde advent, De Hoeksteen

Achter gezangen uit ons liedboek zit soms een heel verhaal. Neem het adventslied dat we net zongen: gezang 128, Kom tot ons, scheur de heem’len Heer… Dat lied is geschreven door een Duitser, Friedrich von Spee, die leefde van 1591 tot 1635. Von Spee was een katholieke priester, die op een gegeven moment de taak kreeg om vrouwen die als heks zouden worden verbrand als biechtvader bij te staan. Dat raakt ons wel, omdat Schoonhoven de twijfelachtige eer heeft dat hier de laatste heksenverbranding in het gewest Holland heeft plaatsgevonden. In 1591 (het geboortejaar van Friedrichvon Spee), werd op de Stenen Brug, tegenover het Stadhuis, Marigje Arriens verbrand. Dat gebeurde op 18 december, in de adventstijd (net als nu). Tegenwoordig denken historici dat het niet echt de laatste heksenverbranding in Holland was, maar dat maakt het allemaal niet minder afschuwelijk. Trouwens: in het toch al zo geplaagde Haïti schijnen heksenjachten weer aan de orde van de dag te zijn. Sommige dingen houden nooit op. Cautio Criminalis, Voorschriften voor aanklagers). Mede dankzij dat boek werden de heksenvervolgingen in een aantal Duitse steden afgeschaft. Friedrich von Spee werd later hoogleraar in de theologie, maar tijdens een pestepidemie besloot hij de universiteit te verlaten en te helpen met het verzorgen van pestlijders. Toen kreeg hij zelf ook de pest en dat overleefde dat niet.

De dichter van gezang 128 was dus een roomse priester en het was zijn werk om veroordeelde heksen bij te staan in hun laatste dagen. Von Spee kreeg zo’n weerzin tegen de processen en wreedheden waaraan die vrouwen werden blootgesteld, dat hij er een hartstochtelijk bestrijder van werd. Hij schreef een boek tegen de heksenjacht. Lees meer…