Mijn ogen hebben Uw heil aanschouwd

Zomaar een nieuwsbericht onderweg.

De douane heeft een partij xtc opgespoord, in beslag genomen en de verdachten opgepakt. De verdachten hadden de partypillen verpakt in dvd’s en cd’s die volgens de omslag kerkmuziek zouden bevatten….

In kerkmuziek zagen de criminelen de ideale dekmantel voor hun duistere praktijken.
Niemand zal bij kerkmuziek denken aan xtc-pillen. Zo hadden de criminelen de douane en de politie op een dwaalspoor willen brengen.

Dit bericht bleef bij mij hangen…
Wat een vondst, van de douane – maar ook wel van de criminelen.

Want is kerkmuziek dan niet geestverruimend.
Kan kerkmuziek dan niet verslavend werken – zo hoor ik het mensen soms zeggen. Als ik een zondag niet naar de kerk ga, dan is het voor mij geen echte zondag.
Soms, als ik een hand bij de deur geef, dan zeggen sommigen letterlijk – ik kan er weer een week tegen. Alsof ze een shot hebben gehaald, hebben gescoord in de goede zin van het woord.

Geloven kan iedereen – maar om het vol te houden heb je training en voeding nodig – Zo is het ook in geloven – lees je bijbel, bid elke dag dat je groeien mag.

Het is waar – kerkmuziek kan je in vervoering brengen – de schoonheid waarvan je voelt – het moet wel waar zijn. Deze muziek zal altijd blijven boven drijven.
Je voelt je deel van een groter geheel. Opgenomen in de liturgie die al eeuwen stroomt en ontspringt aan een goddelijk bron.
Je geeft je eraan over, voelt je opgenomen, geeft je gewonnen.
Onwillekeurig moet je denken aan Karl Marx die religie opium van het volk noemde.

Hij zei het zo: religie is de verzuchting van de onderdrukte mens, het hart van een harteloze wereld, en de ziel van zielloze omstandigheden. Het is de opium van het volk. Zou het zo werken dat we temidden van alle zielloosheid en harteloosheid vanavond verdoving zoeken, zodat we er – om het met deze tijd te zeggen – er een goed gevoel aan overhouden?
Dan zouden we onszelf, God en elkaar tekort doen.
Luister goed naar de lofliederen van mensen naar wie God heeft omgezien.

Als je hart daar vol van is, ja dan loopt je mond ervan over.
Mijn beker vloeit over. Je bent zo blij als dat je verliefd bent.
Je kunt niet zwijgen, alleen op een verhoogde toon ervan spreken en dat noemen we zingen. En goed zingen is dan dubbel bidden.

En als zij zingen – ja het is geestverruimend. Je wordt deel van een groter geheel. Je deelt je leven met God, werkt aan de relatie met Hem.

Maar je wordt niet beneveld of verdoofd. Integendeel. Je gaat scherper zien – je ziet juist sterker de scheefdeling in de maatschappij en de je ziet scherper de oneerlijkheid.

Als je bidt, zingt, dan oefen je jezelf in het kijken door de ogen van God naar deze wereld. Niet vragen – wat zie ik van God – maar 180* andersom – hoe kijkt God naar deze wereld, naar mijn leven – inderdaad in een wereld verloren in schuld.

God ziet naar ons om – dat vieren we met Kerst.
Hij schonk ons zijn eigen zoon – zo lief had hij de wereld,
Maarten Luther zei dan altijd – vul je eigen naam dan maar in
Zo lief had hij u, jou en mij, dat Hij zijn eniggeboren zoon gaf opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.

Dat is kerst – dat vieren we met de allermooist muziek die er bestaat en we zingen en musiceren dat het een lieve lust is.

Iemand die afgehaakt was van het geloof vertelde me waarom.
Hij zei – als mijn ouders problemen hadden, gingen ze bidden en dan gingen ze afwachten of hun geldzorgen, hun persoonlijke problemen werden opgelost. Dat kon hij niet meemaken – en dat kon ik verstaan.

Als je bidt – begin dan met danken. Want hoe zou jij het vinden als een vriend, als je kind alleen maar verlanglijstjes in zou leveren. Leven in een relatie is delen wat mooi en wat moeilijk is.
Zo is het ook in het geloof.
En als je zo zingt, ga je juist scherper zien wat je zelf kunt doen om problemen ten goede te keren.

Ogen zeggen alles. Ogen verraden angst en vrede, haat en liefde, rust en overgave. Een mens verraadt zich als zijn ogen niet mee doen als ‘ie lacht – maar ook: wat kun je genieten van de open blik vol verwondering van een kind, maar blikken kunnen ook bijna doden – hoe je het ook bekijkt: ogen zijn de spiegel van de ziel!

Heb je er oog voor?
Bij Jezus waren er op dat grote tempelplein maar een paar mensen die er oog voor hadden. Twee oude mensen…
Mensen met ogen die al veel gezien hadden. Hoe kan het dat zij nog opkeken van dit kleine kind?!
Er moeten veel meer mensen op het plein geweest zijn – zij hadden er geen oog voor, in beslag genomen als zij waren door andere blikvelden.
Maar Simeon en Anna – zij hebben op de uitkijk gestaan. Zij zijn profeten, letterlijk zieners – zij wisten diep in hun hart dat zij de Messias met eigen ogen zouden zien – Dat is in vervulling gegaan.

Soms ontmoet ik wel eens mensen die daar jaloers op zijn. Ja, zij hadden makkelijk geloven – zij waren ooggetuigen – wij hebben het allemaal maar van horen zeggen..
Ik begrijp zo’n opmerking heel goed, maar ik waag het te betwijfelen of Simeon en Anna in het voordeel waren.
Zij moesten het doen met dit beeld. Een kind van 8 dagen – is dat nu een teken van God? Is dat nu het Licht der Wereld. De Messias, de sterke leider die alles recht zou zetten?!
Simeon en Anna moesten het doen met het beeld van een klein kind, als het ware maar een klein detail van het schilderij van Jezus.

Ik geloof dat wij allemaal een voorsprong hebben. Wij overzien zijn leven, sterven en opstaan en de lange stoet van mensen die in navolging van Hem licht hebben verspreid, tekenen van hoop, heil in onze wereld…

Je ziet ook neergeslagen ogen.
Ogen die niks meer verwachten. Ogen dof door verdriet, gemis, depressie. Ogen voor wie de glans van het leven af is gegaan…
Mijn ogen hebben uw heil gezien… man hou op – 2013 is voor mij een rampjaar – ik durf niet eens de toekomst tegemoet te zien, ik leef maar bij de dag, want al die mooie beelden ze doen pijn aan mijn ogen…Waar heb ik nu nog naar uit te zien?!

Dan het goed nog eens scherp te kijken naar Simeon en Anna. In enkele pennenstreken wordt een wereld van verdriet zichtbaar. Simeon verwachtte de vertroosting van Israël…

Niet alleen voor zichzelf. Hij had oog voor heel het volk, alle volken.
Anna, maar 7 jaar was zij getrouwd – naast het gemis van je unieke, onvervangbare allerliefste – een pijn van afgesneden zijn, alsof een deel van jezelf is geamputeerd, zonder verdoving, zo beeldend omschreef iemand ooit zijn verdriet tegen mij. Voor Anna betekende het daarnaast een moeilijk leven – zonder uitkering, zonder man en kinderen voorzien in je levensonderhoud.
Simeon en Anna – ik stel hen me voor als oude mensen met die karakteristieke blik in hun ogen met een vermenging van liefde en zorg, verdriet en wijsheid…

Niet verblind door verdriet
niet verbitterd door wat het leven bracht
niet blindstaren op het verleden

Om het in woorden van Ida Gerhardt te zeggen:

oud worden is het eindelijk vermogen
ver af te zijn van plannen en getallen
een eindelijke verheldering van ogen
voordat het donker van de nacht gaat vallen

Maar er staat nog iets van hen geschreven; zij leefden dicht bij God – zij vastten en baden, rechtvaardig en vroom in de goede in van het woord…
Ligt daarin het geheim waarom zij uitzien naar de Messias?!
Ik vermoed dar daarin de sleutel ligt tot het verstaan van hun levensgeheim.
De mens die bidt en vast – blijft niet alleen terneergeslagen – hij houdt oog voor God, voor wat God in mensen bewerkt – die mens die bidt en vast –
Die houdt zijn ogen open voor tekenen van heil – die zien in een kind ‘zolang God nog kinderen op deze aarde zendt, heeft Hij zich niet van ons afgewend’. Zij zien in de tijd tekenen van gerechtigheid, zij zijn mensen die om kunnen zien…

Daarin schuilt een groot geheim ook voor ons. Mijn eigen ervaring is dat wanneer ik mijn gebed verwaarloos ik minder verdraag van anderen. Mijn oog is sneller geïrriteerd in het verkeer, er ontgaan mij signalen…Als ik bid, oefen ik mij in het kijken met Gods ogen…

Dat is ook een pijnlijke ervaring aan de ene kant. Ik schrik van wat we elkaar kunnen aandoen. Ik zie de puinhopen van deze wereld en schrik als ik me bedenk hoeveel pijn we God aan doen.

Dan word ik vervolgens verwonderd, dat God ondanks dat allemaal nog steeds om ons geeft, ons draagt aan zijn hart, zijn Zoon in ons midden zond in de gestalte van een kind – zo weerloos is zijn liefde, zo kwetsbaar zijn trouw, zo overweldigend zijn behoefte om in relatie met ons te leven.
Als God mij zo vol ontferming aanziet, wie ben ik dan om op de ander minachtend neer te zien.

Als God mij zo bemint, dan kan het toch niet anders of ik krijg ook voor mijn naaste – dan ga je toch omzien, dan kijk je toch met de ogen van je hart…
Dan zijn er wonderen zichtbaar, ook nu nog – dan mag je met een blik vol verwondering het Simeon en Anna nazeggen: Mijn ogen hebben Uw heil aanschouwd.
Want wie gelooft kijkt altijd verder!

Amen
Schoonhoven 29 december 2013 ds Erick Versloot