Minimaal

Wanneer het precies begonnen is, weet ik zo gauw niet. Maar sinds enkele jaren zien journalisten,  hoogleraren rechtswetenschap en politieke beleidsmedewerkers veel in een ‘minimaal (zo weinig mogelijk) christendom’. Laat God maar dienen tot heiliging van het dagelijks leven, als het maar niet verder komt dan de eigen voordeur. En in één moeite door pakken ze ook even de andere godsdiensten in ons land mee. Hoe meer de godsdienstigheid van de mensen zich beperkt tot eigen huis en tuin en kerkgebouw, des te beter is het voor de sociale harmonie en de sociale cohesie. Maar het probleem is alleen, dat een ‘minimaal  christendom’ niet bestaat. Het christelijk geloof vraagt de hele man en de hele vrouw. Wie de bijbel leest zal zien dat het Oude Testament een helemaal aan God en de naaste toegewijd leven vraagt. Lees je het Nieuwe Testament erbij, dan zie je dat Jezus Christus ruimte schept voor zo’n leven en dat de Heilige Geest die
ruimte op ons in onze tijd toepast. (Gaat het nu opeens over de drie-enige God? Jawel, daar is geen  ontkomen aan als je de bijbel ernstig leest.)

Er zit ook wel iets moois in een ‘God die dient tot heiliging van het dagelijks leven’. Maar is die heiliging zo
gemakkelijk? Literatuurkenner en schrijver Jan Oegema wekte vijf jaar geleden een kleine sensatie met zijn
versie van het ‘minimale christendom’. Hij stond sceptisch ‘tegenover elke uitspraak die God opsluit in
een beeld’. En hij schreef: ‘Het feit dat ik niets weet, is het meest religieuze dat ik bezit’. De tijd was gekomen om zich te ‘outen’, voor hem en alle andersdenkende landgenoten. Hij schatte het aantal geestverwante ‘solo-religieuzen’ op ongeveer 850.000 mensen. Toevallig evenveel als het aantal moslims in ons land. Maar dat God niet in een beeld op te sluiten is, is geen vondst van Oegema. Mozes heeft vele eeuwen voor Christus in de Tien Geboden al gezegd dat we geen beelden moeten maken van God. Alleen al bij dat gebod blijkt dat die heiliging van het dagelijkse leven niet zo gemakkelijk is. De fanatieke aanhangers van de Hervorming van de zestiende eeuw hebben de beelden uit kerken verwijderd. En het huidige protestantisme is daar tot nu toe niet op teruggekomen. Maar daarmee zijn wij protestanten nog niet van dat gebod af! Wij hebben wel de neiging God in vaste formules, bepaalde gedachten of in een geloofsleer op te sluiten. Dat gaat zo in zijn werk: de bijbel spreekt vaak duidelijke taal en doet op die manier een beroep niet alleen op ons hart, maar ook op ons verstand. Al lezend trek je conclusies over God en de mensen en daar is niets op tegen: die conclusies kúnnen en móeten er komen. Maar als je die conclusies in vaste formuleringen giet en je denkt: nu ben ik helemaal op de hoogte en ik kan God en de mensen als het ware in mijn zak steken, is het mis. Dan ben je in conflict met het onderwijs van Mozes.

Waarom hebben mensen altijd weer beelden van hun goden gemaakt en waarom is de neiging om beelden te
maken niet uit te roeien? Omdat je met een beeld God heerlijk dicht bij je hebt, je krijgt macht over Hem, en je kunt Hem gebruiken voor alles wat je zelf goed en nodig vindt. Mozes heeft het maken van beelden
verboden, omdat wij met onze godsbeelden een ruimte in beslag nemen, die alleen God zelf kan vullen.
Volgens het Nieuwe Testament vult God de ruimte en doet Hij dat in Jezus Christus, hèt beeld van God. Dat
beeld is niet van gips, het is niet in formuleringen te vangen, want Jezus Christus spreekt en leeft tot op de
dag van vandaag. In hem is God met ons bezig en uit dat spreken trekken wij conclusies. Maar dat kunnen nooit meer dan gebrekkige en voorlopige conclusies zijn. Het is: luisteren, blijven luisteren. Al onze formuleringen en denksystemen hebben een beperkte houdbaarheidsdatum. En het is al heel wat, wanneer daardoor heen het licht van God binnen valt, zoals het zonlicht door de gebrandschilderde ramen van de Sint Jan in Gouda.

Ds. Chris Koole