Het moment van Jozef

Op deze kerstavond staan we stil bij een onopvallend, maar toch beslissend moment in het kerstevangelie. In Lucas 2 (vers 6 en 7) lazen we:  Maria baarde een zoon, haar eerstgeborene ..  en ze wikkelde hem in doeken en legde hem in een voederbak (kribbe).  Meestal lezen we deze zin in één adem door. Maar eigenlijk zouden we even onze adem in moeten houden tussen de twee zinsdelen: Maria baarde een zoon…. en … en ze wikkelde hem in doeken.

Het is namelijk helemaal niet zo vanzelfsprekend dat Jezus in doeken werd gewikkeld. Het had heel goed gekund dat Jozef dat had tegengehouden, of zelfs verboden. De evangelist Lucas heeft immers eerder duidelijk verteld dat Jozef niet de echte vader is van dit kind. De echte vader is volgens Lucas God. En dus is het nog maar helemaal de vraag of, nu puntje bij paaltje komt,

Jozef het kind wel wil erkennen/adopteren. In de tijd van de bijbel was het niet ongebruikelijk dat onwettige of ongewenste kinderen meteen na hun geboorte bloot te vondeling werden gelegd. In delen van de wereld gebeurt dat nog steeds. En sinds dit jaar bestaat er in Dordrecht en ik meen ook in Papendracht een babyluikje voor ongewenste kinderen. Dan gaat het eigenlijk om hetzelfde.

Maria baarde een zoon, haar eerstgeborene… En toen riep Jozef niet: ‘Ho, stop, weg met dat kind!’  Jozef moet Maria met een blik of een gebaar hebben laten weten dat het goed is; dat ze haar zoon, haar eerstgeborene in doeken mocht wikkelen om hem te houden, en van hem te houden, en voor hem zorgen. Met die toestemming heeft Jozef de vaderrol van Jezus op zich genomen.

Dat had hij niet hoeven doen – hij heeft het wel gedaan. Hij heeft er weinig applaus mee geoogst. De herders die langskwamen hebben het niet geweten. De wijzen uit het oosten die langskwamen is het niet opgevallen. Wij die ons hele leven al kerstfeest vieren, lezen er altijd overheen. Wij willen gewoon zo snel mogelijk door naar de engelen en de herders, of naar het kerstdiner. Maar dat ene moment, die ene komma tussen: zij baarde een zoon… en: … en zij wikkelde hem in doeken… dat is wel degelijk het moment van Jozef geweest. Zijn bijdrage aan het kerstevangelie volgen Lucas.

En Jozef heeft zijn vaderschap nog serieus genomen ook. Misschien heel wat serieuzer dan heel wat biologische vaders. Hij is zelfs zo’n goede vader voor Jezus zijn geweest, dat Jezus op zijn meest intense moment God Abba – papa zou noemen. Dat had hij nooit gedaan als Jozef niet een heel goede pa voor hem was geweest.

Het feit dat Jozef goedkeurend heeft geknikt, na de geboorte van Jezus, heeft twee belangrijke gevolgen. Het eerste gevolg is bijbels of theologisch van aard. Profeten uit het OT hebben altijd gezegd dat de Messias een afstammeling zou zijn van koning David. De Messias zou immers een koninklijke gestalte zijn, ‘de koning der Joden.’ Nu was Maria geen nakomeling van David, maar Jozef wel.

Misschien vertelt Lucas daarom wel zo duidelijk dat Jozef zich in moest laten schrijven in Betlehem, de stad van David, aangezien Jozef van David afstamde. Gedurende dat korte moment tussen baren en in doeken wikkelen was Jezus dus nog geen kind van David. Dat werd Jezus pas toen Jozef naar Maria had geknikt van: ‘Het is goed Maria, ik erken hem als mijn eigen zoon, neem hem op in mijn familie, wikkel hem maar in doeken.’

We hebben het dus aan Jozef te danken hebben dat wij ook vanavond weer konden zingen: Stille Nacht, heilige nacht, Davids zoon, lang verwacht… We hebben het aan Jozef te danken dat we bij dat armoedige kind in die kribbe toch aan een koning denken – aan de ware koning zelfs. Deze wereld barst van de mensen die zich als een koning of een koningin gedragen. Dankzij Jozef weten we dat er maar één het werkelijk waard is om voor te knielen en als koning te aanbidden: dat kwetsbare kind in de kribbe.

Maar het tweede gevolg van Jozefs zwijgende toestemmen… is misschien wel belangrijker. De bijna onzichtbare bijdrage van Jozef aan de geboorte van Jezus, leert ons beter om ons heen te kijken. Leert ons alert te zijn op al die belangrijke, heilzame daden van mensen, waar wij zo vaak overheen kijken. Die ogenschijnlijk weinig betekenende daad van Jozef (‘Toe maar Maria, wikkel je kind maar in doeken’), is een belangrijke geloofsbeslissing geweest, een geloofsdaad.

Oog hebben voor het aandeel van Jozef in het kerstevangelie, leert ons scherper uit onze ogen te kijken. Want ook om ons heen gebeuren er zoveel dingen, vaak in de verborgenheid, die van beslissende betekenis zijn. Al die ouders die onspectaculair, maar wel liefdevol en trouw en zo goed als ze kunnen voor hun kinderen zorgen. En al die grootouders die hun steentje bijdragen in de zorg voor hun kleinkinderen.  Zij maken het verschil.

Al die mensen die in de zorg werken, al die honderdduizenden mantelzorgers. Week in week uit, jaar in jaar uit. Zij maken het verschil. Al die mensen die zich een beetje positief opstellen op hun werk, in hun straat, in het verkeer… Zij maken het verschil. De mensen die ervoor kiezen hun dikke ik wat af te laten vallen, of die ervoor kiezen geen kort lontje te hebben. Het hoeft niet, ze doen het wel en maken het verschil.

Het kerstevangelie leert ons om oog te hebben voor al die mensen die een beetje op Jozef lijken. Kijk morgen iedereen eens goed aan, als u aan het kerstdiner zit. Goeie kans dat er ook bij u aan tafel een Jozef zit, of een Jozefien. Als ik me niet vergis zag ik net een Jozien door onze kerk lopen…  Of kijk morgenochtend op de eerste kerstdag eens in de spiegel. Misschien lijkt u zelf wel een beetje op Jozef. Misschien denkt u: kom, ik ga mijn best doen om net wat meer op hem te lijken.

Het kerstevangelie is een kritisch verhaal. De almachtige Augustussen en Quiriniussen en Herodessen van deze wereld, en hoe ze tegenwoordig verder maar mogen heten, worden stevig onder kritiek gesteld door het kind van Betlehem. Maar het kerstevangelie is beslist ook een troostend en bemoedigend verhaal. Juist de stille Jozeffen, aan wie de wereld zo vaak voorbijziet, worden in het kerstevangelie geëerd. En wij die het kerstevangelie vanavond opnieuw horen, worden uitgenodigd om oog te hebben voor de ‘stillen in den lande’ in onze eigen omgeving. Kijk maar goed! Zie maar! Er zijn veel meer van die Jozeffen en Jozefienen om u heen dan u denkt.

En zo ligt een zalig kerstfeest zomaar voor het oprapen. Het ligt onder onze neus, onder handbereik. Gewoon een kwestie van goed kijken.  Zalig zij die ogen hebben om te zien. Zalig Kerstfeest!

Amen.

Ds. Frans-Willem Verbaas

(In één van zijn meditaties in het boek Opklaring wijst Okke Jager op de bijzonder spanning in Lucas 2:7, en op de bijzondere rol die Jozef hier krijgt toebedeeld. Okke Jager was een bekende theoloog die al meer dan twintig jaar overleden is. Hij schreef ieder jaar een boek, boeken die je nu voor een habbekrats op rommelmarkten tegenkomt en waarover ik me graag als een barmhartige Samartiaan ontferm. En zo bleek opnieuw: wie goed doet, goed ontmoet, want Okke Jager opende dit jaar voor mij het kerstevangelie.)