Nee, Ik heb ú uitgekozen

Niet gij hebt Mij uitgekozen, nee, Ik heb ú uitgekozen en ik heb u ingezet, opdat u heengaat en vrucht draagt en uw vrucht blijvend zal zijn. (Johannes 15: 16a)

Alles is te kiezen. Of het nu gaat om verzekeringen, de hoogte van je eigen risico, om je studie of het aantal dagen dat je werkt. Of, veel verstrekkender nog, als het gaat om het levenseinde. Niets is vanzelfsprekend. Alles lijkt een keuze te zijn. Dat begint al op de basisschool. En dan heb ik het nog niet eens gehad over religie. Misschien dat er op dat terrein wel het meest te kiezen valt. Er is een enorme keuzevrijheid in bijna alles. Met daarbij bewust of onbewust de gedachte dat je grip hebt op de dingen die gebeuren. Je leven is zo mooi en dynamisch als je zelf kiest.

Tegelijk maken al die keuzemogelijk-heden het leven niet eenvoudiger. Keuzestress kennen we allemaal wel, vermoed ik zo. Want zelf kiezen betekent ook: verantwoordelijkheid dragen. Ver-antwoordelijk zijn voor de gevolgen van de keuzes die je hebt gemaakt. En door al die keuzes heen zijn er veel dingen in je leven die zomaar op je weg komen, die je overkomen of waar je door wordt overvallen, langzaam in bent gerold mis-schien.

In dat licht zijn Jezus’ woorden wel heel treffend. Niet gij hebt Mij uitgekozen, nee, Ik heb ú uitgekozen. Johannes 15 maakt deel uit van de afscheidsrede van Jezus. Hij spreekt tegen zijn discipelen over zijn vertrek uit de wereld. Pasen en Hemelvaart liggen hier uiterst dicht bij elkaar. Het evangelie van Johannes is het jongste evangelie. Geschreven aan het eind van de 1e eeuw, in en voor een gemeente die in verdrukking leeft. Als Jezus spreekt tegen zijn discipelen, dan komt de gemeente daar helemaal in mee. Zij, en met hen ook wij, worden aangesproken door de woorden van Jezus. Johannes 15 staat helemaal in die spanning van kruis en opstanding. Jezus is de weg gegaan die zijn Vader hem wijst. En de kerk na Pasen weet hoe die weg loopt. Naar het kruis. In die spanning spreekt Jezus woorden van afscheid tegen zijn discipelen. En Hij keert alles om. Heel ons denken en ons streven. Onze zelfverwerkelijking. ‘Jullie hebben mij niet uitgekozen, Ik heb jullie uitgekozen.’ Het zijn cruciale woorden die Jezus spreekt. Niet als een vorm van willekeur. Alsof je het met God nooit zeker weet, alsof je maar moet afwachten of je wordt uitgekozen of niet. Maar veel eerder als een woord van bemoediging en van troost in tijden van verdrukking en beproeving. Er is moed nodig om dan staande te blijven, het geloof niet te verliezen. Om aan Jezus vast te houden. In dat licht is het een verademing dat onze keus om Christus te volgen, gegrond is in Gods keus voor ons. De wortel ligt in Christus. Niet in jezelf, in je onrustige hart dat alle kanten uitgaat. Soms hartstochtelijk overtuigd en voluit volgeling van Jezus. Veel vaker misschien wel aarzelend en zoekend. Het beslissende moment ligt in Christus.

En daarom is het bestendig. Als je merkt dat je hart brandt voor Hem, als je merkt dat je door Hem wordt aangetrokken, dan weet je: ‘Ik heb lief, omdat Hij mij eerst heeft lief gehad.’ (1 Johannes 4: 10)

Ds. Hanneke Ouwerkerk