Niet langer toeschouwer zijn, maar deelnemer en lotgenoot

Wie vanuit het midden van het land naar het zuiden wil en de snelweg A2 neemt, zal bij het stadje Zaltbommel de rivier de Waal passeren. Dat gaat dan via een heel imposante brug,een z.g. kabel- of tuibrug, in 1996 geopend voor het verkeer, een heel knap stukje bruggenbouwkunde. Bijzonder aan deze brug is dat hij genoemd is naar een dichter en wel naar Martinus Nijhoff (1894 – 1053).

Een brug die naar een dichter heet : dat is toch wel wat apart – en dat komt door zijn bekendste sonnet: De moeder de vrouw.
In dat gedicht vertelt de dichter dat hij naar Zaltbommel is geweest om daar de pas geopende (1933) verkeersbrug te zien die het lange wachten tijdens drukke uren voor de veerpont verving. Door de toegenomen verkeersdrukte is die inmiddels vervangen en gesloopt, voor die tijd echter ook al een knap stuk werk. In het gedicht wordt evenwel niet de toenmalige brug bezongen als wel de psalmzingende vrouw die op een schip voorbijvoer:

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer.
En wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij. Zijn hand zal u bewaren.

Nijhoff, die ook heeft meegewerkt aan onze nieuwe psalmberijming, zeven psalmen waaronder Psalm 150, zijn van zijn hand, laat in zijn gedichten zien dat je als dichter in deze kunst moet groeien……
Hij debuteerde in 1916 met de bundel De Wandelaar.

Hij woont dan zegt hij in een ivoren toren, wandelt toeschouwend, uniek en eenzaam door de straten, als een vreemde, schaduw, mijn schaduw, mijn enige makker….. In een mythologisch verhaal vertelt hij hoe deze impasse in hem verbroken werd.

Dat gebeurde tijdens een nachtelijke ontmoeting, in zijn stad Den Haag, met de rattenvanger van Hameln, die legendarische, aanstekelijke muziekma- ker, die alle kinderen, allen die ongerept en ontvankelijk zijn, achter zich aankrijgt. Door hem wordt Nijhoff ingewijd in het geheim van een heel anders geaard dichterschap en mens-zijn.

In het gesprek met deze figuur wordt hij zich bewust dat hij, om dichter te kunnen zijn moet leren loskomen van zijn eigen ogen in de spiegel, afdalen uit zijn ivoren toren, en zich moet laten meevoeren naar wat hij van nature niet wil: naar de ander.

De rattenvanger prent hem in wat het betekent om meegevoel te hebben, niet maar als een morele plicht, maar als een aangeboren hartstocht: máák je die ander bewust en denk en leef in andermans gevoel. Zo alleen kom je vrij van jezelf. Probeer te veranderen in de mensen die je beschrijft.

Nijhoff heeft dat gesprek ervaren als een wedergeboorte: niet langer toeschouwer zijn, maar deelnemer en lotgenoot. In zijn bundel Nieuwe gedichten uit 1934 tekent hij de omtrekken, de profielen van gewone mensen: een soldaat die in de kantine een brief schrijft aan zijn lief, een meisje dat in een kantoor achter de schrijfmachine zit, een kapper, een ober, passagiers op een pont, een vrouw voorbijvarend op een schip, psalmen zingend, een huisvrouw die koffie zet, ons mensen…… Ik denk dat we in onze dagen behoefte hebben, meer misschien dan ooit, aan dit soort bekeringen.

Bekeringen in de richting van empathie, mede-gevoelen. Want er gebeurt nogal wat om ons heen. In 1935 schreef de historicus Johan Huizinga het beroemde boek In de schaduwen van morgen. Het begint als volgt : “Wij leven in een bezeten wereld – en wij weten het. De feiten overstelpen ons. Wij zien voor ogen hoe bijna alle dingen, die eenmaal vast en heilig schenen, wankel zijn geworden : waarheid en menselijkheid.”

Nu, dat is vandaag, bijna 80 jaar later, niet anders. Hoe ontkomen we aan de vertwijfeling? Meer dan ooit zullen er mensen nodig zijn die beantwoorden aan de bedoeling waartoe zij hier geroepen zijn. Daar mag de kerk van weten en horen, elke zondag weer.

De kerk – wat is dat? Daar zijn al heel wat antwoorden op gegeven, mij spreekt zeer aan wat Paulus er van zegt: Lichaam van Christus. Wat blijkt dan? Het Lichaam van de Messias, de genezende, bevrijdende aanwezigheid van Jezus zelf is dáár, waar mensen omgaan in zijn Geest, en dat is met empathie, in-gevoel, mee-gevoel, afdalen uit onze torens. En wat ze dan gaan doen behoeft geen betoog, geen uitleg. Ze proberen iets te veranderen aan “de gang van zaken”, proberen omstandigheden, praktijken te veranderen waar mensen vernederd worden, weggezet, uitgestoten.

Ze komen op voor uitgeprocedeerden. Ze willen, om maar iets te noemen, een generaal pardon voor alle vluchtelingenkinderen in Nederland. Het is de tijd niet meer vandaag om dingen die dringen op de lange baan te schuiven. Want hoeveel tijd hebben we nog?

Ds. P.S.Veldhuizen.

Een gedachte over “Niet langer toeschouwer zijn, maar deelnemer en lotgenoot”

Reacties zijn gesloten.