O, wilden jullie maar zwijgen, dat zou wel een blijk van wijsheid zijn!

Drie geleerde heren staan met hun witte jassen en notitieblok rond het restant op de mesthoop. Met hun stethoscopen bestuderen ze casus ‘Job’.

De analyse begint best aardig, want ze zitten een week bij hun vriend zonder ook maar één woord te zeggen! Maar inmiddels zijn we getuige van een steriele discussie over de aard van Jobs aandoening – over het hoofd van de lijdende heen. “Een zeer interessant geval, die Job! Kijk die zweren eens … Buitengewoon!

Mijn hypothese is dat Job gezondigd heeft. Ja, alleen dat verklaart waarom God hem nu zo straft.” Job wordt er gek van. Maar zijn vrienden blijven doorleuteren. “De Here – rechtvaardig als Hij is – geeft mensen toch wat ze verdienen? Wat een diep inzicht in Gods plannen!

Hun arrogantie neemt welhaast pathologische vormen aan als ze Job langdurig bestoken met hun wondermiddel:”Biecht je zonden nou maar op, Job! Dan zul je Gods genezende liefde ervaren…”

Job krijgt er genoeg van. De kwakzalvers! Hij heeft niets misdaan, voor zover hij zich dan bewust is. Hij wil hierover trouwens wel eens een hartig woordje met God wisselen. Als de Here inderdaad die ontmoeting arrangeert, luisteren de vrienden noodgedwongen mee.

Ze durven geen woord meer uit te brengen. En hun diagnose? De notitieblokken blijven ongemerkt op de mesthoop achter … Nu wij nog.

Uit: ‘Onbijbels dagboek’, Rudi Hakvoort