Vrijwilligersbijeenkomst P.G de Hoeksteen juni 2017

Oefening in vertrouwen

De schrijver Willem Jan Otten beschrijft in een van zijn essays een ontroerende scene uit de film Crash. Overigens een zeer luidruchtige en gewelddadige film, zoals hij zegt, over racisme en geweld, dat vandaag nog altijd aan de orde van de dag is, zoals recent nog bleek in Charlottesville, Amerika.

Een vader woont met zijn vrouw en dochtertje in een gewelddadige wijk, waar regelmatig schoten te horen zijn. Het dochtertje is doodsbang, begrijpelijk. Op een avond legt de vader zijn angstige dochter een onzichtbare mantel om haar schouders. Hiermee ben je beschermd tegen geweld, vertelt hij haar. Met een kinderlijk vertrouwen draagt ze de mantel als een beschutting om haar heen. (Uit: Willem Jan Otten, Onze lieve vrouwe van de schemering)

Oefening in vertrouwen

Welke bagage geven wij mee aan onze kinderen, aan elkaar. Wat geven we door, waarmee ze het leven in kunnen? Aan de ene kant doe je er alles aan om je kind onbezorgd te laten opgroeien. Zo makkelijk mogelijk door het leven heen te loodsen en ze te behoeden voor teleurstellingen, verdriet. Afgelopen week was het veelvuldig in het nieuws, overbezorgde ouders die tot aan de rechter toe opkomen voor hun kind. Omdat het niet in de juiste klas zit, geen goeie cito score heeft of niet de aandacht krijgt waarvan ouders vinden dat hun kind dat verdient. Het is een intense uiting van bezorgdheid, denk ik. Zorg om je kind, om hun toekomst.

Ik denk dat het een van de moeilijke dingen is voor onze generatie. Onder ogen zien dat maakbaarheid, zelfredzaamheid, maar heel beperkt opgaat. Accepteren dat daar grenzen aan zijn en dat er dingen zijn, in je werk, je leefomgeving, die je toevallen, en waar je niet zelf voor kiest. Dat iets je ontbreekt en dat je er zelf geen invloed op uit kunt oefenen. Want dat is er ook, naast alles wat een mens zelf kan bereiken met een goed stel hersens, vaardige handen, lange uren arbeid. Dat het leven wordt bedreigd door machten van buitenaf, of van binnenuit.

En dat het ook te zwaar kan zijn, en teveel vraagt. Soms kun je heel sterk iets ervaren van dreiging, of van angst. Van moedeloosheid. Dat het je voor de wind ging, maar ineens gebeurt er iets, er breekt iets af, en het lijkt alsof alles je ineens ontglipt. Misschien is het juist wel daardoor dat je je zo focust op dat waar je wel grip op lijkt te hebben. Sport, werk, gezondheid, kinderen.

Het is die wereld waar wij ons in bewegen, waar wij midden in staan, soms veel dieper dan ons lief is, maar misschien kan dat ook niet anders.

En vandaag zijn we in de kerk, rond het doopvont. Vandaag laten we ons op een ander spoor zetten. Het ontroert mij dat jonge mensen die weg willen gaan. We spraken er over met elkaar. Vanzelfsprekend is het voor jullie, en tegelijk, is dat het ergens ook weer niet. Want in de doop vertrouwen wij onszelf, onze kinderen, toe aan God. Zo groots is dat. Zo anders dan die stroom waar het leven van alledag je in meesleurt. In het spoor van Jezus zal je weg niet gemakkelijker zijn. Laten we daar ook eerlijk over zijn naar elkaar toe.

In de doop daal je met Jezus af in de diepte, van de duisternis, de doodsheid. Er zijn er onder ons die dat heel sterk ervaren hebben. Sinds zij hun leven met God willen gaan, is de beproeving groter, de last zwaarder.

Iemand schreef, als je met Jezus leeft, dan ben je vaak in de buurt van lijden en van chaos. Omdat Jezus die plekken altijd opzocht, omdat hij daar was waar anderen het af lieten weten.

Het leven kent zijn scherven. Vroeg of laat tref je ze aan. En er zijn genoeg kinderen aan wie je dat niet eens hoeft uit te leggen, maar die dat al jong ervaren hebben.

Hoe maken wij hen weerbaar? Laten wij hen een mantel van vertrouwen omslaan. Samen met hen oefenen om ons vertrouwen op God te stellen. Zoals je dat je leven lang oefent, jong of al ouder.

Zoals Daniel, een man van de wereld. Hij heeft een topfunctie, is plichtsgetrouw, ambitieus en geliefd bij de koning om zijn trouw en zijn wijsheid. Tussen de bedrijven door bidt hij, drie keer op een dag. Geen verplichting, maar als een goed Joods gebruik. Hij richt zijn blik naar Jeruzalem, de stad van God, vanwaar verlossing werd verwacht. Een nieuwe tijd van heelheid en vrede. Daniel concentreert zich.

Nu wil de koning hem promotie geven. En dat wekt jaloezie, zoals dat gaat op de werkvloer, ik denk dat we dat allemaal wel kennen. Het plan van Daniels collega’s is simpel en doeltreffend. De koning is onnozel, in dat opzicht. Of hij voelt zich vooral gevleid en denkt niet na over de consequenties. Alleen de koning mag aanbeden worden, geen enkele andere machthebber of god mag worden aangeroepen. Op straffe van de leeuwenkuil.

Zodra Daniel dit hoort, zoekt hij de stilte om te bidden. Hij richt zijn blik op God en bidt. Vaak wordt gezegd: bidden is praten met God. En misschien is dat ook zo. Maar pas op de tweede plaats. Eerst en vooral is het: luisteren. Luisteren naar de Heer, wat Hij tot je spreekt. Richt je hart op Hem. En al luisterend zul je merken hoe je woorden zich voegen naar God. Naar zijn beloften.

Probeer dat eens aan je kinderen te leren. Bidt met hen, doe het ze voor.

Daniel bad op vaste tijden. Ik denk dat dat goed is. Dat je niet bidt naar behoefte, maar naar gewoonte, met een regelmaat. Als je naar behoefte bidt, dan bidt je vooral voor jezelf. Als je bidt naar gewoonte, dan train je jezelf er in om eerst te luisteren. Want voordat jij iets tot God te zeggen hebt, heeft Hij misschien wel veel eerder iets tot jou te zeggen. Door een tekst, een lied, een stem in de stilte. En als je alleen maar bidt als je iets te vragen hebt, dan hoor je misschien wel niet wat de Heer tot jou zegt.

Het maakt je ook sterk, denk ik, als je niet alleen je eigen stem hoort en je daardoor laat leiden, maar als je luistert naar die andere stem. Het woord van de Heer. Ongemerkt, ongewild, ga je dan zelf wat opzij, uit het centrum van je leven. Komt er elke keer weer plaats voor God. Juist ook voor kinderen is dat zo heilzaam. Als de focus zo sterk op hen ligt, alle aandacht uitgaat naar dat ene kind, waarin iedereen er alles aan doet om het ze gemakkelijk te maken. Zo is de werkelijkheid niet, waar er scherven zijn, en dingen aan stukken vallen. Ergens onderweg in hun leven zullen ze dat zien. Laten wij hen wat anders meegeven dan het mantra van de wereld: jij bent verantwoordelijk voor je geluk of je falen, jij moet de stappen zetten om je leven te maken tot een succes.

Vandaag zeggen wij: in het water van de doop worden wij met hart en ziel toegewijd aan God. Al ons vertrouwen stellen wij op Hem. Elke dag opnieuw moet je dat weer leren. Maar gaandeweg is een bevrijding, om je leven in Gods handen te liggen. Ook een worsteling. Juist ook een worsteling, omdat God wegen gaat die wij niet begrijpen, en niet kunnen volgen.

Want dan komt die biddende man met zijn godsvertrouwen terecht in de leeuwenkuil. Een straf die vaker voorkwam in die tijd. Gruwelijk. Ook in de eerste eeuwen zijn veel christenen op die manier omgekomen, ze werden voor de leeuwen geworpen. De leeuwen die iets symboliseren van de chaos, van de macht van de duisternis. Van het graf ook. De kuil wordt verzegeld met een steen. Als bij het rotsgraf waar Jezus in gelegd werd. En de steen moest onderstrepen: dood is dood.

In alle vreugde en schoonheid, in de gewone dagen waar alles voortkabbelt, zijn er ook tijden waarin de leeuwen je bedreigen. Dat er zoveel chaos is, in jezelf, om je heen. Ik denk aan Sint Maarten, waar orkanen zo verwoestend werken dat alles stuk gaat. Als was het een leeuwenkuil, waar leeuwen verslinden wat op hun pad komt.

Ik denk dat we het allemaal ergens wel kennen. Hoe machten zich in je leven binnendringen. En je bedreigen.

Kinderen kunnen dat heel sterk hebben. Angst voor een wolf, een leeuw, voor iets dat zo dreigend is dat ze er de slaap niet van kunnen vatten. Laten we daar ook niet al te luchthartig over doen, over kinderangsten. Want die kleine, soms aandoenlijke angsten, weerspiegelen ergens ook de diepe angst die je als volwassene kent. Dat de dood er komt, of stille eenzaamheid. Dat er iemand is die kwaad doet. Dat je leven in stukjes afbreekt. Er zijn genoeg kinderen die dat aan den lijve meemaken.

En als die nacht er dan is, als de leeuwen om je heen zijn, laten we dan niet doen alsof het wel meevalt, alsof het zomaar voorbij gaat. Het uithouden in de duisternis, in de verstikkende stilte, er zijn tijden in je leven dat het zo is. Goddank, als je dan hebt leren bidden. Als die mantel om je heen geslagen is. Niet dat je dan voor alle kwaad bewaart wordt. Maar wel dat je een schat meedraagt aan woorden, aan taal, aan liederen, aan gebeden, die met je meegaan in de leeuwenkuil.

Want vertrouwen op God, is ook wachten. Lange nachten wachten. En dat is zwaar. En stil. En soms heel eenzaam. Maar als je vertrouwt op de Heer, dan leg je je leven in zijn handen.

Jullie vertelden er ook over, hoe je, door alles heen, daar iets van hebt ontvangen van je ouders, je grootouders soms. Dat je van hen hebt geleerd hoe je op God vertrouwt. In goede en kwade dagen. Hoe een paar regels in een album je altijd bij gebleven zijn. En dat je al terugkijkend merkt: ja, dit tekende opa, zijn vertrouwen op God.

Alweer heel wat jaren terug vertelde een bevlogen ziekenhuispredikant hoe haar opa haar de woorden meegaf: die wolken, lucht en winden, wijst spoor en loop en baan, zal ook wel wegen vinden, waarlangs je voet kan gaan. Een lied uit de Duitse kerk dat geschreven is in een tijd van crisis, en van godverlatenheid. En dan die woorden: Hij die de wolken hun weg wijst, Hij weet ook wegen waarlangs jouw voeten kunnen gaan.

Als wij zulke woorden spreken tegen onze kinderen, wat zijn ze dan gezegend. Woorden die je als een mantel om hun schouders legt. Zodat ze hun weg kunnen gaan in het leven, in goede en in kwade dagen. Dat ze niet zomaar in vertwijfeling verzinken als er scherven zijn, als de dag overschaduwt wordt. Maar dat in hun hart de wortel gelegd is van Godsvertrouwen. In alle kleinheid, in kinderlijke eenvoud.

Als het nog schemert, het begin van een nieuwe dag, haast de koning zich naar de kuil. Daniel!

Ik leef, roept Daniel! God heeft zijn engelen gestuurd en zij hebben mij beschermd.

De koning doet Daniel opklimmen uit het graf. Een nieuwe dag breekt aan. Het leven wordt hervonden, de steen is weg. Na lange nachten geeft God een nieuwe morgen. Iets daarvan kennen jullie allebei, dat er na de nacht ook een morgen aanbreekt. Heel aarzelend soms, of overweldigend licht.

In Godsnaam zeggen wij tegen elkaar, zeggen wij vandaag tegen Bart en Hannah, en ook morgen en overmorgen: de dag breekt aan, Gods zon schijnt over jou leven. Nu en voor altijd.

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Daniel 6
Zondag 10 september 2017, 9.30 uur
P.G. de Hoeksteen Schoonhoven en Willige Langerak
Ds. Hanneke Ouwerkerk