Onderweg zijn

De monniken in Santo Domingo de Silos, een klein plaatsje in Burgos en een doeletappe richting Santiago de Compostella, beeldden al rond het jaar 1200 in hun kloostergang het Emmaüstafereel uit. Het laat onszelf in de beide leerlingen herkennen als pelgrims onderweg naar Santiago.

Op die weg gaat Jezus met hen en met ons mee. Zij die deze weg geheel of gedeeltelijk hebben afgelegd, hebben – zo wordt veelvuldig beschreven – ervaren hoe op bijna ondraaglijk moeilijke momenten er opeens iemand naast je liep, iemand die je als het ware droeg. Degene die onderweg is mag ervaren dat zijn levensweg niet eenzaam is.

De Emmaüsgangers waren onderweg. Teleurgesteld, ontgoocheld en verward waren zij onderweg naar huis toen een vreemde naast hen kwam lopen en een stuk van de weg met hen mee liep. De twee leerlingen over wie de evangelist Lucas vertelt, doen mij denken aan mensen die in tranen, kommer en verdriet zijn blijven hangen.

Gaandeweg voltrekt zich tussen Jezus en wie onderweg zijn de wisselwerking zoals die plaatsvindt in een diepgeworteld contact met vrienden of reisgenoten. ‘Brandde ons hart niet toen hij onderweg met ons sprak?’ Het verhaal van de Emmaüsgangers is bij uitstek het ‘verhaal van de Weg’. Een weg waarop wij onszelf en onze bestemming beter leren kennen. De weg is voor de leerlingen van Jezus een dynamisch leerproces.

Het is loslaten, het gevoel dat elke pelgrim kent, het afscheid nemen. Onderweg sta je bij zoveel dingen stil. De weg vraagt je: wie ben je eigenlijk? De weg is het doel. Om die reden blijven velen heel kort in Santiago. Het doel is onderweg al bereikt, simpel door de weg te gaan.

Ds.Reinhold Philipp in “God aan’