Ontmoeten

Over een bijzonder ontmoeting spreekt het evangelie van vandaag.
Een ontmoeting met vergaande consequenties.

Maar voordat ik met u naar het evangelie wil kijken, is het misschien goed om een moment stil te staan bij wat dat eigenlijk is: ontmoeten.

In ieder geval heb je ontmoetingen in allerlei soorten.

Je kunt zomaar toevallig een ander ontmoeten.  Omdat je tijdens het uitlaten van de hond een andere hondenbezitter tegenkomt.  Soms leidt dat tot een gesprekje, al was het alleen al omdat de honden elkaar begroeten, met elkaar ravotten, of met zachte of harde hand
uit elkaar moeten worden gehaald.

Ontmoeten kan zomaar omdat je naast of tegenover elkaar in de trein of de bus komt te zitten. Soms heb je daar helemaal geen zin in,
duik je weg in een boek, of raak je verdiept in je telefoon. Toch kan zo’n ontmoeting tot iets bijzonders leiden.

Ooit zat ik in de trein en hoorde Spaans spreken. Ik was net bezig met een cursus Spaans – en begroette de mensen die aan de andere kant van het gangpad zaten. Er ontstond – met horten en stoten – een gesprekje. Uit dat eerste contact vloeide een bezoekje voort,
waarna er nog vele volgden.  Het ging om een vluchtelingengezin uit Chili. Elke week ging ik even bij ze langs om ze een beetje wegwijs te maken in het voor hen vreemde Nederland. Ik voelde sympathie voor hen, en kreeg via hen voor het eerste een inkijkje in de moeizame weg die vluchtelingen moeten gaan om in Nederland geaccepteerd te worden.

Die toevallige ontmoeting heeft voor altijd mijn blik op vluchtelingen veranderd. Het doet me pijn als ik mensen hoor spreken over ‘gelukszoekers’ en ‘profiteurs’, over grenzen die dicht moeten en over een land dat vol is.  Waar vluchtelingen eenmaal een gezicht en een naam hebben gekregen, verandert je kijk op wat vaak ‘het vluchtelingenprobleem’ wordt genoemd.  Misschien zijn de vluchtelingen niet het probleem, maar zijn wij het probleem wel zelf.

Goed, over ontmoetingen sprak ik – bij het uitlaten van de hond, in de trein of de bus. Of, zoals ik dikwijls zie op mijn werk in het ziekenhuis,  ontmoetingen tussen patiënten die op dezelfde kamer liggen. Soms stroef en moeizaam, soms bijna niet, omdat ieder genoeg heeft aan zichzelf. Maar soms zo intens dat er ook na de ziekenhuisopname contact blijft en betrokkenheid bij elkaars wel en wee.

Ontmoetingen.
Je weet nooit wat er gebeurt.
Je kent de ander niet.
De ander kent jou niet.

Het blijft iets wonderlijks.  Twee mensen – twee werelden – die zich openen voor elkaar. Er gebeurt iets waar je een rol in speelt, maar tegelijk kan je het gevoel hebben dat het aan je gebeurt. Dat het ‘klikt’ – maar probeer maar eens te omschrijven wat dat dan is,
en hoe dat kon gebeuren….

In het evangelie van vandaag is er sprake van een ontmoeting. Een ongewenste, zou je kunnen zeggen.

Jezus heeft behoefte aan rust. Hij trekt weg uit de streek waar hij tot nu toe heeft gepreekt, genezen, gevoed. Er zijn spanningen gerezen.
Uit Jeruzalem is men polshoogte komen nemen. En Hij heeft geen blad voor de mond genomen. Maar het conflict en ook het voortdurende onbegrip van zijn leerlingen lijken hem op zichzelf te hebben teruggeworpen.

Hij gaat naar de streek van Tyrus en Sidon – naar het buitenland.
Weg uit de eigen omgeving – weg uit het joodse land. Is het omdat je vanaf een afstandje mogelijk scherper ziet?

In ieder geval verlangt Hij naar rust. Eerder schreef Marcus over de berg die Hij opging op te bidden. Maar hier staat er niks over bidden.
Het doet haast vermoeden dat Jezus een moment van crisis ervaart.

En precies dan – als deze vermoeide Jezus even los wil komen van het vele, of misschien moet je zeggen van de velen die op hem afkomen, en die altijd weer iets van hem willen, komt een vrouw hem storen. Om haar dochtertje gaat het.

Jezus reageert afwijzend: Het is niet goed de kinderen hun brood af te pakken en het aan de honden te voeren.

Zo dachten joden over heidenen, als waren zij honden. En blijkbaar wisten de heidenen dat, want de vrouw spreekt het beeld niet tegen.
Alleen geeft ze aan dat er toch kruimels van de tafel vallen: er wordt gemorst, en in dat wat gemorst wordt, is voldoende voedsel te vinden om van te leven.

Wat God geeft aan zijn kinderen geeft is zo overvloedig, daar kunnen ook niet-joden van leven, lijkt zij te willen zeggen.
“Dat hebt u goed gezegd” zegt Jezus dan. Daarmee erkent Hij dat haar geloof in Gods schenken groter is, ruimer, dan zijn eigen geloof.

Hier in de ontmoeting met de Syrofenische, deze niet joodse vrouw,
breekt een nieuw inzicht door. Onverwacht opent zich een ander perspectief. Een ander perspectief op God, zou je zelfs kunnen zeggen.  De kijk op zijn zorgzame liefde verandert, verwijdt zich.

En daarmee de kijk van Jezus op zijn eigen zending. Is het misschien zo dat wat hij leert en leeft van bredere betekenis is dan alleen voor zijn joodse volk?

Wat hier in een enkele ontmoeting gebeurt, zal de eerste decennia van het ontstaan van christelijke gemeenschappen een blijvende rol spelen. Joden en heidenen moeten zich op een nieuwe manier tot elkaar gaan verhouden. Grenzen vallen weg, maar niet zonder conflicten over hoe dat dan allemaal moet.

Het scherpst getuigt de apostel Paulus van de consequentie van deze doorbraak.  Hij zal durven schrijven dat er in Christus
geen Joden of Grieken meer zijn, geen slaven of vrijen,
geen mannen of vrouwen  omdat allen één zijn in Christus.

Maar keren we terug naar het evangelie: een vrouw doet een dringend appel op Jezus omwille van haar bezeten dochter.

Dat appel dat deze vrouw doet maakt deze ontmoeting
tot een ontmoeting die verre van vrijblijvend is.

Iemand doet een beroep op je – ziet je aan –.Misschien wil je er niet aan. (Jezus wilde er niet aan). Maar de ander die jou aanziet – is als jij. Juist in zo’n ontmoeting kan het zo zijn dat je jezelf misschien op nieuwe wijze ontdekt. Dat er iets verandert in je kijk op de werkelijkheid. Dat er iets van scheidslijnen wegvalt.

Ik vertel u nog een persoonlijke ervaring. Ik werk in het ziekenhuis – als geestelijk verzorger. In principe voor alle patiënten beschikbaar,
in de praktijk meestal niet voor islamitische patiënten.  Dan vragen we onze eigen onze eigen islamitisch geestelijk verzorger te gaan
of bellen we een imam uit de buurt. Maar nu was daar geen tijd voor.
En zo stond ik aan het bed, op de intensive care, van een ernstig zieke man – zijn vrouw zat naast hem. Wat kon ik doen? Onvoldoende vertrouwd met hun gebeden,  onvoldoende vertrouwd met hun heilige tekst. Bovendien – die kan ik me niet zomaar eigen maken, uit respect voor hen, maar ook uit respect voor mezelf.
Mijn geloof is toch anders?  Voor mijn gevoel liep ik tegen een grens aan. Wat te doen. Ik zag zijn onmacht, ik zag haar verdriet.

Kon ik iets uit mijn eigen traditie aanreiken – waarin ik met respect voor hen verbinding kon leggen.

Ik bedacht dat ik een Onze Vader kon bidden. En terwijl ik dat deed, bleef steeds maar weer door mijn hoofd gaan: Onze Vader.

Over het verschil in geloof heen was er door het appel dat ik ervoer
en vanuit die betrokkenheid die daardoor ontstond al biddend een brug geslagen. Maar het was alsof het me overkwam.

Zij – moslims – en ik – christen – waren biddend verbonden,
één Vader. Dat kun je allemaal wel bedenken – of je kunt ook denken dat je dat zo niet kunt zeggen –  in de ontmoeting kan het gebeuren.

Dat is een andere vorm van het vinden van waarheid. Die alleen in ontmoeting gestalte kan krijgen.

Terug naar het evangelie, zei ik.

Marcus heeft een heel spannend verhaal voor ons bewaard.
Een heidense vrouw corrigeert – uit bewogenheid om haar dochter –
het denken van Jezus. Met respect voor Hem, voor zijn geloof, doet ze een appel op Hem. Ze betracht daarbij een grote nederigheid.
Maar is tegelijk vasthoudend – bewaart daarin ook haar fierheid.
En dan herziet Jezus zijn aanvankelijke afwijzing.

Ik probeer me voor te stellen hoe zijn blik is geweest. Aanvankelijk geïrriteerd, afhoudend – misschien heeft hij haar nauwelijks aangekeken, deze heidense vrouw.

Maar als ze zijn woorden overneemt, maar er juist aan ontleent dat ze mogelijk wel mag profiteren van wat hij te bieden heeft, misschien breekt er dan iets van een glimlach door bij Hem? Omdat hij haar scherpzinnigheid ziet.

Ziet hij haar dan ook aan?
En breekt er ook iets van medelijden door?

Gaat zijn hart open voor deze vrouw – voor haar dochter.
En breekt dan het besef door dat zijn hemelse Vader
een groter bereik heeft dan alleen zijn joodse broeders en zusters.

Breekt dan het besef door van een veel wijdere broeder- en zusterschap?

Het ontroert – dit verhaal.  De roep om zorg en aandacht doorbreekt grenzen van ras en taal en cultuur.  Doorbreekt de grens van het eigen geloof, waarmee dikwijls een eigen ruimte wordt afgebakend. Waarmee beelden van anderen worden gekoesterd
om de eigen suprematie veilig te stellen.

Zo mag dit verhaal ook morrelen aan onze eigen zekerheden.

Misschien prikkelt het verhaal wel om dat wat vreemd is
toe te laten – en ons eigen denken en geloven
vanuit een ander perspectief te zien.

Om ons te laten verrassen in ontmoetingen,
ontmoetingen met wie misschien niet gelegen komen,
die ons vreemd zijn.

Onze blik kan zomaar verruimd worden.
Ons geloof vernieuwd en verdiept.

Moge het zo zijn.

Overweging 23 augustus 2015
De Hoeksteen – Schoonhoven
Ds. Joep Roding

Een gedachte over “Ontmoeten”

  1. Schitterende preek. Een evangelie voor en uit de tijd waarin wij nu leven. Een heidense vrouw corrigeert Jezus, dus geen onfeilbare Zoon, maar een luisterende en bewogene. 3x de naam ‘God’. Die naam alleen voor het ‘grotere’, het ‘andere’ dan wat een mens kan bevatten. Heel mooi. In de gebeden de aanspreektitel: ‘de Heilige / de Onuitsprekelijke/ de Eeuwige’. Niet een duidende naam, maar ‘de Heilige’, niet te plaatsen, wel altijd, door de eeuwen en eeuwigheid heen, aanwezig. Theo Voorrips.

Reacties zijn gesloten.