Onze goede bedoelingen kunnen dwars tegen de wil van God ingaan!

Bileam was in zijn tijd een internationaal beroemde ‘wijze uit het Oosten’. Hij was een profeet, een ziener uit de stad Petor aan d Eufraat, een stad in wat we nu Noord-Syrië zouden noemen. Dat was in bijbelse tijden 20 dagreizen van het land dat God aan zijn volk geven wilde. Zo bekend was Bileam, dat koning Balak van Moab er alles aan doet om Bileam in te huren. Balak is bang voor de Israelieten die zich in zijn land willen vestigen. Die Israëlieten vormen volgens Balak ‘een horde die hier de streek kaalvreet, als een rund dat een veld afgraast.’ Daarom wil Balak Bileam inhuren om het volk Israel te bombarderen met vervloekingen. Dat is namelijk de specialiteit van Bileam: zegenen en vervloeken. Balak stuurt een diplomatieke delegatie naar de stad Petor aan de Eufraat om Bileam over te laten komen. Want, zo moet de delegatie hem namens Balak zeggen: ‘Wie door u wordt gezegend is gezegend, en wie door u wordt vervloekt is door u vervloekt.’ Zegen en vloek – dat waren realiteiten in die tijd, waar iedereen ter dege rekening mee hield. Vergelijk in onze tijd de Afrikaanse vrouwen die ‘verhandeld’ worden en met voodoo gechanteerd! Het uitspreken van een zegen of een vervloeking was veel meer dan een liturgisch ritueel, het was een zeer reële daad!

De delegatie arriveert in Petor, en brengt de uitnodiging van koning Balak aan Bileam over. Maar dan blijkt dat Bileam meer is dan zomaar een beroemde wijze uit het oosten. Hij is ook een man die met God leeft. Let wel: de God van Israel. ‘Blijf vannacht hier,’ zegt Bileam tegen de diplomaten van Balak, ‘dan zal ik u daarna antwoorden wat de HEER (Bileam zegt: JHWH) mij zal ingeven.
Verassend. Bileam is geen kind van Israel, wel een dienaar van Israels God. Je vindt Gods dienaren op de meest onverwachte plaatsen! Met kerst zullen we opnieuw horen van wijzen uit het oosten die op reis gaan om de zoon van Israels God te aanbidden. Hun voorbeeld zal in de loop van de tijd worden gevolgd door mensen uit het westen en het zuiden en het noorden, zelfs uit Lage Landen.

Bileams verhaal kent een aantal wonderlijke wendingen. Bijvoorbeeld: Eerst zegt God in zijn slaap tegen Bileam: ‘Ga niet mee, vervloek dat volk niet, want het is gezegend!’ Waarna de delegatie onverrichter zake terugreist naar Moab. Maar koning Balak stuurt een nog zwaardere delegatie terug, met een nog betere aanbidding. Weer zegt Bileam: ‘Blijf vannacht hier, dan zal ik u daarna antwoorden wat de HEER mij zal ingeven. ‘En dan verschijnt God weer aan Bileam in zijn slaap en zegt: Ga maar met hen mee. Maar je mag alleen DOEN wat ik je ZEG.’

Blijkbaar maakt het God niet eens zoveel uit wat Bileam doet. Hij kan thuisblijven, hij kan meegaan, zolang hij maar DOET wat God ZEGT.
Soms aarzel je in het leven: zal ik wel of niet verhuizen, wel of niet die baan nemen, wel of niet ouderling worden of diaken, wel of niet die reis maken, die studie kiezen of toch een andere… Het belangrijkste is dan niet of je het wel of niet doet, het belangrijkste is of je, wat je ook doet, je blijft oriënteren op de stem van God. ‘Het God lief, en doe verder wat je wilt,’ zei Augustinus. Want als wat je doet uit liefde voor God voortkomt, is het altijd goed: naar Moab reizen of thuis blijven, wel of niet verhuizen, solliciteren, in de kerkenraad gaan…

Dan stuiten we op een andere wonderlijke wending in het verhaal. (Net als in het echte leven – de logica is soms ver te zoeken.) De beroemde Bileam gaat op reis. Maar hij komt niet zomaar aan in het Beloofde Land. Bileam is nog maar nauwelijks onderweg, op zijn ezel, of God ontsteekt in woede, en een engel van de Heer gaat op de weg staan om Bileam tegen te houden. Wonderlijk! Wat wil God nu?

Lees meer…