Op bezoek bij de paus

Terwijl ik deze kopij schrijf voor het aprilnummer van Samen, zijn in Rome de kardinalen in conclaaf om een nieuwe paus te kiezen. Ondertussen leg ik de laatste hand aan een roman over de Zwitserse theoloog Karl Barth. Het boek gaat ‘De vierde vrouw’ heten, en zal in mei of juni verschijnen. In hoofdstuk 4 van ‘De vierde vrouw’ beschrijf ik de
persoonlijke audiëntie waarin paus Paulus VI in 1966 de 80-jarige Barth ontving. Barth werd toen vergezeld door zijn vrouw Nelly en door zijn eigen (roomse) huisarts, dokter Briellmann. Ik heb tamelijk nauwkeurig uitgezocht hoe dat bezoek is verlopen. Omdat het pausdom momenteel zo in het nieuws is, dacht ik: kom, ik geef u een kijkje in het
Vaticaan. En misschien maak ik u nieuwsgierig naar meer.

Bisschop Willebrands was een Nederlander met een vlezig gezicht en een uitstulpende onderlip, die het in de Vaticaanse hiërarchie had gebracht tot hoofd van het Secretariaat voor de Eenheid onder de Christenen. Minzaam keek hij toe hoe de Zwitserse gasten, geholpen door de chauffeur, uit de zwarte Mercedes stapten. De professor en de bisschop kenden elkaar uit het internationale conferentiecircuit en hun begroeting was dan ook hartelijk. Daarop volgden beleefde handdrukken met mevrouw Barth, die de voorgeschreven zwarte jurk en zwarte sluier droeg, en met dokter Briellman, de Bazelse huisarts die zijn hoogbejaarde patiënten tijdens hun Romereis begeleidde. Zo ver als zijn tachtigjarige nek dat toeliet, keek de professor ondertussen omhoog om de rechthoekige gevel van het Palazzo Vaticano in zich op te nemen. ‘Bevalt het u in Rome?’ vroeg de kardinaal in vloeiend Frans. ‘Rome is een wonder,’ vond professor Barth. ‘Als het paradijs een hoofdstad zoekt, komt Rome beslist in aanmerking.’ ‘En de Romeinen zijn buitengewoon gastvrij!’ vulde mevrouw Barth aan. ‘Overal wordt mijn man met veel respect ontvangen en bejegend, en ondertussen laat ik mij als een prinses rondrijden in de prachtige auto die het Vaticaan ons ter beschikking heeft gesteld.’

De bisschop wees op het nummerbord van de Mercedes. ‘Ziet u die letters: SCV? Dat staat voor Stato Città del Vaticano. Maar in de volksmond staan deze letters voor Se Cristo vedesse: Als Christus dat eens gezien had…’‘Zelfs auto’s getuigen in Rome van het evangelie,’ merkte de professor op. ‘Overigens zou ik zelf veel liever op zo’n scooter de stad verkennen. Helaas vindt mijn vrouw dat ik daar een beetje te oud voor ben.’
De bisschop richtte zich tot dokter Briellmann. ‘Ziehier, de lijfarts van de familie Barth.’De rijzige arts, een goed geconserveerde zestiger, knikte verlegen. ‘Dokter Briellmann is een trouwe zoon van uw kerk,’ zei professor Barth. ‘Sinds jaren ben ik met de familie Barth bevriend,’ legde de arts uit.

‘Dokter Briellmann ziet toe op onze protestantse lichamen, wij letten een beetje op zijn roomse ziel.’ ‘Het is een enorme eer voor mij dat ook ik bij de
audiëntie aanwezig mag zijn.’‘Zal ik u voorgaan?’ stelde de bisschop voor. ‘Het zou niet aardig zijn om de Heilige Vader te laten wachten.’

De professor liet zich ondersteunen door zijn vrouw en zijn wandelstok, terwijl dokter Briellmann zo vriendelijk was de oude aktetas van bruin gecraqueleerd leer te dragen, die hij ooit, lang geleden, van zijn kinderen als verjaardagscadeau had gekregen. Bij het binnentreden van het paleis werd er door de Zwitserse gardisten gesalueerd. De professor kon het niet nalaten even stil te blijven staan bij een landgenoot, die een middeleeuws, geelblauw gestreept uniform droeg en een helm van glanzend metaal. ‘En jongeman, waar kom jij vandaan?’ vroeg hij in plat Zwitserduits.‘Engeldorf, bij Luzern,’ luidde vanonder de helm het antwoord, in een Zwitserduits dat nog platter klonk. Mevrouw Barth stootte haar man aan. ‘Karl! De paus wacht.’

De wandeling naar de privébibliotheek van de paus was een wandeling door een museum. Overal in de zalen en de gangen die ze passeerden, hingen kostbare schilderijen en tapijten aan de muren. De professor knikte naar de vele middeleeuwse beelden en mevrouw Barth bewonderde de eeuwenoude kasten die glansden alsof ze nog maar net uit de timmermanswerkplaatsen waren gearriveerd. Ja, alles in het Palazzo Vaticano glom en blonk, zoiets aards als stof leek er niet te bestaan, en het was er overal aangenaam koel. Bisschop Willebrands voerde hen naar een deur waarop in gouden letters Paulus Sextus stond geschreven. Hij wendde zich tot de professor, nam hem een moment vragend op en zei: ‘U beseft hoe uitzonderlijk het is dat de Heilige Vader een uur heeft vrijgemaakt om u te spreken?’Professor Barth duwde met een vinger zijn bril wat hoger op zijn neus. ‘Wat denkt u: zou het lang genoeg zijn om mij zalig te verklaren?

Ds. Frans-Willem Verbaas