Openbaring 22

Hij liet me een rivier zien met water dat leven geeft. De rivier was helder als kristal en ontsprong aan de troon van God en van het lam. In het midden van het plein van de stad en aan weerskanten van de rivier stond een levensboom, die twaalf vruchten gaf, elke maand zijn eigen vrucht. De bladeren van de boom brachten de volken genezing. Er zal niets meer zijn waarop nog een vloek rust. De troon van God en van het lam zal daar in de stad staan. Zijn dienaren zullen hem vereren  en hem met eigen ogen zien, en zijn naam staat op hun voorhoofd. Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun licht zijn. En zij zullen als koningen heersen tot in eeuwigheid. Toen zei hij tegen mij: ‘Wat hier gezegd is, is betrouwbaar en waar. De Heer, de God die profeten bezielt, heeft zijn engel gestuurd om aan zijn dienaren te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet.’

De predikant en lieddichter Christoph Blumhardt kon bij het afscheid van een gast wel eens zeggen: “Ik geef je een engel mee voor onderweg”, en hij was daarin een groot zielzorger. Gerhard Tersteegen – ook een pastor met mensenkennis – dichtte voor ons een kerklied met de regels:  Komt, kinderen, weest wijs! Gaat onderweg niet strijden. De englen zelf geleiden als broeders onze reis (Gez 441:9). Engelen maken ons attent op wat verborgen is, ze laten zien wat de goegemeente in alle drukte niet ziet. Geen wonder, dat de schilder Paul Klee in zijn laatste periode steeds weer een engel tekende of schilderde. Lees meer…