Out of the box

Het Nederlands heeft er sinds enige tijd een nieuwe uitdrukking bij: out-of-the-box-denken. Als we even niet meer weten hoe we uit een vastgelopen situatie moeten komen, dan moeten we out-of-the-box gaan denken. Vrij vertaald: we moeten op zoek gaan naar een totaal nieuwe invalshoek. Out-of-the-box denken is het tegenovergestelde van de tunnelvisie – ook zo’n nieuw woord, trouwens. Klinkt als een aardige uitvinding: out-of-the-box denken. Maar is het zo nieuw? Wemelt het in de Bijbel al niet van de out-of-the-box-denkers? Als het in Israël weer een helemaal vastliep in het religieuze of maatschappelijke leven – en dat gebeurde voortdurend – dan verscheen er een profeet die de impasse openbrak met een Woord dat kwam van de andere kant. Een Godswoord dat kwam uit de hemel. Out-of-the-box… dus Vandaag lazen we hoe de profeet Elia schijnbaar uit het niets op het toneel verschijnt. Elia wordt niet voorgesteld met een kleine levensbeschrijving, of met een roepingverhaal. We hebben nog nooit van hem gehoord. En dan, pats boem, opeens is hij er. Alsof hij zomaar uit de hemel komt vallen, zo valt de profeet Elia het verhaal in, met een confronterende boodschap: De Tisbiet Elia uit Gilead zei tegen Achab (de koning!): ‘Zo waar de Heer leeft, de God van Israel, voor wiens aangezicht ik sta, de eerste komende jaren zal er geen dauw of regen zijn, tenzij  op gezag van mijn woord.’ Dat is het Godswoord waarmee Elia in huis valt, waarmee hij letterlijk ‘inbreekt’ in de lef- en denkwereld van Koning Achab. Een klassiek voorbeeld van profetisch out-of-the box denken.

Even een beetje Bijbelse geschiedenis. Na de dood van koning Salomo was Israel uiteengevallen in een Noord- en Zuidrijk. Het Noordrijk hield de naam Israel, het Zuidrijk ging verder onder de naam Juda. Achab volgde rond 870 voor Christus zijn vader Omri op als Koning van het Noordrijk. Omri was een succesvolle koning geweest. Vanuit politiek en economisch gezichtspunt wordt er zelfs gesproken van een Gouden Eeuw. Achab wordt koning in een bloeiend land. Althans, als voor de oppervlakkige toeschouwer. Maar het is met het Israel van Omri en Achab een beetje als het Europa van de afgelopen jaren: dat groeide maar, en groeide maar. Totdat er opeens bleek dat er sprake was van een aantal constructiefouten, zwakke plekken die pas aan het licht toen er opeens een aantal grote banken begon om te vallen. En toen war er opeens was er sprake van een schuldencrisis. En een crisis in de huizenmarkt. En opeens bleek dat wij ons te weinig hadden voorbereid op  de stijgende kosten voor zorg en vergrijzing op te vangen. Kortom: we hadden boven onze stand geleefd. Bijbels gezegd: we hadden de verkeerde goden aanbeden.

In 870 voor Christus had je nog geen bankencrisis of pensioenkortingen. Maar ook in de tijd van koning Achab werden de verkeerde goden aanbeden. Iemand als Elia, de profeet, komend van buiten, komend in de Naam van God, legde de vinger op die zwakke plek. Dat is wat profeten als Elia deden en doen: zijn zien en horen dingen die voor anderen nog verborgen zijn. Zo heeft koning Omri zijn zoon Achab een politiek voordelig huwelijk laten sluiten met Izebel, de dochter van de koning van het naburige Sidon (= huidige Libanon). Het probleem met Izebel was dat zij haar god, Baäl,  meenam naar Israel, en dat het niet lang duurde of Achab begon Baäl ook te vereren. Achab liet in Samaria zelfs een tempel voor Baäl bouwen, en naast het altaar voor Baal liet hij een Asherapaal neerzetten, een soort totempaal. Asahera was een moeder-godin in het oude Kanaaän, zij stond voor vruchtbaarheid, en de Asherapaal kreeg vaak de vorm van een boom.  22_september_2013_1  Zie de afbeelding:

(Naast de troon koning Willem Alexander stond op prinsjesdag een soort kerstboom van bloemen. Het zal toeval zijn, maar ’t was net een Asherapaal.)

Zo stond er in de tempel van Samaria naast het altaar van Baal een Asherapaal. Een God en een godin. Een keurig echtpaar. Net mensen.  Van Jahwe, de God van Israel, wordt ook wel gezegd dat hij een bruidegom is  – maar als liefdespartner heeft hij geen godin gekozen, maar een mensenvolk. Dat is, dat maakt een heel ander verhaal… En dan nog iets. De naam Ba’al is afgeleid van een werkwoord dat hebben of bezitten betekent. De naam JAHWE is afgeleid van een werkwoord dat zijn betekent. Jahwe betekent zoiets als: Hij die was, hij die is, hij die zal zijn. (De nieuwe vertaling kiest voor de vertaling Heer.)  In de keuze tussen Baal en Jahwe gaat het dus om de keuze tussen hebben en zijn… Waar gaat het om in het leven, waar knielen wij voor, wat is heilig? Dat wat je hebt, of dat wat je bent? Van het antwoord op die vraag hangt in de Bijbel veel, zo niet alles af!

Nogmaals; ogenschijnlijk stond het land er onder koning Achab er goed voor. Koning Achab kon prachtige troonredes voorlezen over economische groei en politieke stabiliteit en over religieuze pluriformiteit. Maar de werkelijkheid was dat de crisis ieder moment kon uitbreken, want, zo lezen wij: Koning Achab deed allerlei dingen waarmee hij Jahwe, de God van Israe,l tergde, meer nog dan de vorige koningen van Israël gedaan hadden (1 Kon 16: 33).

Dat is de situatie waarin de profeet Elia, zonder te kloppen, bij koning Achab binnen komt vallen. Out of the blue en out of the box. Met een stevige boodschap. Zo waar Jawhe leeft, de God van Israel, voor wiens aangezicht ik sta, de komende jaren zal er geen dauw of regen zijn, tenzij op gezag van mijn woord.

Elia spreekt over regen en dauw… Elders in het Oude Testament worden de woorden regen en dauw gebruikt als beelden van de Tora, de Wet. Deuteronomium 32:2 “Moge mijn onderricht (bedoeld is: Tora) neerdalen als regen, mogen mijn woorden zijn als milde dauw, als regen die de grond doordrenkt, lenteregen die het groen in bloei zet.”  De Tora maakt het leven niet dor of droog – de wil en de wet van Jahwe wil juist zijn als regen en dauw die het leven op aarde laat bloeien en groeien.  Maar omdat koning Achab de Tora van Jahwe heeft ingeruild voor een Baälsaltaar en Asherapaal, is de levenbrengende regen en dauw uit Israel verdwenen. Onder koning Achab is het Beloofde Land verworden tot een land van de Baäl, tot een land van hebben en houwen, van grijpen en graaien. Tot een dooie woestijn… Elia spreekt een oordeel uit over koning Achab: geen regen en geen dauw meer. Maar in feite heeft koning Achab dat oordeel al over zichzelf voltrokken: door zich af te keren van de regen en de dauw van de Tora.  En het oordeel dat Elia uitspreekt is niet alleen maar oordeel. Het is vooral een oproep om zich opnieuw open te stellen voor de regen en de dauw van Jahwe, van de Tora. Keer terug tot die bron! Keer terug naar het begin, het beginsel van het Beloofde land. Want als je uit de crisis wilt komen, dan moet je terugkleren naar de plek waar je een verkeerde afslag hebt genomen. Dan moet je terug naar af. En dan van voor af aan opnieuw beginnen.

22_september_2013_2Dat teruggaan naar ‘af’ wordt dan zichtbaar in de persoon van Elia zelf. God stuurt hem terug naar de beek Kerit. Elia moet terug achter de Jordaan, het land uit, de grens over, naar de plek waar Mozes was achtergebleven, naar de plek waar Jozua was begonnen met de intocht. Daar, net buiten Israël, moet Elia opnieuw beginnen met de intocht. Bij de beek Kerit draagt God raven op om Elia van brood en vlees te voorzien. Dat is een verwijzing naar het manna en de kwakkels in de woestijntijd! (Raven schrijf je in het Hebreeuws net zo als het woord  Arabieren. Misschien waren het wel geen raven maar Arabieren… In ieder geval kwam de hulp, zoals zo vaak, uit onverwachte hoek.)

Als de droogte aanhoudt en ook de beek Kerit droogvalt, moet Elia verder trekken. Israëls tocht door de woestijn was ook geen dagreisje.

Elia reist om Israel heen naar Libanon, naar de stad Sarefat (linksboven op de kaart, tussen Sidon en Tyrus), het gebied waar ook koningin Izebel vandaan kwam. Het is alsof God Elia wilde laten zien dat er ook goede vrouwen uit Sidon konden komen. Later zal trouwens ook Jezus in het gebied van Tyrus en Sidon, een bijzondere ontmoeting hebben met een vrouw (Marcus 7!).  Een weduwe zal Elia helpen. Zoals Israel indertijd door een prostituee, Rachab uit Jericho werd geholpen bij de intocht, zo wordt Elia nu door een weduwe geholpen nu hij opnieuw het Beloofde Land in moet treken. (Weer twee mooie voorbeelden van het bijbelse out-of-the-box denken!). Elia ontmoet de weduwe bij de stadspoort. En zij helpt hem aan water en brood. Hoewel ze dat eigenlijk niet kan, want ze is vrijwel door haar voorraad meel en olie heen en ze bereidt zich al voor samen met haar zoon op de dood… Maar van haar laatste beetje meel bakt ze een brood voor de profeet. En dan gebeurt het wonder dat, zolang ze voor Eila zorgt, haar meelpot niet leeg raakt. En de oliekruik ook niet.  De arme weduwe die een ander helpt… wordt nu zelf geholpen. Dat is een wonderlijke, messiaanse wetmatigheid. Als mensen elkaar helpen, als we delen wat we hebben, dan worden we daar allemaal beter en rijker van. Niet dat die weduwe zich opeens vol kon hangen met zilver en goud. Maar aan meel en olie kwam ze niet meer tekort. Als we delen, is er altijd voldoende. Messiaanse wetmatigheid!   Een wereld die knielt voor de Baäl, de heb-God, wil daar niet van weten: die wil weten van hebben en houden. Een wereld die alles zet op Jahwe, de Zijnde, wil daar wel van weten. Die wereld wil weten van er-zijn-voor-elkaar, en er-zijn-met-elkaar. Een wereld die zich oriënteert op Jahwe, weet waar, bij welke bron de uitweg uit de crisis begint. Afbeelding UIT

Als de joden seideravond vieren, op de vooravond van Pasen het vlees van een lam of ene bokje eten, dan laten ze de deur op een kier staan. En één stoel blijft onbezet. Die plek is voor de profeet Elia, die altijd langs kan komen, terugkomend uit de hemel. Out-of-the-box. Dat is een voorbeeld dat wij niet letterlijk maar wel figuurlijk kunnen volgen. Juist in tijden van maatschappelijke of persoonlijke crisis, is het wijs en verstandig, en een uiting van geloof, om een plaatsje vrij te houden. Niet voor een boodschapper van de Ba’al – die lui hebben de beste plaatsen meestal al lang ingenomen.  Maar voor de boodschap van Jahwe, Hij die was en die is en die zal zijn, de God van Israël, de Vader van Jezus Christus.

Ds. Frans-Willem Verbaas