Rechtvaardig en vroom

In het land Narnia is het altijd winter en nooit kerstfeest. Op de troon zit de witte tovenares. Onder haar heerschappij raakt alles verkild. Mens en dier. Schepping en schoonheid. Vier kinderen komen via een kleerkast terecht in dit ‘betoverde land’, waar iedereen leeft in angst en onzekerheid. Alles gaat bedekt onder de schaduw van de witte tovenares. Maar in die kilte zijn er twee dieren, meneer en mevrouw Bever, die opmerkzaam zijn op wat komen gaat. Ze fluisteren erover met elkaar. Aslan is in aantocht. De Leeuw die de sneeuw zal doen smelten en de bloemen doen bloeien. (The lion, the witch and the wardrobe/Het betoverde land achter de kleerkast, C.S. Lewis)

De Britse schrijver C.S. Lewis schreef met de Kronieken van Narnia een prachtige verbeelding van het evangelie. Ik dacht hieraan bij Lucas’ woorden over Zacharias en Elisabeth. Twee rechtvaardige mensen die uitzien naar God en leven naar zijn geboden. Geen radicale, starre mensen die het enkel te doen was om de letter van de wet. Integendeel. Levend vanuit oprechte liefde voor God en hun naaste. Zo schetst Lucas voor ons deze twee mensen.

Ze leven in een tijd waarin Herodes op de troon zit. Het gebied verkeert in vreemde handen. Geen zoon van David op de troon, maar een vijandig heerser, tegen God en zijn volk gericht. In die tijd leven Zacharias en Elisabeth. En het zet die woorden ook in een ander licht. Rechtvaardig en levend naar de geboden. Weldadig doet het aan. Twee mensen die leven met God en hun hoop op Hem stellen. Als een kwetsbaar teken van Gods trouw. Zijn hand laat niet los wat Hij ooit begonnen is.

Ze vervullen trouw de tempeldienst. Zacharias is priester en hem valt op een dag het geluk ten deel; hij mag het reukoffer opdragen in de tempel. Twee keer per jaar had een priester dienst in de tempel. Maar hooguit één keer in een leven werd men door het lot aangewezen om het reukoffer in het heilige te brengen. Het lot valt op Zacharias.

In een omgeving waar alle verwachting verdwenen is, waar het woord van de Heer schaars is geworden, als in de tijd van Samuel, waar nauwelijks nog zicht is op Gods Rijk. In die omgeving is er nog wel een tempel. Zijn er nog mensen die dienst doen als priester. Wordt er geofferd. En bidt het volk op het tempelplein om bevrijding en redding voor Israël.

Zacharias en Elisabeth voegen zich hun hele leven lang in de belofte van de Messias. De eindeloze herhaling van de offers, van de gebeden, het blijvende leven uit Gods geboden, dat alles houdt de verwachting levend: God zal zijn belofte vervullen. Macht der gewoonte? Misschien ook. Maar eerst en vooral: vasthouden aan Gods woord. Aan de belofte dat Hij zijn volk zal redden en bevrijden.

En dan hebben ze dus alleen dat Woord. Waar ze in alle eenvoud en stilte mee leven. Als een van de weinigen misschien wel in die tijd. Hoe moet dat voor hen geweest zijn? Alles lijkt tegen dat Woord van God te spreken.
En toch altijd weer die gang naar de tempel. Om gevoed te worden in Gods nabijheid. Brood voor onderweg te ontvangen. Om steeds opnieuw de woorden van de Heer te horen en in hun hart te bewaren. Alleen van God komt ons heil.

Om daaraan vast te houden, als alles daar tegen spreekt. Maar het is juist die verwachting die ons leven tekent. De hoop en het geloof dat alleen God een keer in ons lot brengt. Hij alleen zal zijn woord werkelijkheid doen worden!

Het staat in alles haaks op vandaag de dag. Op een leven zonder doel en richting. Alsof je wat heen en weer zwabbert en geen idee hebt waar je uitkomt. Grenzeloos is het ergens ook. Alles is mogelijk, alles is goed ook. Misschien is het makkelijk, om zo te leven. Tegelijk is het ook een bezoeking. Speelbal van de tijd, van wat ‘men’ zegt en ‘men’ vindt. En in alles zelf verantwoordelijk voor de loop van je leven. Geprezen om je succes, geminacht om je onvermogen.

Wij worden niet geregeerd door een wrede heerser, Goddank niet. Maar het is wel de vraag door wie wij ons laten leiden, of door wat. Voor je het weet is er een ‘witte tovenares’, iets of iemand waardoor je in de greep gehouden wordt. Verlammend is het, en beklemmend, om zo te leven.

En om in dat alles de Bijbel open te slaan, de gang naar de kerk te maken, de lofzang gaande te houden, het getuigt van de trouw van God. En de herhaling van dat alles, is ook heel goed voor een mens. Misschien merk je dat ook wel in je eigen leven. De gewoonte raakt ook verweven met je leven. Niet als een sleur, maar als een gelaagde hoop op God. Waarin Hij steeds opnieuw weer spreekt, het evangelie van Gods heil steeds weer klinkt, zondag aan zondag. Om je er aan te herinneren: God zal zijn belofte vervullen.

En ondertussen ligt ook de kerk onder vuur, al lange tijd. De gemeente ligt onder vuur, het ambt ook. Van binnen en van buiten word er aan ons getrokken. Ingeklemd tussen de tijd waarin wij leven en dat Woord van de andere kant, God die ons roept.
In de veelheid van geluiden is het die ene vraag die tot ons komt, als gemeente van Christus: van wie verwachten wij onze redding? Op wie is onze hoop gesteld?

Dat vraagt een lange adem van de kerk. Geduld en verwachting. En juist dat is zo tegendraads. Maar ook zo broodnodig. Mogen wij daarin zijn als Zacharias en Elisabeth. In rechtvaardigheid, in het wandelen met God, het leven uit zijn geboden. En in stilheid en vertrouwen wachten op God, tot Hij ons lot zal keren.

Uitgaan voor de Heer – omkeer tot de Heer
Het is een engel die het wachten doorbreekt. Zacharias is ontzet en bevreesd. Hij staat op heilige grond. In al haar volheid wordt het evangelie hem aangezegd.
Vrees niet, Zacharias, Je gebed is verhoord!

Elisabeths onvruchtbaarheid wordt doorbroken; ze zullen een zoon krijgen. God schept een nieuw begin in de geboorte van Johannes. Hij die voor God uit zal gaan. Wegbereider van de Heer. Profetieën uit het Oude Testament worden werkelijkheid in de woorden van de engel. Een groot profeet als Elia zal komen voordat de Heer komt. De engel zegt Zacharias aan dat de Messias nabij is gekomen. Johannes zal een volk toerusten voor de Heer. Zij zullen worden omgekeerd tot hun God, als verdwaalde schapen die terugkomen bij hun herder.

In het gewone leven van die twee oude mensen, schept God een nieuw begin voor hen en voor heel het volk. God werkt ook door onze levens heen. Je gebed is verhoord, je zult een zoon krijgen. De onvruchtbaarheid wordt omgekeerd, tot heil van heel Israël.

Moet daarom zijn naam Johannes zijn? Op catechisatie vroegen jullie het je af. We lazen deze geschiedenis met elkaar.
Waarom moet hij zo heten? Misschien wilden zijn ouders hem wel een andere naam geven. Maar dit kind moet Johannes weten. God is genadig. Als een belofte. Als een vooruitblik op Hem die na Johannes komen zal. Jezus.

En in de beelden van Narnia begint de sneeuw al te smelten, de eerste groene bladeren komen tevoorschijn. Aslan is in aantocht!

De twee pijlers van Advent, de catechisanten weten het ondertussen, zijn inkeer en verwachting. Die twee woorden. Advent is geen voorbereiding op de geboorte van Jezus. Maar gelovig uitzien naar de komst van Gods Rijk. En Jezus’ geboorte is daarvan het onderpand. Vervulling van de belofte, de Messias is gekomen. Vervulling die tegelijk nog uitstaat. Wij verwachten Gods Koninkrijk waarin het Lam op de troon regeert.

In die verwachting komt de inkeer mee. Zoals Johannes voorging om de mensen terug te brengen bij hun God, zo keren wij in tot onszelf. Belijden wij hoe wij van Hem zijn afgedwaald, steeds weer. Biddend of God ons steeds weer bij Hem terugbrengt, als een dagelijkse vernieuwing van ons hart en van ons leven. Moge wij zo zijn als een wel toebereid volk voor de Heer. Niet als kluizenaars in afzondering. Maar wel getekend door de verwachting van Gods koninkrijk.

De engel citeert Maleachi, zijn profetie over de dagen voordat de Heer zal terugkomen: vaders zullen zich bekeren tot hun zonen en zonen bekeren zich tot hun vaders. Met het oog op de gemeente klinkt hierin een weg van verzoening door tussen de generaties. Verzoening met God, verzoening met elkaar. Het trof mij.

Oude mensen die hun hart wenden tot jongeren. Zich in het hart laten kijken ook. Om hun geloof en hun verlangen te delen. Om hun tekort te erkennen.
Jonge mensen die hun ouders eerlijk in de ogen kijken. Hun worsteling uitspreken. Hun vragen ook. Als een gedeeld verlangen naar Gods genade in ons leven. Zijn trouw die als een lichtend spoor door de geslachten heen gaat, door de generaties heen. Niet omdat wij nou zo stevig vasthouden aan het geloof, maar omdat God zijn trouw betoont in de geschiedenis.

Zacharias, je gebed is verhoord! Het gebed van de priester voor zijn volk, scheur toch de hemel en breng licht in de nacht! Het gebed van de gemeente op het tempelplein. Biddend tot God om de bevrijdende komst van de Messias in deze wereld.
Je gebed is verhoord.

Hoe zal ik dat weten?
En dan die vraag. Hoe zal ik dat weten? Hoe kan ik weten of dat waar is? Die rechtvaardige Zacharias, vroom en toegewijd.
Hoe zal ik dat weten?

Een volstrekt begrijpelijke vraag. Jullie vonden het heel logisch, toch, jongens en meiden? Die vraag van Zacharias. Ze zijn oud, op hoge leeftijd. De verwachting van een kind was er niet meer. En dan ook nog een engel die dat aanzegt. Vaak denken we dat het iets van onze tijd is. Waar alles wetenschappelijk onderbouwd moet zijn en we niets geloven dat we niet eerst gezien hebben. Terwijl dat natuurlijk maar schijn is, want hoeveel keuzes maken we niet op grond van onze intuïtie, of uit gewoonte, of omdat iedereen het doet. Maar de hang naar aannemelijke verklaringen en naar zekerheid is toch wel sterk. Op zich niets mis mee, maar het is wel heel eenzijdig.

En de vraag die wij misschien als eerste zouden stellen, als we op de plek van Zacharias stonden, die vraag stelt Zacharias zelf ook. Hoe zal ik dat weten? Is dat wel zo? Hoe weet ik of dat waar is?

De priester staat voor het altaar, de plek waar het heil wordt bemiddeld en God zijn tegemoet komt. Maar de priester Zacharias gelooft het zelf niet. De beloften en profetieën waar hij uit leeft en op hoopt, op het beslissende moment is het hem te veel. Is het wel waar? Ten diepste rekent hij niet met Gods handelen in de geschiedenis. Met zijn heil dat werkelijkheid wordt in ons hart en in ons leven. De belofte is misschien wel het eigenlijke geworden. Niet meer hopen op de vervulling ervan, maar de belofte koesteren als was het de vervulling al. Heel voorstelbaar nog ook, als de vervulling uitblijft en het verwachten door de tijd in wachten verandert.

Boeken die het christelijk geloof uitleggen zijn er in overvloed. Nog dagelijks verschijnen ze, een enkele lees ik nog ook. Wetenschappelijk onderbouwd, theologisch verantwoord wordt de redelijkheid van het geloof uitgelegd. Het dient zijn doel, dat moge duidelijk zijn. Als je worstelt met bepaalde vragen, als je behoefte hebt aan helder en verantwoord redeneren, dan kun je er goed bij geholpen zijn.
Maar de engel doet anders. Op Zacharias vraag antwoordt hij met:
Ik ben Gabriël, die voor Gods aanschijn staat.. En ik ben uitgezonden om tot jou te spreken en dit aan te kondigen.

Met dit antwoord moet Zacharias het doen. Gabriël, de engel die lang geleden aan Daniël verscheen, om hem antwoord te geven op zijn gebed. Na een tijd van onheil zal Gods toekomst zeker aanbreken, zo bemoedigde hij Daniël. En nu verschijnt Gabriël opnieuw. Van Godswege gezonden om te verkondigen: God breekt door alles heen. Hij keert alles om. Terwijl wij zeggen, het kan niet, hoe moet dat gebeuren? Klinkt het evangelie in al haar volheid: een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven. Op zijn schouders rust de heerschappij. God maakt zijn woorden waar.
De engel verkondigt Zacharias woorden van God. En daar moet hij het mee doen. Zijn ongeloof wordt bestraft, hij kan niet spreken, totdat zijn zoon geboren wordt. Opdat in de stilte van die 9 maanden weer verwachting wordt geboren. Verwachting groeit dat God God is en zijn Woord geen lege huls, maar genadige waarheid.

Mag je dan geen vragen stellen? Natuurlijk wel. Sla de Psalmen er maar op na. In de nood van je leven klinken vragen op tot God. Dat mag ook en dat kan ook, in een diepe verbondenheid met onze God.
Maar blijkbaar is er ook een tijd om géén vragen te stellen. Gelovig het evangelie te aanvaarden. Dat vraagt opmerkzaamheid. Een leven dicht bij God en zijn Woord.

Tot slot
Zacharias gaat terug naar huis. Terug naar het gewone leven. En samen met Elisabeth wacht hij in stilte. Elisabeth verbergt zich vijf maanden. In stilheid en verborgenheid wachten ze. Tot de zesde maand. Als Elisabeth Maria ontmoet. De moeder van Jezus. Hij die na Johannes zal komen, en die meer is dan Johannes. Immanuël, God met ons.
En het kind Johannes springt op in de buik van Elisabeth. Als een vreugdegroet voor de Redder van Israël.

Mogen we als gemeente van Christus in die stilheid en verwachting leven. Het heil komt van God en Hij zal zijn belofte waarmaken. En mogen we in die verwachting zijn als Zacharias en Elisabeth, rechtvaardig voor God, levend uit zijn geboden. Maranatha, kom spoedig, Heer Jezus.

Amen.

Zondag 29 november 2015, 10.00 uur
Eerste zondag van Advent
Lucas 1: 5-25
Ds. Hanneke Ouwerkerk