Te schuilen in het huis van God

Een zwerfster onderweg, zo is de jonge vrouw Lila, die door Amerika trekt van dorp naar dorp. Alleen. Eenzaam. Belast met een moeizaam verleden. Een dromer is ze, een vrouw die muren rond haar hart heeft opgetrokken. En tegelijk zo sensitief, zo fijngevoelig is. Het maakt haar tot een sterke, en tegelijk onnavolgbare, kwetsbare vrouw. Op een dag belandt ze na een lift die ze kreeg in Gilead. Ze dwaalt door het dorpje met de Presbyteriaanse kerk. Het weer is slecht. Een stortbui doet haar besluiten om de deuren van de kerk open te trekken. Te schuilen in het huis van God. Woorden klinken op. Een oude man op de kansel. Hij preekt voor de gemeente, mannen en vrouwen die de banken vullen. Ze stokt en kijkt hem aan, die dominee. En zijn ogen blijven op haar rusten. Twee eenzame zielen, die elkaar ontmoeten in het huis van de Heer. Hun hart wordt geraakt. (Lila, Marilynne Robinson)

En zo zijn op die Pinksterdag 120 mensen samen in een huis. Dat een huis van God zal worden. Het is de bovenzaal waar mogelijk ook het laatste avondmaal gevierd werd. En nu zijn ze daar opnieuw. Jezus’ leerlingen, Petrus, Johannes, Andreas. Ook Maria, en andere vrouwen. 120 mensen bij elkaar.

Tussen dat avondmaal en de Pinksterdag is veel gebeurd. Is alles gebeurd. Jezus kruisdood. Zijn begrafenis. Het lege graf. En dan die verschijning, steeds weer. Jezus leeft! Maar ze zien Hem maar voor even. Zijn afscheid nadert. Op de dag van de Hemelvaart wordt Hij van hen weggenomen. En nu is er stilte. En leegte. Ze wachten op de Geest van God.

Lijkt het in de kerk en in de wereld soms niet verdacht veel op die stilte? Alsof het nog geen Pinksteren geweest is en we in die tussentijd verkeren? Zo tussen Hemelvaart en Pinksteren. Het komt mij zo vertrouwd voor, dat wachten van Jezus’ volgelingen. Met niets in handen. Jezus is niet meer op aarde, Hij is van ons weggegaan. Wat hebben we nu, wat is er te zien van God en zijn nabijheid?
En door die vragen heen dan toch ook steeds weer vol vertrouwen en geloof bidden om de Geest, om God in ons leven.

In die stille zaal, waar het verlangen groeit en beproefd wordt, waar gebeden worden opgezonden tot God en broeders en zusters elkaar bemoedigen, in die zaal komt de hemel op aarde. Vanuit de hemel, vertelt Lucas, vanuit de hemel wordt de stilte doorbroken. Met een geluid als van een wind en met woorden die als een lopend vuur de leerlingen bevangen. Grote verwarring. Pinksteren is een grote verwarring. Het dagelijks leven van doen en laten, van wachten en bidden, het wordt plotseling doorbroken.

God doet de hemel open. Op wonderlijke wijze, geheimzinnig bijna, verborgen ook. Niet te vatten voor ons verstand, niet te zien voor onze ogen. Lucas kan er alleen in beelden over schrijven. Over een geluid áls van een hevige wind, van een ademtocht. En tongen, in de zin van taal, tongen áls van vuur. Zo komt God met zijn Geest tot ons. We weten niet hoe dat er uitziet, hoe de Geest er uit ziet. Maar het is als een ademtocht, als een brandend vuur van bezieling. Zo is de Geest.

Gave van God, Hij deelt zich aan jou mee en raakt je zo in je hart. God de Vader en zijn zoon Jezus Christus, zij zijn dan wel in de hemel, maar blijven niet op afstand. Integendeel. Hemel en aarde komen in beweging als de Geest, die uitgaat van de Vader en de Zoon, als de Geest je leven bezielt.

We kunnen niet meer terug achter Pinksteren. Laten we daarvoor waken. Niet teruggaan achter Pinksteren. De hemel raakt de aarde, God raakt je hart. Het is zijn Geest, zijn adem die je doet leven en doet geloven, doet hopen en bidden.
En weet je, dan gaat het ook altijd over Jezus, als de Geest in het spel is. Die vuurtongen brengen de leerlingen in het huis tot een getuigenis. Jezus is opgestaan! Hij is de Zoon van God en in zijn naam is er nieuw leven te vinden. Petrus kan niet meer stoppen met preken over Jezus. Het is een ware Paaspreek die hij houdt, als de Geest is uitgestort. Alsof je wel móet getuigen als de Geest in je leven komt.

Jullie vertelden er allemaal iets over. Hoe je er door getrokken wordt, door God zelf. Dat je steeds weer merkt, voor de een geleidelijk, voor de ander heel direct en duidelijk, dat je niet van God los komt. Bij Hem moet ik zijn, omdat Hij in je leven is. En altijd is geweest.
Dat komt van de Geest. Door de heilige Geest ontdek je zulke dingen. Hij helpt je om God op te merken in je leven. Om in liefde te ontbranden voor Jezus.

De Geest vult
De Geest is een Geest van vervulling. Heel het huis wordt gevuld met zijn kracht. Een vol huis, dat kan niet gevuld worden. Een hart dat overvol is, daar kan de Geest niet meer bij. Maar wat leeg is, dat vult Hij op.
Een hart dat leeg is, waar geloof uit verdwenen is, omdat het lijden te veel heeft gevraagd, het leven te pijnlijk, de vragen te groot. Of gewoon, omdat je wordt opgeslokt door al het andere. Door werk en thuis en verlangens en streven. Of omdat de wereld een beter verhaal vertelt, wat veel geloofwaardiger is. Dat je zelf je leven leidt, en de dag moet plukken voordat de dood in je leven komt.
Wat kan er een leegte zijn in je ziel. Zo’n gapend gat dat je zoekt op te vullen. Of waar je mee probeert te leven. Dat je vreest dat er niemand is die je nabij is. Geen God en geen mens, maar het lot dat regeert. Het kan je aanvliegen. Het schudt aan je grondvesten. Een nietig mensje in een oneindig heelal. Wat doe ik hier op aarde? Een zucht en het is voorbij.

En daarin, juist daarin, komt de Geest als een ademtocht die angst verdrijven, als een vuur die leegte vullen met bezieling. Dan moet er wel ruimte zijn, openheid naar de hemel, naar God. Maar daarin komt Hij zelf met zijn Geest om te vullen wat leeg en koud is. Wat versteend en verstard is. En zo is het God zélf die ons brengt tot geloof in zijn Zoon. Tot hoop op de toekomst met God. Het is God zelf die ons beweegt om op Hem te vertrouwen.

Wat je misschien allang wist, van jongs af aan gehoord, of later meegekregen, wordt door de Geest werkelijkheid voor jezelf. God is ook mijn God. De naam van Jezus staat over mijn leven uitgeschreven. Door Hem heb ik hoop. En is de leegte omgekeerd in volheid van genade. Dan moet je wel zingen. De leerlingen van Jezus spraken zo vervuld van de Geest, dat iedereen het kon horen. Hoe Jezus bevrijdt en ons zijn liefde geeft. God ontsluit door de Geest zijn evangelie.

Het heeft mij diep geraakt hoe jullie er toe gekomen zijn om hier vandaag te staan. Allemaal met je eigen verhaal. In alle bescheidenheid, maar in geloof en vertrouwen. Dankbaar voor wat je van je ouders hebt ontvangen. Zoekend naar Gods weg met je leven. En nu, volwassen geworden, van harte bereid om zelf voor God en de gemeente Zijn naam te belijden, je kinderen te laten dopen in Christus naam.

Moet je dan veel weten, om belijdenis te doen, om gedoopt te worden? Nee hoor. Op de Pinksterdag werden drieduizend mensen gedoopt. Zij geloofden in Jezus en zijn naam. Het is genoeg om van te leven. Om mee te sterven. Ze werden allen gedoopt.

Jullie zijn allemaal geen mensen die graag vooraan staan. En toch staan jullie hier. Ik beschouw het als het werk van de heilige Geest, die in jullie een goed werk is begonnen. Het is God zelf die in je werkt. En die je zijn Geest geeft, om te volharden in geloof, om de hoop te bewaren dat God leeft. En dat Hij nooit zal loslaten wat Hij met jou begonnen is. Voorgoed is zijn naam op je voorhoofd geschreven.

Waar zo over Jezus getuigd wordt, dat kan alleen door de heilige Geest van God. Hij is het door wie zeggen: Jezus is Heer. En daarom, dat wij hier vandaag samen zijn, dat er een kerk is, dat alleen al is werk van de Geest. Van Gods actieve aanwezigheid in ons leven. Toen, in de eerste eeuw. En nu, anno 2016. Het zijn pijlers van Gods Geest die ons moed geven om te geloven. God werkt nog altijd voort.

En als Petrus zijn Paaspreek heeft gehouden, dan vragen al die mensen in Jeruzalem in ontzetting, wat moeten we doen? Bekeer je, zegt Petrus. Ga een ander leven leiden, een leven met God, en laat je dopen in Jezus’ naam. Dan wordt zonde omgekeerd in vergeving. En dood wordt omgekeerd in eeuwig leven met Hem. De Geest zal over je komen.

Zo belooft God het aan ons. En, zegt Petrus erbij, deze belofte geldt ook voor je kinderen, voor allen die ver weg zijn en voor wie de Heer tot zich zal roepen.

Vandaag wordt zichtbaar dat God doet wat Hij belooft. De belofte van de heilige Geest wordt vandaag vervuld. Hier in de kerk zijn zoveel generaties aanwezig. Grootouders. Ouders. Kinderen en kleinkinderen.
Ik weet het, het verhaal van de kerk klinkt soms zo somber en hopeloos. Door Gods goedheid zien wij ook een andere kant. God maakt zijn beloftes waar. Vandaag zien ouders hoe hun kinderen hun geloof belijden. Hoe kinderen van de gemeente van harte ja zeggen tegen God. En hoe jonge ouders samen met hun dochters de weg van de Heer willen gaan.

En als je geloof wijkt en je vertrouwen wegvalt, als je hoop wordt overstemd door wanhoop, kom dan schuilen in de kerk. Bidt om de Geest dat Hij je, voor het eerst of opnieuw, bij God brengt en geloof schenkt.

Tot slot
Tot slot, zomaar op een regenachtige dag schuilen in de kerk. Zo deed Lila. Het werd een dag die haar leven veranderde. Vandaag schuilen wij onder het dak van de Hoeksteen. Mag het zo zijn dat in Gods nabijheid ons leven voorgoed veranderd. Omdat de hemel de aarde raakt en God ons vult met zijn Geest. Hij zegent ons met geloof, hoop en liefde. Moge Hij zo met ons zijn.

Amen.

Pinksteren 15 mei 2016, 9.30 uur
PG De Hoeksteen (Schoonhoven)
Handelingen 2: 1-16, 37-41
Ds. Hanneke Ouwerkerk