Stilte

Het gebeurt me nog al eens dat wanneer ik iets hoor of lees, ik daarbij moet denken aan de bewoners van het verpleeghuis waar ik werk. En de geschiedenis van Jezus in de hof van Gethsemane riep meerdere namen, gezichten en verhalen bij me op.

Zoals het verhaal van mevrouw Van Maarsen. Mevrouw van Maarsen is 87 jaar, en van wege tal van lichamelijke zorgen bij ons opgenomen. Maar die lichamelijke zorgen verdwijnen naar de achtergrond als ze vertelt over haar verdriet: over haar man, die niet meer bij haar op bezoek wil komen. Ze vertelt over haar enige zoon die zij al jaren niet meer heeft gezien – en ze vertelt over haar kleindochters die steeds beloven langs te komen, maar dat niet doen. Naast een buurvrouw heeft ze verder niemand in haar leven.
En ik denk ook aan mevrouw Beelen. Vanwege een hersenbloeding kan zij niet meer spreken, op af en toe een woordje na. Ze probeert soms iets duidelijk te maken, met gebaren en klanken, maar meestal lukt het niet. Op een gegeven moment zakt ze dan huilend en uitgeput van het proberen terug in de kussens en schudt haar hoofd.

Het zijn verhalen over eenzaamheid. En het was ook de eenzaamheid die me raakte toen ik las over Jezus in de hof van Gethsemane.

De eenzaamheid die Jezus hier ervaart komt eigenlijk heel onverwacht, en ook nog eens op een heel wrange manier.

Voorafgaand aan deze geschiedenis, lezen we hoe Jezus met zijn discipelen het laatste avondmaal viert. Een kring van vrienden om zich heen. Met elf van hen vertrekt hij vervolgens naar de Olijfberg.
En onderweg steunen zijn discipelen Jezus en bemoedigen ze hem.
Petrus belooft hem zelfs: ‘Al zou ik met u moeten sterven, verloochenen zal ik u nooit!’ En ook de anderen vallen Petrus hier in bij. Het geeft aan hoe de band is tussen Jezus en zijn vrienden: die is diep. Ze hebben veel voor hem over.  En die diepe band blijkt ook, als Jezus Petrus, Jakobus en Johannes meeneemt, Gethsemane in. Dit waren de drie discipelen die steeds bij hem waren geweest als er iets bijzonders gebeurde. Jezus deelt veel bijzondere momenten met hen, en ook nu doet hij dat. Tegen deze drie vertrouwelingen kan hij eerlijk en open zijn als hij zegt: ‘Ik voel me dodelijk bedroefd; blijf hier met mij waken.’

Ik vermoed, dat de discipelen Jezus niet eerder zoiets hebben horen zeggen. Hij was toch altijd degene die wist waar het heen moest, die wist wat er moest gebeuren, die op een mooie, wijze manier antwoord gaf op hun eigen zorgen en vragen? En voor Jezus is het andersom misschien ook niet makkelijk geweest te zeggen wat hij voelde. Hij was toch degene tegen wie anderen ‘meester’ zeiden. Als zij zwak waren, was hij sterk. Als hij ergens mee worstelde, dan deed hij dat alleen, met zijn vader, anderen kwamen dat niet te weten. Maar nu, op dit moment, heeft hij steun nodig van zijn vrienden, heeft hij het nodig dat ze met hem waken. Hij schenkt hen zelfs zoveel vertrouwen, dat hij op gehoorsafstand van hen gaat bidden. Het was destijds de gewoonte om hardop te bidden, dus ze konden ook precies horen wat hij zei. Ze wisten dus, hoe moeilijk hij het had.

En toch… als hij bij hen terugkomt, zijn ze allemaal in slaap gevallen. Ondanks dat hij zei wat hij voelde, en ondanks dat ze zijn gebed hebben gehoord, hebben ze hem toch niet gesteund door bij hem te waken.

Als mensen op zo’n manier handelen, dan doet dat pijn. Maar het is nog veel pijnlijker als dat gebeurt door mensen die het dichtst bij je staan. Het is als de pijn die je als ouders bijvoorbeeld kunt voelen als je kind een weg inslaat waarvan je weet dat het niet goed voor hem is, een weg die je hem ook hebt afgeraden. Dat is als de pijn die je kunt voelen als je partner je niet steunt op het moment dat je dat zo hard nodig hebt. Het is pijn die bestaat uit een beschadigd vertrouwen, beschadigde hoop, maar bovenal uit een diep gevoel van eenzaamheid.

Eenzaamheid, niet alleen omdat je letterlijk alleen staat, maar ook omdat anderen je niet begrijpen. Je kunt je dan net als mevrouw Beelen voelen, die ik net noemde: je probeert je uit te drukken, je probeert iets over te dragen, maar de anderen begrijpen niet wat je bedoelt. En zo blijf je alleen met wat je denkt en met wat je voelt, en je kunt het aan niemand kwijt.

Verhalen over eenzaamheid. Ik noemde aan het begin van de preek twee voorbeelden uit het verpleeghuis, maar ik zou ze, helaas, nog veel en veel verder aan kunnen vullen.

In 2012 onderzocht TNS NIPO het verschijnsel ‘eenzaamheid’ en 1 van de uitkomsten was dat er in Nederland 4 miljoen mensen zijn die zich wel eens eenzaam voelen, en 1 miljoen die zich extreem eenzaam voelen.

Je hoeft echt geen onderzoeker te zijn om te concluderen dat eenzaamheid ook onze stad en onze Hoeksteengemeente niet voorbij gaat. U kent misschien wel medegemeenteleden bij wie het wel erg stil geworden is in het leven, of misschien herkent u dit alles wel in uw eigen leven.

Of wellicht herkent u de ervaring dat anderen je niet begrijpen. Dat je het steeds probeert, om jezelf uit te drukken, om te delen wat je voelt en meemaakt, maar er wordt niet goed geluisterd, je word niet begrepen. Je staat er alleen voor.

Eenzaamheid.

Het is niet iets dat je zo maar op kunt heffen. Er bestaan geen makkelijke oplossingen voor. En ook het geloof biedt niet altijd een oplossing, en ook daarin raakt de tekst over Jezus in de hof van Gethsemane, me. Want als Jezus zo in angst is, en bang is voor de dood, dan gaat hij bidden.

Dat is altijd al zijn remedie geweest om om te gaan met dat wat er gebeurde. Jezus zoekt in het gebed de stilte en het contact met zijn Vader, hij zoekt aanwijzingen om duidelijk te krijgen welke weg hij moet gaan. In de bijbel kun je op meerdere plekken lezen dat hij in deze momenten ook troost vindt. Het is niet voor niets dat hij ook zijn leerlingen adviseert om dit zelfde te doen.

Jezus zoekt de stilte.
Maar deze keer is het zoeken van de stilte voor hem geen troost.
Het is geen opheffing van de eenzaamheid die hij ervaart.
Er komt geen oplossing, er komt geen stem uit de hemel,
Na zijn gebed is hij nog steeds alleen en nog steeds bang.

Je gaat je afvragen: helpt het dan eigenlijk wel, bidden?

Dat is een vraag die je nog wel eens hoort als mensen ernstig ziek worden. Soms slaat dan de twijfel toe en vinden zij geen houvast meer in hun geloof. Je probeert te bidden, maar je gebed wordt niet verhoord. En daarnaast ben je er misschien ook wel niet meer zeker van of God je gebed überhaupt wel hoort, of hij je wel begrijpt.

‘De hemel lijkt van koper’ is zo’n uitdrukking die daar bij past. De hemel lijkt een ontoegankelijke vesting te zijn. Er is dan sprake van een soort ‘geloofseenzaamheid’. Daar sta je dan met je geloof. En misschien zeggen anderen wel tegen je: je moet maar bidden hoor! En misschien is dat iets wat je zelf ook altijd tegen anderen hebt gezegd, of je zegt het tegen jezelf… maar je weet en ervaart: het lukt niet. En als je dat dan probeert te vertellen aan iemand, wordt dat vaak niet begrepen. En voel je je nog eenzamer dan daarvoor.

Dit is het punt waar Jezus gekomen is. Er is geen Plan B. Dit is het.
Het enige dat hij kan doen is zich toevertrouwen aan de Vader,
en te gaan in blind vertrouwen. Dat is ook wat hij zal doen, en we horen het hem uiteindelijk zeggen: laat het dan gebeuren zoals u het wilt. maar er klinkt ook iets wanhopigs in door.

Dit alles wordt verteld over hem die wij de zoon van God noemen.
Een eerlijk verhaal over eenzaamheid, twijfel en angst. Een eerlijk verhaal over geen steun vinden in je geloof En gaan in blind vertrouwen, ook al weet je dat de weg die voor je ligt, heel moeilijk zal zijn.

‘Zoek de stilte’ – het is de rode draad die door de lezingen in deze veertigdagentijd heen loopt. De stilte zoeken is goed, om de verbinding te zoeken tussen God en jezelf, We hebben er in de afgelopen weken over gehoord. Maar vandaag krijgt het zoeken van de stilte een rauwe rand. Er kan een stilte ontstaan die niet meer troostend is, maar een last wordt. Er kan een stilte ontstaan die al deel uit maakt van het lijden, zoals dat bij Jezus ook zo was.
Met deze stilte, de stilte van de eenzaamheid, begint de Stille Week

Ik zei het al: eenzaamheid is niet iets dat je zomaar voor een ander op kunt heffen. Als gemeente van Christus kunnen we echter wel proberen de stilte met elkaar te doorstaan, het met elkaar te doorleven om zo te proberen de last voor elkaar te verlichten.
Dat gebeurt hier in de Hoeksteengemeente al in bijzondere mate.
Je leest er iets van terug in de bedankberichtjes in Samen, van mensen die door een moeilijke tijd heen zijn gegaan, en veel steun uit de gemeente hebben ervaren in de vorm van bloemen, telefoontjes, kaarten en gebed. En ik weet ook dat er veel ‘in de stilte’ gebeurt – een goede vorm van stilte, deze keer.

Maar als gemeente hebben we ook de bijzondere taak om voor elkaar het geloof te dragen. Dat betekent dat we elkaar nodig hebben om samen te geloven, maar ook wanneer er momenten komen in ons leven waarop we zelf niet meer kunnen geloven – dan hebben we het nodig dat de gemeente ons geloof draagt, als het ware namens ons gelooft.

Zo gaan we met elkaar de Goede Week, de Stille Week in.
Laten we ons daarin oefenen om het uit te houden in de stilte.
Om te waken bij hen die dat zo nodig hebben Om het geloof te bewaren voor hen die dat niet meer kunnen.

Dat we zo met elkaar op weg mogen gaan, in vertrouwen dat uiteindelijk het Licht door zal breken.

Amen

Ds. Annemarie Roding