Te goed om mee te doen

De bondscoach van het herenhockeyteam heeft twee sterspelers van Nederland, Taekema en De Nooijer, niet geselecteerd omdat ze te goed zijn. Omdat ze zo goed zijn, blokkeren ze de ontwikkeling van het herenteam. Omdat zij zo goed zijn, zetten anderen zich minder in. Stel je voor dat Bert van Marwijk besluit om Robben en Sneijder niet op te stellen, omdat ze te goed zijn. Alle 16 miljoen bondscoaches zouden er schande van spreken. De coach van de hockeymannen zegt dat veel mensen zijn besluit wel begrijpen.
We snappen het ook wel: jongere spelers kunnen enorm tegen een oudere, ervaren speler opkijken. Ze denken dan dat ze nooit kunnen tippen aan het niveau van die ervaren speler. ‘Dat haal ik nooit’ is een gedachte die weinig motiveert. ‘Dat haal ik nooit’ leidt eerder tot passiviteit. Dan is een besluit om mensen niet te selecteren misschien voor het team als geheel wel beter.
In de kerk horen we keer op keer dat er ruimte is voor iedereen. Dat interpreteren we vaak – en terecht! – als een inspiratie om ruimte te maken voor mensen die het minder hebben dan wij. Ruimte voor iedereen. Ik moest daar wel even aan denken, toen ik het nieuws over de hockeyheren las. En ik dacht ook even: ik ben blij dat God niet besloten heeft om Jezus niet op te stellen, omdat Hij te goed is!

Adriaan van ’t Spijker