Trouw van God

Trouw van God

#MeToo

De hashtag #metoo heeft veel opgeroepen de afgelopen week. Verschillende vrouwen en mannen vertelden over wat hen was aangedaan, langer of korter geleden, aan seksueel grensoverschrijdend gedrag. Soms eenmalig, soms jaren en jarenlang misbruik.

Ik aarzelde of ik het hier zou noemen, omdat er al zoveel over gezegd is. Toch doe ik het, omdat er een paar dingen waren die mij zo opvielen, ook in het verband van het gebed van Daniel.

Wat wordt er vaak gezwegen over onrecht en misbruik. Zoveel wat er verborgen blijft, waarvan wij maar nauwelijks weet hebben. En nu wordt er iets zichtbaar, onthullingen die niet meer te stuiten zijn. Ze maken iets zichtbaar van hoe macht kan werken, hoe vaak vrouwen en regelmatig ook mannen in een ongelijkwaardige positie zitten. Kinderen ook. En dat er mensen zijn die daar misbruik van maken, die hun eigen behoeften op 1 hebben staan en een ander daarvoor inzetten.

Hoe kan het zo verborgen blijven. Hoe blijft het nog altijd verborgen. Want de meeste verhalen worden niet verteld. Die drukken op iemands leven en hij of zij weet de woorden niet te vinden om te zeggen wat was, of nog altijd is.

En dan tegelijk die vraag, hoe kan er een klimaat ontstaan waarin deze dingen gebeuren?

Wat maakt dat misbruik zo ondergronds steeds weer terugkeert in samenlevingen? En dat vrouwen, vaak zijn het vrouwen, zo tot bezit gemaakt worden, als gebruiksvoorwerp behandelt? In verschillende kranten werd afgelopen weken geprobeerd om daar iets van te duiden. Wat is de onderliggende oorzaak, wie zijn er medeverantwoordelijk.

En dan lees je het gebed van Daniel. Het bevreemde mij. En het trof mij. Het gebed is een gezamenlijke schuldbelijdenis van het onrecht dat in die jaren plaats vond.

Ik dacht, is dat niet ook iets wat in de kerk een plek zou kunnen hebben?

Wij staan niet zomaar op onszelf, maar horen bij elkaar, als gemeente van Christus. In de doop zijn we ook aan elkaar gegeven als broeders en zusters. Zou het zo kunnen zijn dat we als kerk, als gemeente, bij onszelf nagaan waar wij mede verantwoordelijkheid dragen voor wat er gaande is in onze levens, in de samenleving en breder misschien ook.

Ik heb daarmee geworsteld deze week. Ik noem straks wat lijnen, waarmee we als gemeente hoop ik verder kunnen.

In ieder geval is het opvallend dat er veel verwacht wordt van een gezamenlijke uiting van schuld, of medeverantwoordelijkheid. Vaak wordt dat van de politiek verwacht. Van de regering, of van een land. Van de kerk ook. Die een geschiedenis van geweld en kruistochten meedraagt. Of ons beladen slavernijverleden, een pijnlijke geschiedenis die steeds weer terugkeert.

Bevolkingsgroepen die opkomen voor hun recht, vragen om gezien en erkend te worden in hun geschonden verleden. Blijkbaar is er de hoop dat er iets herstelt wordt, wanneer schuld onder ogen wordt gezien, benoemd wordt. Die hoop op verandering klinkt ergens ook door in de verhalen die vrouwen en mannen nu vertellen over wat hen is aangedaan.

De intelligente, jonge, ambitieuze Daniel, dag en nacht aan het hof, hij verkeert in de hoogste kringen waar alles mateloos en grenzeloos was, deze Daniel wordt stil voor zijn God, en buigt zich neer, omdat hij zich schaamt.

Wij hebben niet naar u geluisterd, o God. Wij hebben niet gehoord wat U tot ons zegt.

In het leven van Daniel is dat toch wel een rode draad. Waar niemand de naam van God noemt, is Daniel de man die trouw en moedig elke dag bidt en de naam van God laat klinken, in een land waar dat hoogst ongebruikelijk en hoogst ongewenst was. Het Perzische Rijk, de opvolger van het Babylonische Rijk, een grootmacht die zijn gebied verder uitstrekte dan eerdere rijken, was dwingend. Eiste volledige overgave en loyaliteit.

Maar Daniel is als Joodse jonge man ook verbonden aan God. Hij is trouw aan de koning van het Perzische Rijk, maar geeft zijn verbondenheid aan God niet op. Die twee staan op gespannen voet met elkaar. Niet altijd, maar als het er op aan komt wel. Tussen die beide beweegt Daniel zich heen en weer. Zijn dagelijks werk, en zijn dienst aan God die altijd ook dienst aan mensen is.

En van daaruit ontspruit dit gebed, uit het hart van Daniel. In gebed sta je voor God. Dat is wezenlijk voor wie aan God verbonden zijn. Wezenlijk voor de roeping van de kerk, dat wij bidden en ons hart richten op God. Wij staan niet alleen voor élkaar, je bent niet alleen gericht op jezélf. Maar als je Gods naam draagt, ben je geroepen om in Zíjn spoor te gaan. Om het goede te zoeken voor wie op je weg komen. En om in te keren, tot jezelf. Om je leven te bezien voor Gods aangezicht. Ben ik op een goede weg? Brengt mijn leven goede vruchten voort?

Christen zijn is niet om het even. Als je de naam van Christus draagt, erken je dat je onder zijn macht wilt leven. Dan strijd je tegen machten die niet bij God vandaan komen. Tegen de macht van de zonde, van de hoogmoed, van de leugen. Mijn leven is onder de macht gesteld van de Heer die mij het leven geeft. En dan is het onvermijdelijk dat je daarmee ook onder de mensen leeft. Een hart hebt voor wie lijdt, oog voor onrecht.

Ik zie dat ook in onze gemeente, hoe er onder ons zijn die daar zo door geraakt zijn, dat je je met hart en ziel inzet voor vrede en voor heelheid. Alsof je dan intuïtief aanvoelt, hier gaat het om dingen waar ik mij niet aan kan ontrekken. Waar ik op de een of andere manier mee te maken heb.

Gebed van Daniel

Daniel bidt een gebed van schuldbelijdenis. Hij noemt uitdrukkelijk zonde en kwaad. Ik vond dat zo fascinerend. Daniel lijkt een voorbeeld van goede trouw en rechtvaardigheid te zijn. Een man uit één stuk. Maar een mens is blijkbaar altijd meer dan dat. Zoveel complexer en ambivalenter toch ook. Daniels leven aan het overdadige, god-loze hof en zijn trouw aan God, daar zal hij toch ook tussen heen en weer geslingerd worden. Voortdurend balanceren en zoeken naar wat goed en waar en echt is.

En als hij terugkijkt op de dagen in Jeruzalem, als hij nu ziet hoe zijn volk er aan toe is, mensen naar Gods naam genoemd, die zijn geboden met voeten trappen, dan schaamt hij zich.

Het gaat dan niet om de vervulling van religieuze plichten, om een op het oog net en keurig leven, daar gaat het niet om. Het gaat om het hart van de Thora, de wet van God die Hij gaf voor het goede leven met elkaar. Trouw zijn aan elkaar, zorg dragen voor wie tekort heeft, oog voor wie kwetsbaar en zwak is, zorg voor het land en de akkers, voor de dieren. En al die dingen ook overdragen aan de kinderen, dat zij ervan weten, en het zien bij hun ouders.

O God, bidt Daniel, wij hebben niet naar u gehoord. Maar uw geboden en richtlijnen met voeten getreden.

Dat is zonde. Niet horen naar God. Je niet laten storen door God in je eigen overtuigingen, maar je eigen ik als enige bron en richtlijn voor je leven.

O God, wij schamen ons dat wij U niet hebben gehoord.

Trouw van God

Ook dat is de roeping van de kerk. Om samen te bidden. Niet een ander aan de schandpaal te nagelen. En aan te wijzen wat een ander verkeerd doet. Maar om in te keren tot onszelf, om samen stil te worden voor God en te overdenken. Wat is er gaande aan onrecht, waarom zijn we zo angstig geworden, houden we zo krampachtig vast aan ons bezit, zijn we zo traag om Gods geboden te doen.

Een Amerikaanse psychiater, Judith Herman, schreef een boek over trauma en herstel (Judith Herman, Trauma en Herstel). Zeer aangrijpend boek over een geschiedenis van ontkenning, van verhalen die in de doofpot werden gestopt, van de kwetsbaarheid van vrouwen en mannen. Maar zij schrijft aan het begin van haar boek: het kwaad moet benoemd worden, aan het daglicht komen, om ruimte te scheppen voor herstel, voor een nieuwe weg.

Zouden we ons als gemeente kunnen oefenen in dat gebed? Om niet naar een ander te wijzen, maar in te keren tot onszelf. En opmerkzaam te zijn op wat er gaande is, om ons heen, in onszelf. Om te zien waar lijnen lopen van goddeloosheid, van taal die afbreekt, van daden die kapot maken, woorden die doods en koud zijn.

En om dan te bidden, en te belijden, met elkaar als kerk. Want juist in het gebed is die ruimte er. Juist voor het aangezicht van God. Daarom kan Daniel bidden, omdat Hij weet van de trouw van God. Hij zal het verbond bewaren, er niet zomaar een streep door trekken. En daarom is er ruimte en openheid om te bidden. Onder ogen te zien wat niet goed is. En hoop te ontvangen op herstel, en heelheid.

Zo is gebed ook een verlangen, een hartstocht dat de dingen anders worden, dat ze goed en nieuw worden.

Wat mij ontroert in dit gebed is hoe Daniel als Jezus bidt. Namens hun volk bidden ze, dat zelf geen woorden vindt, of het maar nauwelijks aandurft om eerlijk naar binnen te kijken. Het is in die zin ook een priesterlijk gebed. Daniel bidt voor zijn volk bij God. Zoals Jezus dat doet, voor wie bij Hem horen. Hij bidt voor je, en vraagt bij God om vergeving en herstel. En ergens draagt de kerk die roeping ook, om als een priesters te bidden voor de mensen die op ons pad komen. Die zelf geen woorden hebben om te bidden. Dan bidden wij met en voor elkaar tot God. Of Hij ons genadig wil zijn.

Niet om onze gerechtigheid, maar om de grootheid van Gods ontferming. Het is de naam van God, de Bevrijder, die ons moed geeft om voor Hem te komen.

Moge God ons genadig zijn, in de naam van Christus,

Zondag 29 oktober 2017, 10.00 uur
P.G. de Hoeksteen Schoonhoven
Ds. Hanneke Ouwerkerk