Vat moed, en probeer het

Zo langzamerhand worden we ook hier in Schoonhoven meer en meer met de kleur geel geconfronteerd. Voor een Tour-de-france karavaan die 10 kilometer verderop door Haastrecht raast, iets wat in een seconde of 3 gebeurd zal zijn – zo verwacht ik- lijkt me dat toch wat overdreven…. maar goed.
Het hele spektakel geeft veel voorpret. Zelfs in de weilanden langs de N210 waar ik regelmatig rijd staan hooipakken opgestapeld met daarop een grote sticker met de afbeelding van een wielrenner. En die tour komt daar helemaal niet! De Krimpenerwaard is kennelijk trots op haar drie seconden Tour.

Ik heb stiekem ook wel plezier in al dat gedoe. Want wielrennen ben ik, dankzij Joep, meer en meer gaan waarderen. Zo weet ik wat een chasse patate is, wanneer iemand de deur dichtdoet of in de bus terecht komt en ook over waaieren en de hongerklop hoef je me niet meer bij te praten.
Wat aan wielerwedstrijden vooral indrukwekkend is, maar ook een beetje eng, dat is de massasprint. Hier ziet u een afbeelding van de sprint op de Champs d’Elysee, de laatste etappe van de Tour van vorig jaar. Met gele truidager Vincenzo Nibali mooi in beeld.
Tijdens zo’n massasprint fietsen veel te veel mannen in een vaak veel te smal parcoursje, met een waanzinnige snelheid richting de eindstreep. Er wordt geduwd, hier en daar beland een elleboog of een stuur in iemands zij, het is op en top chaos. Het gaat dus ook wel eens mis, maar je kunt ook zeggen: het is eigenlijk een wonder dat het zo vaak goed gaat.

Een massasprint – met veel te veel mensen in een veel te kleine ruimte – zoiets stel ik me voor bij de groep mensen die vandaag in de lezing uit Markus in beeld komt. Jezus, de discipelen, en een ‘grote menigte die zich om hem heen verdrong’ proberen zich zo snel mogelijk van het meer naar het stadscentrum te begeven, naar de plek waar Jairus en zijn gezin woonde.

De reden is ernstig genoeg: de dochter van Jairus ligt op sterven. En Jairus heeft Jezus gevraagd haar de handen op te leggen. Hij weet en gelooft dat dit genoeg is om zijn dochter te genezen. Jezus hoeft haar alleen maar aan te raken.
Dit geloof werd overigens door veel mensen gedeeld. Markus beschrijft voorafgaand aan dit tekstgedeelte hoe Jezus veel mensen geneest, hoe hij allerlei bijzondere daden doet. En dat brengt zoveel mensen op de been dat Markus in hst 3vs 9-10 schrijft: Hij zei tegen zijn leerlingen dat ze een boot voor hem gereed moesten houden, om te voorkomen dat hij door de menigte onder de voet zou worden gelopen. Allerlei zieken verdrongen zich om hem aan te raken, want hij had al veel mensen genezen.

Allerlei mensen die wat mankeren willen Jezus aanraken. Want dat alleen al, is genoeg om hen van hun kwaal te genezen. Dat weten alle mensen in de streek waar Jezus rondtrekt.

En zo gaan ze op weg. Jezus, zijn discipelen, Jairus, en veel, veel mensen. Die mensen zijn daar misschien vanwege zichzelf, om zelf een kans te krijgen Jezus aan te raken, of vanwege het spektakel dat zeker stond te gebeuren. Met de nauwe straatjes van die tijd voor ogen en de opdringerige massa mensen kun je je voorstellen dat ze maar voetje voor voetje vooruit kwamen, en er zal ook het nodige geduw en getrek aan de pas zijn gekomen.

Ik kan me dan ook behoorlijk goed inleven in de reactie van de discipelen, als Jezus ineens stilstaat, zich omdraait, en zegt: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’
‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt….?” En de discipelen antwoorden: ‘U ziet dat de menigte zich om u verdringt en dan vraagt u: “Wie heeft mij aangeraakt?”’
En ik hoor in hun reactie iets weerklinken als: Wat is dat nou voor vraag! Er zijn hier hordes mensen aanwezig juist om uw kleren aan te raken! We doen ons best ervoor te zorgen dat ze u niet onder de voet lopen, maar voorkomen dat ze u aanraken… nee dat lukt niet, en dat wilt u ook niet toch? Meent u dat nou echt, deze vraag? ‘Wie heeft mij aangeraakt?’ En bovendien…. Denk eens aan Jairus!

Maar Jezus meent het echt. En hij blijft stilstaan en zoekend om zich heenkijken. Er is hem iets opgevallen dat hem kennelijk nog niet eerder was opgevallen bij andere mensen die zijn kleren hebben aangeraakt. Er is hem iets opgevallen dat belangrijk genoeg is om zijn weg naar het dochtertje van Jairus voor te onderbreken.
En inderdaad, op zijn vraag stapt er iemand naar voren en komt naar hem toe. En deze vrouw valt voor Jezus neer, en vertelt haar hele verhaal. Iedereen kan het horen.

In de afgelopen week heb ik me het hoofd gebroken over de vraag wat deze geschiedenis ons nou eigenlijk te zeggen heeft. Waar gaat het over?
Gaat het over de bijzondere genezing van de vrouw door Jezus? Nee, dat denk ik niet. Hoe mooi dat ook was. Maar het was, het klinkt wat vreemd om dat zo te zeggen, in die lijst die Markus in zijn bijbelboek opsomt, geen bijzonderheid.
Dat deze vrouw onrein was, en nu weer rein is, is ook niet iets wat haar onderscheid van eerdere genezingen.
Dat zij Jezus stiekem probeerde aan te raken, was iets dat heel veel mensen deden – we hebben dat net gelezen.

Echter, wat in alle verhalen van genezing en bevrijding nog niemand heeft gedaan, is zijn of haar verhaal tegen Jezus vertellen. Hierin is deze vrouw de eerste, en hierin is zij verbijsterend eerlijk en open.
Op het toppunt van drukte, als werkelijk iedereen die er maar enigszins toe doet, om haar heen staat, vertelt zij haar beschamende geschiedenis. Zij komt met haar verhaal als het ware op de nationale televisie, en iedereen kijkt en luistert.

Deze vrouw geeft zich over aan Jezus.
Zij geeft zich over aan iemand, die zojuist nog is uitgelachen door de omstanders omdat hij vroeg wie hem had aangeraakt.
Zij legt 12 jaar rampspoed open en bloot op tafel. Een verhaal waar anderen om gniffelden, een verhaal waar over werd gefluisterd en om werd gelachen.

Maar doordat zij dit doet, doordat zij dit vertelt, verandert haar leven. En dat heeft niet alleen te maken met het feit dat zij genezen is. Jezus zegt namelijk iets heel moois als antwoord op het verhaal van de vrouw.
Jezus’ antwoord is namelijk: dochter, uw geloof heeft u gered. Ga heen en wees genezen van uw kwaal. Dochter. Het is een woord dat de NBV vertalers weg hebben gelaten, vele andere vertalers gelukkig niet.
Dochter, zegt Jezus tegen de vrouw. En daarmee zegt hij ook: Je bent niet meer niemand. Je bent niet meer onzichtbaar en onrein. Je bent ooit geboren als kind van God, maar in die twaalf ellendige jaren is dat helemaal op de achtergrond geraakt. Vandaag bevestig ik jouw kind-zijn opnieuw. Vanaf vandaag kun je en mag je dat zelf ook omarmen.

Nog iets wat ik heel mooi vind. Het is even een klein zijspoor, maar ik kan het toch niet laten om dat met jullie te delen.
De weg van Jezus naar de dochter van Jairus wordt onderbroken door de bloedvloeiende vrouw. Dat is voor veel omstanders natuurlijk een ramp; Jezus, wat doe je nu? Schiet nou toch eens op! Blijf niet stil staan bij die vrouw, een oude vrouw nog wel. En je eigen eerste reactie is misschien ook wel: dat kind is toch belangrijker!

Maar zo denkt Jezus niet. Al ben je wat ouder, al ben je oud, je bent voor hem net zo belangrijk. De redding van de oudere vrouw is net zo belangrijk als de redding van het meisje. Jezus haalt oud en jong niet uit elkaar. Hij keert zijn rug niet naar onze ouderen toe en zegt: zoeken jullie het maar uit, met al je kwalen en onrust, voor mij zijn de jongeren belangrijker.

En Jezus zal ouderen die van mening zijn dat het met hun leven wel klaar mag zijn omdat zij toch veel minder van betekenis zijn dan de jongere generatie, stevig van repliek dienen. Uw waarde in Gods ogen hangt niet af van het aantal dagen dat volgens onze statistische berekeningen nog op aarde door zou mogen brengen. God is niet de Nederlandse bond van Verzekeraars of de maatschappelijke tendens. Nee. Gelukkig niet. Voor God is ieder mens even belangrijk.
Ik vind dat een heel mooie gedachte die we best wat meer in onze maatschappij mogen laten horen!

Goed, dat was even een uitstapje. Nu weer terug naar ons verhaal.

Want al die tijd staat Jairus daar handenwringend te wachten.
Zijn dochter, zijn lieve dochter ligt op sterven. Het is haast niet om uit te houden.

En ook Jairus is toch een man die zijn hart voor Jezus heeft opengelegd!
Hij is op zijn knieën gegaan voor Jezus, en heeft zijn verhaal gedaan.
En ook dat is behoorlijk beschamend geweest. Eén van de leiders van de synagoge die Jezus om hulp roept – hoe bestaat het! Deze leiders deden toch juist hun best om deze nieuwlichter te bestrijden… en nu ligt er een aan zijn voeten! Net als de bloedvloeiende vrouw staat Jairus hier voor 100% te kijk. Er zal over hem gesproken worden, hij zal uitgelachen worden. Hij zal zijn baan verliezen.
Maar hij doet het. Hij kan niet anders. Hij is wanhopig en hij gelooft dat Jezus hem kan helpen.
En daarom houdt hij niets voor Jezus achter.
Maar in tegenstelling tot de vrouw die genezen wordt, wordt zijn geduld behoorlijk op de proef gesteld. En uiteindelijk komt zelfs de verdrietige boodschap dat het te laat is, dat het niet meer hoeft, dat ze te lang hebben gewacht. Zijn dochter is gestorven.

Jairus krijgt echter geen tijd om op dit bericht te reageren, want direct zegt Jezus tegen hem: wees niet bang, maar blijf geloven.
En Jairus gaat mee. De mensen om hem heen zullen naar hun voorhoofd hebben gewezen en hoofdschuddend naar hem hebben gekeken, maar Jairus negeert hun cynisme en hoongelach en gaat.
Jezus zegt tegen de rouwende menigte: ‘Waarom maken jullie zo’n misbaar en huilen jullie? Het kind is niet gestorven, het slaapt.’ En nu wordt ook Jezus uitgelachen, voor de tweede keer in korte tijd, maar ook nu blijft Jairus hem volgen.
En hij volgt Jezus ook naar de kamer van zijn dochter en hij ziet hoe Jezus haar hand pakt, tegen haar praat, en voor hij het weet sluit hij zijn dochter in zijn armen.

Jairus is op deze dag alles kwijt geraakt wat hij had, zijn eer, zijn status, zijn oude overtuigingen,
en hij heeft tegelijk alles gewonnen. Hij is geboren als kind van God, en heeft vandaag heel nieuwe aspecten van dit kindschap leren kennen.

Dit verhaal wordt altijd het ‘verhaal van het dochtertje van Jairus’ genoemd. Maar ik denk dat de titel eigenlijk anders zou moeten zijn. Ik denk dat dit het ‘verhaal van Jairus’ genoemd kan worden. En zijn verhaal hoort bij het verhaal van de bloedvloeiende vrouw.

Beiden leggen hun hart open voor Jezus.
Beiden stappen over die drempel die schaamte op kan roepen. Over die drempel die angst op kan roepen. Beiden maken zich klein voor Jezus, klein voor de mensen om hen heen. Beiden komen tot de ontdekking: wat ik kan winnen is beter dan dat wat ik verlies.

Een man en een vrouw.
De één een regionale bekendheid met een naam, de ander anoniem en onzichtbaar.
De een rein van zijn kleine teen tot aan zijn kruin, de ander onrein.

Maar beiden hebben moed. Beiden hebben het lef om hun hart te openen richting God. Beiden hebben de moed om zichzelf te zien zoals ze zijn.

Een man en een vrouw.
De één een kerkganger die liever anoniem wil blijven, misschien een luisteraar thuis, iemand die niet al te opvallend door het leven gaat.
De ander iemand die wat meer op de voorgrond treed, iemand die iedereen kent. Iemand met een bepaalde functie in de kerk of het maatschappelijk leven.

Hebben zij diezelfde moed?

Eerlijk je verhaal doen naar God lijkt zo simpel.
Maar ga er maar eens voor zitten, dan zul je merken dat je toch af en toe even moet slikken.
Want als je de moed hebt om eerlijk te kijken naar wie je bent en naar hoe je het er van af brengt, dan wordt de uitdaging dat voor God te brengen steeds lastiger.
Het kan zijn dat je schaamte of je angst een grote drempel opwerpt.

Vat moed, en probeer het.
Het zal je meer opleveren dan het kost.
En het zal ook uitwerken naar je omgeving.
Je krijgt zicht op vage angsten zoals ‘wat zullen de buren er van denken?’ of: ‘hoe zullen mijn kinderen reageren als ik ze dit vertel?’ en je ontdekt dat die angsten lucht en leegte zijn.
Je krijgt zicht op de dingen waar je je voor schaamt. Dingen waar je je misschien helemaal niet voor hoeft te schamen!
Je krijgt zich op alles wat werkelijk betekenis voor je heeft. De mensen van wie je houdt, de manier waarop je je leven wilt inrichten, je band met God.
Je krijgt meer en meer zicht op wat het betekent om als kind van God door het leven te mogen gaan.

Goed, ik ga afronden.

Vorige week lazen we over de storm op het meer, waarin Jezus aan zijn discipelen vraagt:
Waarom hebben jullie zo weinig moed?
En wie weet heeft de evangelist Markus de verhalen van de bloedvloeiende vrouw en het verhaal van Jairus wel als illustratie van twee mensen die moed hebben, op dit verhaal laten volgen.

Moed. Het is een belangrijk thema in het wielrennen. Want ‘als je bang bent dat je valt, dan val je ook’. En wie daalt als een oude krant, verliest zeeën van tijd. Hoe de wielrenner een rit uitrijdt, is sterk verbonden met het portie moed dat hij of zij heeft.

Voor wie er van houdt: veel plezier bij het volgen van de Tour. Dat de moed van de renners u maar mag herinneren aan de moed van de bloedvloeiende vrouw en van Jairus. En dat u geïnspireerd raakt om zelf moed te vatten en zonder angst en schaamte te leven.
Voor wie er niet van houdt: het getuigt soms ook van moed om ergens niet in mee te gaan of aan mee te doen. Dat u zich die moed in herinnering mag brengen als u zich onttrekt aan de Tour de France en alles wat daarmee te maken heeft, en dat u op deze manier geïnspireerd mag raken om zelf moed te vatten en zonder angst en schaamte te leven.

Amen

Ds. Annemarie Roding