Verstilde momenten in trouwe toewijding aan God

Algerije, 1996. 8 monniken in het Trappistenklooster in het bergdorpje Tibhirine. Katholieke broeders, uitgezonden uit Frankrijk. Ze wonen en werken midden tussen de islamitische bewoners van het berberdorp. Ze bieden medische hulp, gaan mee naar de markt en zijn barmhartig aanwezig in woord en daad.

In het klooster leven ze op de getijden van zang en gebed. Van eucharistie. Alle dagen zijn gevormd rond de getijdengebeden. In een sobere, kleine kapel, waar ze samen zingen en stil zijn. Het openingsshot van de film Des hommes et des dieux, die op werkelijkheid is gebaseerd en in Frankrijk ongekend geliefd was, laat de monniken zien in hun dagelijks gebed, waar wij elke dienst ook mee beginnen.
Onze hulp en onze verwachting, is in de naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.

Verstilde momenten in trouwe toewijding aan God. Maar de ogenschijnlijke rust en devotie van de film bedriegt. In Algerije woedt een hevige strijd tussen de regering en islamitische terroristen. Niets nieuws onder de zon. Het dorpje blijft er van gevrijwaard, totdat de terroristen met een gewonde medestrijder binnentrekken en hardhandig en grof medische hulp eisen van de monniken. De hulp wordt verleend, maar vanaf dat moment ligt het klooster, en met hen het hele dorp, onder vuur.

De monniken zijn onderling verdeeld, blijven we of gaan we terug naar Frankrijk? Angst houdt hen in de greep. Ze vrezen voor wat komen gaat. De gewelddadige dreiging van de terroristen, maar ook van de regering, loopt steeds verder op. Ze zijn niet meer veilig in het klooster en worden voortdurend bedreigd.

Uiteindelijk besluiten de broeders om allemaal te blijven. Op een dag wordt de stilte van het dorp doorbroken door luidruchtig helikoptergeweld. Boven het klooster cirkelt een helikopter, van de regering, of de terroristen. Je weet het niet. Het geronk is oorverdovend en houdt lange tijd aan. De broeders zijn gespannen. Ze zoeken de kapel op en zingen tegen het oorlogsgeweld in een lied. Over het licht dat de duisternis verdrijft. Over het kind Jezus Christus die de vrede brengt.

Een moment van verademing. In de stilte van de kapel, dicht bij God.

Tijden van verademing
Kom tot inkeer en keer terug tot God, om vergeving te krijgen voor uw zonden, opdat van het aangezicht van de Heer momenten van verademing zullen komen.

Momenten van verademing zullen aanbreken, zegt Petrus tegen zijn toehoorders. Het is de tijd tussen Pinksteren en de wederkomst van Jezus. De tussentijd, wordt ook wel gezegd, waarin alles zich samenbalt en de spanning hoog oploopt. In het jaar 70 werd de tempel verwoest, Jeruzalem stond nauwelijks nog overeind. De gemeente stond veel vervolging te wachten. Koninkrijken staan tegen elkaar op en mensen kunnen elkaar nauwelijks verdragen.

En voort wentelen de eeuwen en zucht de schepping nog altijd als in barensnood. We horen van oorlogen en dreiging van oorlogen. Christenen in Syrië en Irak worden zwaar vervolgd, en op veel plekken meer. Vrijdag in de Nacht van het Gebed zullen we voor hen bidden om hen te bemoedigen.

Momenten van verademing zullen uitgaan voor het aangezicht van God, verkondigt Petrus. Naast hem staat de verlamde man, een bedelaar bij de tempel. In de naam van Jezus is zijn verlamming omgekeerd in een lofprijzing, hij zit niet langer, maar staat op en jubelt voor God. Maar niet door onze kracht, zegt Petrus. Wij zijn geen tovenaars, geen magische wonderdoeners die een kunstje uithalen. Het is om de naam van Jezus, Hij die zelf is Opgestaan.

Petrus wijst uit alle macht op Jezus, om Hem zichtbaar te maken als de heelmaker, de Redder. Daar is het Petrus om te doen. En scherp spreekt hij zijn luisteraars aan. De omstanders die bij de tempel waren, het voorval gezien hebben en door verbazing werden overvallen. Maar van buitenstaanders en omstanders worden ze er helemaal bijgetrokken. Petrus trekt ze in de kring rond de tempel en schudt ze als het ware door elkaar.

Het is door jullie dat Jezus is gedood. Hij die de Heilige is, de Rechtvaardige, jullie hebben hem verloochend. Hoor je wie het zegt? Petrus, de godloochenaar, de verrader bij uitstek. Misschien dat hij alleen het zo kan zeggen, omdat hij zichzelf heeft leren kennen. Zijn liefde voor Jezus, maar ook zijn zwakte en zijn verraad. Híj is het die zijn Heer verloochende toen het er op aan kwam. Hij weet hoe nabij je God kunt zijn, en Hem toch kunt verloochenen. Met woorden, met daden. Met je hart, als je hem niet vertrouwt, niet zijn weg wilt gaan. Als je leeft alsof Hij niet bestaat.

Zo scherp als Petrus hier is, zo ruimhartige is hij tegelijk. Ik weet dat het uit onwetendheid was, zegt hij. Jullie wisten niet wat je deed. En Jezus zei aan het kruis: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat ze doen. Zo genadig is God dat Hij de onwetendheid vergeeft en de verloochening teniet doet. Petrus weet er alles van. Hij wordt door God opnieuw in dienst genomen. Het oude is voorbij. Alles is nieuw geworden.

Keer je om naar God toe. Draai die verloochening, de ontkenning van God, de rug toe. Scheur je er van los en richt je op God. Hij zal alles uitwissen. Vergeven, staat er in de nieuwe Bijbelvertaling. Maar het is zo gróots als wordt alles uitgewist wat laf en lauw is, wat God tekort doet en zijn naam in diskrediet brengt. Keer je oude leven de rug toe. En God zal jouw zonden de rug toekeren. Hij werpt ze achter zich.

En de schepping slaakt een zucht van verlichting. Met allen die God liefhebben en Hem dienen. Een zucht van verlichting. Een volle teug lucht wordt ingeademd.
Goddank, al mijn zonden, al mijn zorgen, laat ik achter bij het kruis. En God neemt mij de arm en richt mij op. Ik mag in vrijheid ademhalen voor zijn aangezicht. Alle schuld is uitgewist.

Vertrouw je toe aan die God, die zo mild en genadig is. En tijden van verademing zullen komen. Voor de kerk, voor de schepping. Voor je ziel. Omdat Gods adem je hart verkwikt en verfrist. En nieuwe moed geeft om te leven. Midden in dit leven.

Waarin je soms zo ingeklemd zit tussen Pinksteren en de wederkomst. Tussen geestdriftig leven met een opgewekt gemoed en een groot geloof. Of dat je veeleerder neergedrukt wordt door het woeden van de wereld, door de ontzetting om het kwaad, het rumoer van de sterken dat alles overstemd. Tussen die twee gaan wij heen en weer. En daar tussenin geeft God zijn Geest. Steeds opnieuw.

Het is de Geest van Jezus Christus. En zo komt Jezus opnieuw tot ons. Nu in de gestalte van de Geest. We vierden het zondag op het Pinksterfeest. En we vieren het steeds opnieuw. Door zijn Geest is Jezus ons zo nabij. En wordt zijn werk, zijn reddende werk, tot levensadem voor je ziel. De Geest brengt Jezus tot in je hart, dat Hij daar geboren wordt en sterft en opstaat. In jou. Zo leeft de Geest in ons. Hij bevestigt het werk van Jezus aan jou en mij. Aan de gemeente.

Tot slot
Het zijn momenten van verademing, tijden van verkwikking, als je zo nabij Jezus leeft. Als Gods aangezicht voor je oplicht in zijn goedheid en zijn genade. Het is door de Geest als je bewaart blijft voor cynisme en wanhoop, voor ongeloof. En de plek waar de verademing ten volle gevierd wordt, is dat niet hier, in de kerk. Rond brood en wijn?

Wat is het goed om je handen te openen, de goede gaven van de Heer te ontvangen. Hij voor mij. Als een voorsmaak van het hemels koninkrijk. Als een voorbode van de dag dat Jezus terugkomt. Gods gelaat is naar ons toegewend. Dat maken brood en wijn zo zichtbaar. De Heer laat ons niet over aan onszelf. Maar schept door zijn Geest adempauzes. Momenten waarop je geloof hervindt, moed herwint en ruimte ontvangt om te leven voor Gods aangezicht. In vreugde en in vertrouwen.

Mag het zo ook vanmorgen een moment van verademing zijn, in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest,

Amen.

Zondag 22 mei 2016, 9.30 uur, viering HA
Handelingen 3: 11-21
PG De Hoeksteen, Schoonhoven
Ds. Hanneke Ouwerkerk