Verzorg hem en mocht gij meer kosten hebben, dan zal ik ze u vergoeden, op mijn terugreis

Bestuursvoorzitter van stichting Vierstroom, dhr. Jeroen van den Oever, kondigde onlangs aan, dat hij met een maand of wat een experiment begint in o.m. De Wester- weeren in Bergambacht. Hij gaat familieleden van ouderen in dit woonzorgcentrum verplichten om vier uur per maand mee te helpen. Het is een van de noodza- kelijke maatregelen, die de bestuursvoorzitter wil nemen in het belang van de oudere bewoners en misschien wel van iedereen. Vierstroom kan met de professionals, alleen betaald vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), niet de hoge kwaliteit van zorg en verpleging waarborgen, die Van den Oever zou willen. “Een kleine bijdrage in tijd van elke betrokken familie kan geweldig veel toevoegen aan met name het welzijn van onze cliënten”. Verplichte familieparticipatie dus – en geen flauwekul, zoals een knipkaart en bij een volle kaart een beloning met taart, bedacht door een manager om bezoek aan bewoners in zijn zorginstelling te stimuleren. En waaruit bestaat dan die kleine bijdrage in tijd precies? Woordvoerder van Vierstroom, mevr. Diana Verkes licht toe: “Familieleden hoeven geen zorgtaken te vervullen. Het gaat om ondersteuning bij het dagelijkse leven, zoals het maken van een praatje, wandelen, spelletjes doen, piano spelen, voorlezen. Of even bij de groep blijven, als de verzorgende met een medebewoner bezig is.”

Soms is een gemeentelid van ons opgenomen in De Westerweeren en een enkele maal ben ik als waarne- mer daar binnen aan het werk. En ik vraag me nu af: Hoe brengt Van den Oever deze boodschap over, als hij zijn doel wil bereiken? Krijgen familieleden op bezoek straks in de herfst te horen: “We rekenen er wel op dat u per jaar minstens achtenveertig uur tijd vrij maakt om mee te helpen hier of anders hebt u een probleem?” Nee, dat is onwaarschijnlijk. En het lijkt me ook niet rechtvaardig als familieleden zo’n verplichting opgelegd krijgen. Als mantelzorger hebben ze vaak jarenlang hun levenspartner of ouder, broer of zus tot dan toe thuis begeleid. (In onze Krimpenerwaard zijn duizenden mensen als mantelzorger werkzaam – soms moe, soms eenzaam, maar altijd vasthoudend en betrokken.) En dan de oudere bewoners – wat vinden die van de verplichte familieparticipatie, zoals Van den Oever het noemt? Meestal vinden mensen het fijn om elkaar te zien. Maar in bepaalde gevallen kun je beter niet aankomen met een verplicht bezoek van familieleden. En -ook niet onbelangrijk- hoe vatten de professionals van De Westerweeren het experiment op? (Ik raad maar, want ik heb niemand van Vierstroom ernaar gevraagd.) In het beste geval staan ze erachter, want ze hebben van tevoren meegedacht over de proefneming en meebeslist over de plek, waar ze het gaan uitprobe- ren. Maar je moet wel bedenken, dat de verzorgenden de proefneming ook als een harde klap in het gezicht kunnen voelen. Familieleden verplichten om een praatje maken met bewoners, samen te wandelen of voor te lezen? Gewoon aandacht en tijd aan bewoners besteden, als ze er behoefte aan hebben – dus. Doen zij als professionals in De Westerweeren dat dan niet genoeg? Met alle liefde zouden ze dat vaker en meer willen doen, als de voorwaarden ervoor maar aanwezig waren.

Van den Oever kijkt als bestuurvoorzitter vooruit en wil hoogwaardige zorg en verpleging van ouderen in een kleinschalige en humane leefomgeving voor langere tijd kunnen garanderen. Begin dit jaar schreef hij onder het kopje ‘Dijkdoorbraak in de AWBZ’ wat volgens hem het antwoord is op vraag, hoe de snel stijgende kosten van de gezondheidszorg gedrukt kunnen worden: “Het gaat (..) over een zeer omstreden onderwerp. Want mogen private ondernemers geld kunnen verdienen met eerder met publiek geld opgebouwde bedrijven? (Als voorbeeld noemt hij zorgondernemer Loek Winter, die succesvol is met de exploitatie van de IJsselmeer-ziekenhuizen.) De toenemende vraag naar langdurige zorg en relatief afnemende middelen in de zorg maken de entree van privaat geld in de sector onafwendbaar.” Nu heb ik van ondernemen helemaal geen verstand, maar ik denk niet, dat iemand eerlijk geld kan verdienen in de gezond- heidszorg aan ouderen, die zorg- en verpleegbehoeftig zijn. Zeker dit onderdeel van de gezondheidszorg zal -economisch bekeken- een verlieslijdende bedrijfstak blijven, waar altijd geld bij moet. Van den Oever denkt aan private ondernemers met hart voor de zaak; en die zullen ook een gezonde bedrijfsvoering willen. Wat betekent dat vervolgens voor zorgbedrijf Vierstroom met zijn 4500 medewerkers? Afschrijving op waarde van het onroerend goed, beperking van de uitgaven, vergroting van concurrentievermogen…?

De verplichting tot familieparticipatie in Bergambacht is een proef en ik tenminste ben wel heel benieuwd naar de uitkomst ervan. Er zouden in de herfst 2012 mooie dingen kunnen gebeuren, als de familieleden hun ‘sociaal kapitaal’(d.w.z. hun beschikbare tijd voor een ander) gaan inzetten. Mensen gaan misschien een sterkere betrokkenheid ontwikkelen en meedenken over de problemen, genoemd door Van den Oever. Andere familieleden konden wel eens bereid zijn om de verplich- ting af te kopen met een bepaalde tegenprestatie (bijv. bedrijfsadviezen). Het is wel even wennen: zo’n duidelijk economische benadering. Maar wat Van den Oever wil, is belangrijk genoeg, om er serieuze aandacht aan te geven.

In een gelijkenis vertelt Jezus van een mens, die zich over een gewonde heen buigt en vol aandacht is voor wat de ander nodig heeft: de barmhartige Samaritaan. Het toonbeeld van medemenselijkheid en later het symbool voor belangeloze, medische zorg en verpleging. Maar volgens mij heeft Jezus niets tegen op een andere figuur uit diezelfde gelijkenis; het is een mens, die zakelijk zijn diensten aanbiedt en dat tegen betaling voor langere tijd doet: de waard, de ondernemer. Die komt ook in het verhaal voor, zij het dan in een bijrol.

Ds. Chris Koole