Voor jou is Hij geboren

En als de engelen van hen weggaan naar de hemel, zeggen de herders tegen elkaar: komt, laten we naar Bethlehem gaan en zien het woord dat is geschiedt en dat de Heer ons heeft bekend gemaakt.
Ze spoeden zich daarheen en vinden Maria en Jozef, met het kind dat in de kribbe ligt. (Lucas 2: 15 en 16, vrij naar de Naardense Vertaling)

De herders gaan op weg. En ze vinden het kind. Niet zomaar een kind. Ach, kijk nou toch, wat aandoenlijk. Nee, het kind in de kribbe. God zelf is het die daar ligt. In die ene nacht is de Heer aan hen verschenen. En vinden ze God.

Op zoek naar God?

Op zoek naar God. De EO heeft er heel wat kijkcijfers mee behaald. Velen zijn op zoek naar God. Maar dat je Hem ook kunt vinden, daar hoor je niet altijd zo veel over. Het is de zoektocht die breed uitgemeten wordt. Maar of er ook daadwerkelijk iets gevonden wordt, dat valt nog te bezien. Op zoek naar God, maar dat je Hem ook kunt vinden…

Er wordt wat afgezocht vandaag de dag. We zoeken onze weg in het leven. In de liefde. Waar hoor ik thuis, waar is mijn plek. Je zoekt naar je identiteit, je wezen. Wie ben ik, wil ik zo zijn? Voor de één een luchtige vraag die zo af en toe voorbijkomt, maar die je ook zo weer naast je neerlegt. Maar voor hetzelfde geld worstel je er mee. Houd het je zo bezig en raak je verstrikt in het zoeken. Zeker als je niemand genoeg vertrouwt om je zoektocht mee te delen. Ben je als een dolende ziel die zoekt naar een uitweg, een bestemming.

Zoals die duizenden en duizenden vluchtelingen. Steeds meer gezichten zien we erbij. De kranten portretteren gezinnen die in Nederland terecht gekomen zijn.
Dat jonge stel uit Syrië, een kindje van een jaar. De granaten ontvlucht, maar hun ouders achter moeten laten.
Of die jonge jongens, twintigers nog, vastbesloten om iets op te bouwen in Nederland en hun dankbaarheid te tonen door hun krachten in te zetten voor onze samenleving.

Een ellenlange zoektocht. Van noodopvang naar langdurige opvang, tijdelijk of voorgoed, het is onzeker allemaal. Zoeken naar een veilige plek om te wonen, te leven. Met alle weerstand van omwonenden en bezorgde burgers.

Zoekende mensen zijn we. En daar door heen die vraag naar God. Waar is Hij? Wie is Hij? Of veel eerder misschien, is Hij er wel?

Ik denk aan Joost Zwagerman, die afgelopen jaar het leven liet. Na zijn dood kwamen er teksten en gedichten openbaar, die door sommigen een ‘religieuze coming out’ worden genoemd. Gedichten die schrijnend zoeken naar God in de leegte, in de duisternis van het leven. Wat kan dat je verschrikkelijk in de greep houden en benauwen. Teveel worden ook.

Het kan ook anders. Dat je vanuit een persoonlijke geloofservaring zo geraakt bent door het Evangelie, dat je enthousiast en vol goede moed de zoektocht aangaat. Door te lezen, te zingen, te delen met anderen en zo zoeken naar God in je leven. Zo blijmoedig geloven en op weg gaan met God. Dat kan heel aanstekelijk werken en ook tot zegen zijn voor anderen. Houd dat ook gewoon maar vast, iets van dat onbevangen en opgewekte geloof.

Maar misschien ben je wel helemaal niet op zoek. Heb je gewoon vrede met het bestaande. Of ben je vooral druk met andere dingen. Geen tijd om te denken en te zoeken. En houd je jezelf manmoedig voor: het leven heeft geen zin. Dat kunnen we wel heel graag willen met elkaar, maar het is nu eenmaal niet zo. Hier moeten we het mee doen. En zoek je je vervulling in andere dingen.

Of merk je ergens wel iets van een onbehagen? Van een sluimerend verlangen naar God?

En nu is het Kerst. En vertelt het Kerstevangelie ons: ze vinden God. De herders hebben dat Woord van die engel gehoord en zijn er vol van. Ze gaan op weg naar Bethlehem. En ze vinden gewoon dat kind. Ze vinden God.

God vinden

Het is wel een heel bepaald kind, dat wel. Ze hadden niet zomaar elk huis binnen kunnen gaan en een willekeurige baby kunnen vinden die mogelijk zou zijn wat ze zochten. De herders gingen niet elk hun eigen weg.

Nee, zo gaat het niet. Bij lange na niet.

Dít zal voor jullie het teken zijn. Een kind ingewikkeld in doeken, liggend in een kribbe. Dat kind, daar moet je zijn.

Het is bijna aanstootgevend. Worden de herders wel serieus genomen door die engel? Een kind, is dat het doel van onze zoektocht?

Heden is voor u, voor jou, voor alle volken geboren de Redder. En dit is het teken van die Redder. Je zult vinden een kind, ingebakerd en neergelegd in een kribbe. Zo laat God zich vinden. Hij vraagt niet van jou dat je opklimt tot in de hemel. Dat je alle hoeken en gaten doorzoekt om Hem dan eindelijk te vinden. Maar Hij laat zich vinden door zelf tot ons te komen.

De Redder is geboren. Maar Hij is een redder die zich laat binden. Een baby die machteloos gebonden ligt, in doeken gehuld en slapend in een voederbak voor dieren. Zo neemt Jezus het lichaam en leven aan van een mens. Van een baby, zoals jij en ik ooit geboren werden, zo ook Jezus.

Het is het teken van zijn reddende kracht. God wordt mens, wordt kind. Hij gaat helemaal onder in het leven, in deze wereld. Tot in de baarmoeder van Maria aan toe. Mens geworden. Het laat iets zien van het eigene van God, van zijn onvoorstelbare grootheid, om zo klein te kunnen worden. En van daaruit vrijheid te brengen. Is dat niet heel kwetsbaar en wonderbaarlijk. Vrijheid brengen door als een kind in een kribbe gelegd te worden, ingewikkeld in doeken, niet bij machte om te bewegen.

Zoals Hij zich als een Lam ter slachting liet leiden. Gebonden aan het kruis hing.

Het is het teken van Gods onvoorstelbare genade. Zo maakt Hij ons vrij. Door dat kind Jezus Christus. Hij is het die je in vrijheid voor God doet staan. God ziet jou door de ogen van dat kind, die de Redder is.

Denk je daar wel eens over na, jongens en meiden? Wie is God eigenlijk? Hoe ziet Hij er uit? Houd dit beeld dan maar even in gedachten. God laat zich aan ons zien, als een kind dat in de kribbe ligt. Zo is God. Heel dichtbij komt Hij. Kind in de kribbe. Onthoud dat deze dagen maar gewoon.

Vinden is gevonden worden

Hij laat zich vinden. Zo onverwachts. En uiterst kwetsbaar en klein. Maar God is te vinden.

Ja maar waar dan? En hoe dan? Ik zoek al zo lang en ik vind Hem niet. Ik weet niet waar ik het zoeken moet. Met mijn leven, met mijn geloof. Ik zoek niet eens meer, allang de moed opgegeven.

Goddank, het eerste woord komt van God. De herders gingen op weg en vinden het kind. Maar of ze echt op zoek waren, ik vraag het me af. Van Godswege, door een engel was hen het evangelie verkondigd. En daarom gingen ze op weg. Met een teken voor hun zoektocht. Dit is het teken, je zult vinden! Je zult een Kind vinden in de kribbe. Ze moesten wel gaan, voortgedreven door het woord van God.

Want het eerste woord komt van Hem. Het eerste woord komt altijd van God. Hij die zich laat vinden, omdat Hij jou eerst gevonden heeft. Vandaag, heden, wil ik jou God zijn. Wil ik voor jouw dat kind in de kribbe zijn. De redder en de bevrijder.

In al ons zoeken, misschien wel op plekken waar niets te vinden is, of via hele wonderlijke wegen, komt God door al dat zoeken en tasten heen. Met zijn woord, met zijn zoon Jezus Christus.

Voor jou is Hij geboren. Zo klinkt het Evangelie op deze dag. Voor jou is Hij geboren. God heeft jou gevonden, lang voordat jij ook maar naar Hem op zoek was.

Amen.

25 december 2015, 1e Kerstdag
Schoonhoven (De Hoeksteen)
Lucas 2: 1-21
Ds. Hanneke Ouwerkerk