De vreugde die God ons schenkt in Jezus Christus

Het simpele gerei,
het brood, dat is gesneden,
de stilte, de gebeden –
Want de avond is nabij.

Uit tranen en uit pijn
dit samenzijn verkregen:
bij sober brood de zegen
twee in ùw naam te zijn.

Waar aan de witte dis
uw teken wordt beleden
verschijnt Gij -: ‘u zij vrede’.
gij Brood – gij Wijn – gij Vis.
(Ida Gerhardt, Disgenoten)

Vandaag vieren wij in onze gemeente de maaltijd van de Heer. Ida Gerhardt schreef het genoemde gedicht ‘Disgenoten’;
waar aan de tafel, rond brood en wijn, wordt beleden: ‘Jezus is onze Heer’, daar is God zelf in ons midden. Het is het kostbaarste geheim van de kerk. In brood en wijn licht God zelf voor ons op in zijn goedheid.

De Engelse predikant Samuel Wells schrijft over liturgie dat je karakter daardoor gevormd wordt. Door de sacramenten als doop en avondmaal, maar ook door het zingen, de lofprijzing, wordt je geoefend in het christen zijn. In het leven met God. Vanavond lezen we opnieuw uit Filippenzen 4 en richten we ons op het kernwoord uit deze brief: vreugde.

Door het breken van het brood en het drinken van de wijn, leren wij om in de vreugde te blijven. Te leven als vreugdevolle christenen. Straks meer daarover.

Vreugde

Paulus schrijft in de slotwoorden van zijn brief nog één keer waar het nu werkelijk om draait: de vreugde die God ons schenkt in Jezus Christus. Prent het in je hoofd, schrijf het in je hart. Hier raken we aan het geheim van het evangelie. Een blijdschap die altijd duurt, je leven lang en tot in eeuwigheid.

Hoe doe ik dat, leven uit die vreugde? Hoe kunnen we zo kerk zijn. Staat vast in de Heer, zegt Paulus. Wees standvastig. Dat is trouwens iets anders dan onverzettelijk en star. Je proeft al, daar klinkt ook weinig vreugde in door, in die woorden. Werkelijk standvastig ben je, als je vaste grond onder de voeten hebt. Je weet, ik leef dankzij Jezus Christus. Hij is de grond van mijn bestaan. En dan waai je niet met alle winden mee. Dan ben je geen meeloper. Maar je hebt doel en richting in je leven.

Staat vast in de Heer! Het is een oproep die Paulus doet. Hij zegt niet: zo moet je zijn anders is het mis. Nee, hij zegt het veel meer zo: streef ernaar om standvastig te zijn in de Heer. Oefen je daarin, werk er aan om een standvastig mens te zijn. Een man, een vrouw, een tiener van wie je op aan kunt. Mens uit één stuk. Die gelovig en vreugdevol leeft met God.
Standvastige mensen, dat zijn vrolijk mensen. Niet zomaar vrolijk, even lachen om een goeie grap en daarna weer aan de slag. Nee, blijvende blijdschap die heel je leven doortrekt. Verheugt u in de Heer, altijd!

Verrassend genoeg is de aanleiding voor deze oproep een twist in de gemeente, ik heb het eerder ook al genoemd, in de afgelopen weken waar we eveneens uit deze brief lazen. Met respect noemt Paulus twee vrouwen die meewerken in het koninkrijk van God. Euodia en Syntyche. Ze hebben Paulus geholpen bij het opbouwen van de gemeente. Harde werkers in Gods koninkrijk. Maar spijtig genoeg is er tussen deze twee vrouwen onenigheid ontstaan. Waarover, dat is niet bekend. Maar het was geen kleinigheid. Het had ergens iets te maken met hun werk.

En Paulus spreekt ze op een hele milde manier aan. Dat verraste mij. Hij doet niet alsof het nergens over gaat. Hij zet ze niet weg alsof het een onbenullige ruzie betreft. Zo kan het gaan in de gemeente. Dat twee mensen zo hartstochtelijk strijden voor dezelfde zaak, het verspreiden van Gods evangelie. En dat er toch verschil van mening ontstaat. En daar haakt Paulus op in. Wees eensgezind, zegt hij! Want samen sta je voor dezelfde zaak. Je dient dezelfde Heer. Laat je daar niet van afleiden.

En meer nog, laat de Heer je vreugde blijven. Pas er voor op dat andere zaken die blijdschap niet verstikken. Voor je het weet delft de vreugde het onderspit en weet je niet eens meer waarom je er ook al weer zit. In de kerk. Op de bijbelkring. In de kerkenraad. Laat de Heer je vreugde blijven. Altijd!

Waarom? Omdat je leeft van Gods genade. Dat is onze vreugde en onze hoop. Leef die vreugde uit, ten volle! En zo roept Paulus de gemeente op tot de kern van de zaak. Het is die vreugde die het leven kenmerkt. Anders dan simpele vrolijkheid, voor je het weet ben je uitgelachen en houd je niets over. De vreugde waar Paulus over schrijft is, voor altijd.

Volgens GeenStijl, je kent het vast wel, die website waar het nieuws op een eigenzinnige manier besproken wordt, zijn christenen maar suffe mensen. En zo denken er meer natuurlijk. Misschien jij zelf ook wel. Kerkmensen? Ah, van die sombere en bekrompen mensen die niets mogen.

Als we inderdaad zo zijn, dan is er iets heel erg mis. Dan hebben we het evangelie niet begrepen. Bekrompen en somber? Integendeel! Vrolijk en vrij, zo mogen we leven! Omdat Christus het leven verlost en verzoent. Hij zal alles nieuw maken, in jou, in mij en op deze aarde. En dat geeft een vreugde die dwars door alles heen gaat.

Natuurlijk, christenen hebben net zo goed hun vragen en zorgen. Die je aangrijpen en somber kunnen maken. Sterker misschien nog dan wanneer je niet gelovig bent. De vraag naar God in je leven, Gods handelen in deze wereld, kan je hevig aanvliegen. Je vertrouwen wordt aangevochten, je geloof bevraagd, christen zijn met beide benen in de wereld, dat is geen gemakkelijke zaak.
Juist dan is het zo goed om het avondmaal te vieren. Waarin Gods goedheid en trouw zichtbaar wordt. En je weer oog krijgt voor de rode draad van het Evangelie: God is ons in Christus nabij. Hij heeft de wereld zo lief gehad.

In het vieren van het avondmaal word je versterkt in dat geloof. Brood en wijn vertellen ons in beeldende taal van het geheim van Gods liefde. Hoe Hij zijn zoon voor ons gaf, in wiens naam wij een gemeente vormen en ons leven met elkaar delen.

Sta er eens bij stil, wat ontvang je in het avondmaal? Dood en leven komen hier heel nauw samen. De dood van Christus, waar wij ook in ondergaan. Nieuw leven, van vers brood en sprankelende wijn, ontvangen wij in Hem. Het doortrekt je lichaam en maakt je een Christuskind. Die lijfelijke ervaring, schept die niet een volle vreugde in je hart. Een hele beladen, verdiepte vreugde. Dat ik, met heel mijn lijf en ziel, aanvaard ben door Christus. Samen met u en jou. Disgenoten zijn we, gasten aan de tafel van de Heer.

Laat dat met je meegaan, deze week, de tijd die komt. Als een oefening om die vreugde in je hart te ontvangen en vast te houden. Want Christus geeft ons wat wij nodig hebben. Voor het leven en voor het sterven. En zo kun je het leven ingaan. Met een gebed voor de wereld in je hart, de wereld voor wie Christus zijn leven gaf.

Paulus schrijft deze brief terwijl hij in de gevangenis zit. Ik denk aan broeders en zusters in vervolging. In de gevangenis of in strafkampen, ondergedoken of op de vlucht. Ze staan zwaar onder druk en kunnen niet in vrijheid geloven. Hun standvastigheid is een voorbeeld voor heel de kerk. Het is voor hen een zaak van leven of dood. Heel anders dan voor ons, waar je gewoon kunt kiezen om wel of niet naar de kerk te gaan. Zij geloven met gevaar voor eigen leven. En door alles heen houden ze vast aan God. Ik ben er van overtuigd dat dat enkel kan, omdat ze de vreugde van God in hun hart hebben.

De Heer is nabij! Zegt Paulus erbij. Waar het ook op uitloopt in deze wereld, de Heer is nabij. Hij zal eenmaal terugkomen en vrede en vreugde brengen. Daarom wanhopen wij niet aan deze wereld, maar houden wij onze ogen gericht op Christus.

Tot slot

Die vreugde blijft trouwens niet verstopt in een donker hoekje van je hart. Die komt naar buiten in vriendelijkheid. Opvallend is dat. De vreugde die God je geeft, vertaalt zich naar buiten toe in vriendelijkheid. Niet in de brave zin van het woord. Zo van, wat een aardig meisje, vriendelijke vent. Vriendelijkheid, het is bijna niet te vertalen. Het is de frisse mildheid van een hartelijk en open mens.

Leven van Gods goedheid, je dag aan dag laven aan de bron van zijn liefde, maakt je een ander mens. Een vreugdevol mens. Een hartelijk en ruimhartig mens.
Wat een zegen wanneer je zo’n mens bent! Natuurlijk, iedereen is anders. De een is stil en teruggetrokken, de ander uitbundig en enthousiast en weer een volgende bescheiden en rustig. Daar gaat het ook niet zozeer om. Maar, hoe sta je bekend. Is er openheid in je houding? Ben je welwillend en bereid om anderen te laten delen in je goedheid?

Zulke mensen heeft de wereld nodig. Waar het cynisme hoogtij viert. Waar we zo weinig vertrouwen meer hebben in mensen dat één verkeerde uitspraak iemand de kop kan kosten. De wereld snakt naar vriendelijke mensen. Die in alle oprechtheid hun hart openstellen voor een ieder mens die ze op hun weg ontmoeten.

Laat zo je leven ook zijn. Of dat nu op de achtergrond of op de voorgrond is. Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. En door die vriendelijkheid heen schijnt het licht van Christus. Die zo mild en ruimhartiger is dat in zijn hart plaats is voor een wereld aan mensen.

Wees altijd verheugd, de Heer is nabij.

Amen

Filippenzen 4: 1-9
Zondag 18 september 2016, 18.30 uur
Viering maaltijd van de Heer
Ds. Hanneke Ouwerkerk