Waarom wachten met iets moois zeggen, als het ook vandaag kan?

De laatste vijand, die vernietigd wordt, is de dood.(1 Korintiërs 15:26)

Er wordt beweerd, dat haar en nagels nog even doorgroeien, nadat een mens gestorven is. Of dat waar is, betwijfel ik zeer. Dood zijn, wil zeggen dat iedere groei gestopt is – de normale manier, waarop ons lichaam zichzelf herstelt en nieuw weefsel aanmaakt en de manier, waarop ons verstand en ons hart werken, zijn opgehouden zich te ontwikkelen. U weet, hoeveel lijden wordt veroorzaakt, wanneer verstand en hart al gestopt zijn te reageren op de omgeving nog voor de lichamelijke dood –  wat pijnlijk is de aanblik van de vegetatieve toestand of van de dementie van een mens. Zoals je hoofd is afgewend, / zoals je handen zijn weggelegd ,/ zoals je zit alsof je je lichaam / al hebt verlaten.(Rutger Kopland)

Tekens van leven zijn tekens van reactie op de omgeving en van ontwikkeling. En wanneer we die niet duidelijk opmerken, weten we niet welk soort leven echt aanwezig is. Zo kun je ook spreken van de stille dood in een relatie, wanneer niets die op een ander niveau brengt. En we zeggen, dat personen of hele culturen in zekere zin dood zijn, als die niets nieuws voortbrengen. Die zijn het vermogen kwijt om op de omgeving te reageren en die kunnen enkel maar herhalen, zoals een mens die lijdt aan een vorm van dementie. We zijn bang voor dementie, omdat we bang zijn dat we gevangen raken in eentonigheid, in telkens terugkerende handelingen en gedachten. We zijn bang voor de dood van de liefde en van de verbeeldingskracht. We zijn bang voor de dood zelf, omdat die het einde is van alle verandering. En we weten, dat we de dood niet kunnen ontlopen.

Al we erkennen dat dit het geval is – dat alle processen, waaraan we zoveel waarde hechten, omdat die onze horizon verruimen en ons verrijken, op een dag gewoon stoppen – dan leren we een harde les, die hoort bij het volwassen worden. Kunstenaars, wetenschappers en psychotherapeuten waarschuwen elk op verschillende manier ervoor, dat we ons een gevaarlijke illusie maken, als we denken dat we onsterflijk zijn. Het is volwassen, wanneer we de waarheid aanvaarden – en daarna … ieder moment zo intens en hartgronding in ons opnemen als we maar met onze zintuigen kunnen. Als je dit beseft, dat aan je leven een einde komt, dan ga je des te sterker liefhebben. Je krijgt lief, wat je binnenkort of later moet achterlaten.  De maker van het bekende lied ‘Wat de toekomst brengen moge…’ dichtte op  een ander moment: ’Ik sprak niet “goede Dood”, ik sprak niet “booze”./ Maar ’t dennenbosje geurde, en de rozen,/ En ‘k had het leven nooit zo liefgehad.’ (Jacqueline van der Waals)

Maar nu komt het evangelie van Pasen, om resoluut deze volwassenheid van ons te verstoren en ons juist dat eeuwig leven te beloven, dat we liever maar moesten vergeten als een kinderfantasie. Er wordt gezegd: De laatste vijand, die vernietigd wordt, is de dood(26). De dood is opgeslokt en overwonnen(54). Tsja, is het christelijke evangelie gewoon een variant van de populaire gedachte, dat de dood eigenlijk niets voorstelt? Wie dood is, is gewoon de kamer verderop binnen gelopen?!

Nee, dit is bepaald niet de toon, waarvan de apostel Paulus of andere schrijvers van het Nieuwe Testament zich bedienen – of van de oude hymnes en gebeden van de kerk. Dood en leven, o wonder, moesten strijden tegen elkaar. Zo staat te lezen in een vroeg-middeleeuwse hymne voor de tijd van Pasen. Dat er gevóchten is tussen leven en dood bij Christus’ dood en opstanding doet bepaald niet denken aan een gebeurtenis, die eigenlijk niets voorstelt. Het kost heel wat, om de dood te overwinnen; er is een gevecht voor nodig. Als Jezus oog in oog met de dood komt te staan, dan neemt Hij die uiterst serieus. Hij voelt de verschrikking ervan en Hij krimpt ervan ineen, als Hij wanhopig bidt in de tuin van Getsemane. Hij werd overvallen door doodsangst, maar Hij bleef bidden(Lucas 22:44). Pasen vertelt ons wel, dat de dood is overweldigd; maar Pasen zegt ons niet, dat er nooit gevochten is.

Dit is wel een belangrijke aanwijzing. Pasen betekent niet, dat we de dood ontkennen en evenmin betekent de opstanding, dat de nachtmerrie-achtige dood van Jezus aan het kruis niet werkelijk geweest is. Nee, de dood is precies wat kunstenaars, wetenschappers en psychotherapeuten erover zeggen: het is een volledige stilstand van onze groei en reactie op onze omgeving; het is het vallen van de nacht over alles wat we begrijpen of waaraan we waarde hechten of waarop we hopen. Onze angst voor de dood is natuurlijk, net zoals ons verdriet om de dood van een ander. Bedenk, hoe Jezus begon te huilen bij het graf van zijn vriend Lazarus, (Joh 11:35) Porbeer het niet te ontlopen of de ernst ervan te ontkennen. Integendeel, houd het voor ogen; herinner jezelf eraan.

Wanneer de traditie van de kerk je zegt, om elke dag een moment te denken aan de dood en jezelf erop voor te bereiden, dan is dat niet somber-ziekelijk, maar nuchter: maak er een gewoonte van en leer te leven met de angst. En tegelijkertijd – net zoals Jacqueline van der Waals helemaal een christen was in dit opzicht – maak er een gewoonte van om intens lief te hebben en grote waarde te hechten aan dingen en personen, ongeacht het feit dat ze niet altijd zullen blijven. Heb de mensen en de dingen nu lief! En wat je ervoor en voor hen wilt doen, doe het nu!  Darre van Dijk(reclame-bedenker) doet het ons voor in de DELA-commercials, opgenomen met gewone mensen in een supermarkt in Oudewater en op een voetbalterrein in Katwijk. Zijn boodschap is: Waarom wachten met iets moois zeggen, als het ook vandaag  kan? En Jezus zegt: Zolang het dag is, moeten we het werk doen van Hem, die mij gezonden heeft; straks komt de nacht en dan kan niemand iets doen (Johannes 9:4).

Wat moeten we ons nu indenken, als we ondanks dit alles Paulus horen zeggen: ‘De dood is verslagen’?  Wanneer de dood zich voltrekt en de groei ophoudt, dan kunnen we niets meer ondernemen, dan hebben we geen hoop meer, dat we nog aan de zaken sturing kunnen geven. Gelovige mensen zeggen: dan is alleen God nog over. Net zoals bij het allereerste begin van de schepping van hemel en aarde, is God er en kiest Hij ervoor om ons het bestaan te geven door zijn liefhebbende wil. Als de dood alles gedaan heeft wat die kon, blijft God ongeschonden en zijn wil is de liefhebbende, leven voortbrengende wil, die voor eeuwig bestaat. Kijken we naar de dood, dan zien we iets dat alles in onze wereld kan vernietigen – behalve God, de Schepper en de Verlosser en de Voleinder. Als we de dood aanvaarden en we al onze verwachtingen en plannen moeten opgeven, dan weten we tegelijk, dat God niet veranderd is. Dan is sterven hetzelfde als het vallen in de handen van de levende God.

Wanneer we elke dag proberen ons sterven te bedenken, dan putten we juist daaruit leven en hoop. Want elke dag leggen we ons leven in de handen van God in het vertrouwen, dat Hij voor eeuwig onze liefhebbende Maker is. Er is in Hem geen spoor van duisternis, staat ergens in het Nieuwe Testament(1 Johannes 1:5). Wanneer we onszelf toevertrouwen in Gods handen, dan doen we dat in het vertrouwen dat Hij vrij is om te doen wat Hij wil met ons – en dat wat Hij wil voor ons het léven is. De geschiedenis van Pasen vertelt niet hoe Jezus de dood heeft overleefd of hoe de geest van Jezus uiteindelijk ondanks zijn sterfelijk lichaam is voortgegaan of wat ook maar. Het gaat over een persoon, die is afgedaald in het duister en de vernieling van alle dingen en …die is weggeroepen uit dat niets. Pasen is – zoals vaak gezegd – de eerste dag van de herschepping – of, zoals iemand het noemde, de achtste dag van de week; het onvoorstelbare extra, dat ons gewaarborgd is door Gods scheppende woord, dat  nooit onderdrukt of tot zwijgen gebracht kan worden.

Pasen vieren is hetzelfde als het vieren van de Schepper; het vieren van God, die zijn zichzelf gevende doel nooit heeft opgegeven en die altijd vrij is om zichzelf te blijven geven aan hen, die Hij heeft geroepen. De opstanding voor ons is die vernieuwde oproep, aldus de apostel Paulus. Wanneer wij stilgevallen zijn, wanneer wij niet langer kunnen reageren op onze omgeving of onszelf ontwikkelen, dan komt Gods woord naar ons opnieuw en wij zullen leven. Dit alles is het werk van God (2 Korintiërs 5:18). Hoe dat is, kunnen we ons niet voorstellen. Het gaat niet maar om de voortzetting van ons tegenwoordige leven in iets andere omstandigheden, maar om een heel nieuwe wereld. Alles, dat door God is gezien en waarmee God gewerkt heeft in dit leven, wordt opnieuw in zijn tegenwoordigheid gebracht. Hij vernieuwt zijn verbond met alles, alles met ziel en lichaam.

Dat is nu de vernietiging van de dood – het wordt ons duidelijk gemaakt op de enige manier waarop dat kan, nl. in de historische, tastbare herschepping van het leven van Jezus. Hij is nog steeds herkenbaar als degene die Hij altijd was, maar toch is Hij veranderd op een manier, die wij niet in de volle omvang kunnen bevatten.  De dood mag het ergste doen in – niet alleen in de vorm van lichamelijke pijn en uiteindelijke vernieling, maar in de verschrikking en verlatenheid, waarmee Jezus de dood tegemoet gaat. Hij laat alles achter zich, zelfs de hoop dat God tussenbeide zal komen om hem te redden. Jezus daalt af in de hel, en Hij wordt weer omhoog gebracht door de scheppende roepstem van zijn Vader. Een waar gevecht, een agoon in het Grieks, een strijd op leven en dood, gevolgd door een overwinning. Niet maar een omkering of een afgelasting, maar iets heel nieuws, opgestaan leven, de nieuwe tijd begon.

Wanneer de kerk dit allemaal vandaag verkondigt, dan hebben we als christenen de taak om ons bezig te houden met twee verschillende soorten waanideeën. Aan de ene kant, we hebben te maken met een cultuur, waarin mensen de gedachte aan de dood te pijnlijk vinden om mee om te gaan. Afgelopen week vond de uitvaart plaats van dhr Hans Wiegand. Jarenlang vormde hij met zijn vrouw een crisis pleeggezin in een huis aan de Tiendweg. Hij vertelde me eens: De laatste tijd merk ik, dat sommige van die kinderen, die we een tijdje in huis hadden, naar me toe trekken. Wel niet allemaal, maar toch sommige. Ik vroeg hem: Zijn er voldoende crisis pleeggezinnen? Wiegand(fel): Nee, de mensen zijn hedonistisch geworden; ze willen alleen genot en gemak voor zichzelf. Dat is de eerste waanidee: mensen leven op een begerige en materialistische manier; ze nemen wat ze kunnen, om zich veiligheid te verschaffen, die een keer zal verdwijnen, omdat de mensen gaan sterven. Samenlevingen of complete staten doen eigenlijk hetzelfde. Of het nu mensen zijn, die de dingen van deze wereld naar zich toe halen in gewoon de repeterende, frustrerende eentonigheid, of dat het staten zijn, die in hun hebzucht verwachten dat er altijd genoeg zal zijn om in hun behoeftes te voorzien – genoeg olie, genoeg macht, genoeg woongebied en land – dezelfde dwaze gedachte is aan het werk. Wij zullen niet echt sterven – als mensen kunnen we  niet nadenken over het einde van ons materialisme en als cultuur kunnen we ons niet voorstellen, dat deze beschaving net als alle anderen eens verdwijnt en dat wat we vanzelfsprekend vinden voor ons gemak en welstand niet tot het oneindige kan worden opgebracht. Tegen dit alles zegt de Kerk, ernstig: Bedrieg u zelf niet, de nacht moet vallen.

Aan de andere kant, beperkten we ons alleen hiertoe, dan deden we bijna hetzelfde als het nazeggen wat een invloedrijke econoom eens verzucht moet hebben: ‘Op de lange duur zijn we allemaal dood.’(John Maynard Keynes). Niet echt moedgevend en niet bepaald een boodschap voor de Paastijd! De kerk zegt: ‘Memento mori. Zo staat het te lezen boven de ingang van de Grote kerk aan de Haven. Jawel, we gaan een keer sterven, we hebben dan geen andere keus dan los te laten, waaraan we ons vastklampen. Maar God blijft over. Zijn onveranderlijke liefde wordt niet geschonden door de dood.  Met alles wat we doen en alles waarvoor we verantwoordelijkheid dragen, is Hij begaan. God en Hij alleen kan ons nieuw maken, de wereld vernieuwen en herstellen van iedere totale vernietiging op een voor ons onvoorstelbare manier.

Christenen zeggen niet zozeer: De dood is het einde niet of: Het stelt eigenlijk niets voor. Ze zeggen: De dood is wel degelijk het einde. En we moeten als gelovige mensen ons erop voorbereiden doordat we dagelijks met onze egocentrische, sturende, hebzuchtige gewoontes proberen te brekeen. Zo komen onze naakte zielen oog in oog te staan met God onze Schepper. Wanneer we vol vertrouwen willen aannemen wat Jezus verkondigt, dan kunnen we God vragen om de moed het te wagen op dit pad. We hopen niet op te zullen overleven, maar op herschapen te zullen worden – omdat God is wie Hij is, zoals Hij zich heeft doen kennen in Jezus Christus.

De grote betekenis van de kerk is in onze maatschappij, ja in elke maatschappij, dat zij op twee punten van zich horen laat. De eerste is, dat de kerk vraagt hoe het komt dat mensen zo’n weerzin hebben in het aanvaarden van de dood. Het tweede is, dat de kerk vraagt waarom mensen de dood aanvaarden zonder hoop, de dood als het einde van alles wat zin heeft. De dood is reëel, en de dood is vernietigd. We zijn sterfelijk, we sterven een keer, we weten het en dat hoort bij wie en wat we zijn als mensen. Maar ook zijn we schepselen, gemaakt om de roepstem van God te horen – een roepstem, die door geen macht in de hemel of op de aarde tot zwijgen kan worden gebracht. Deze overtuiging vormt de grondslag van alles wat we christenen zeggen over de waardigheid en de rechten van de mens, en het vormt de kern van onze hoop in deze Paastijd. Doordat het evangelie ons bepaalt bij onze grenzen én bij onze eeuwige hoop op God,  brengt ze ons de bescheidenheid en het realisme bij, die we nodig hebben voor een volwassen mensenleven. Maar het evangelie verzekert ons ook van het besef van een heerlijkheid, die in ons sterfelijk bestaan vlees en bloed wordt, omdat dat aangeraakt werd door God. God-zelf zal in ons wezen zijn, zijn ademende Geest. De dood is reëel, en de dood is vernietigd. Hieraan ontlenen we het recht om een woord te spreken tot onze wereld, dat iedere kant, ieder aspect van ons mens-zijn vernieuwt.    

Ds. Chris Koole